De stadswijk Oosterheem - sinds 1999

Stadswijkgegevens 2008: stadswijk Oosterheem
Wijknummer:
Oppervlakte:
Eerste paal:
Aantal woningen:
Aantal inwoners:
21/29
263 ha
6 oktober 1999
5.643
15.489

Andere overheden moeten blijkbaar altijd 'even' wennen aan ideeën over de verdere groei van Zoetermeer. Dat was bij de stadswijken Noordhove en Rokkeveen al het geval en heeft ook nadrukkelijk een rol gespeeld bij de plannen voor de stadswijk Zoetermeer-Oost, de stadswijk die uiteindelijk de naam Oosterheem kreeg. "Soms heb ik het gevoel dat er een soort taboe rust op bouwen in Zoetermeer", verzuchtte de toenmalige wethouder Wout Haeser in 1991. Aanleiding tot die uitspraak was het akkoord van de Tweede Kamer op de Vierde Nota Extra (Vinex) van minister Alders van V.R.O.M. . Daarin was vastgelegd dat er in de periode 1995-2005 in de Haagse regio in totaal 45.000 woningen moesten worden gebouwd. In de discussie die daaraan vooraf ging, had Zoetermeer de Tweede Kamer erop gewezen dat Zoetermeer een voor de hand liggende locatie was voor de bouw van 7.700 woningen. De minister gaf echter de voorkeur aan stadswoonwijken pal tegen Den Haag aan en plaatste de stadswijk Oost achteraan: eerst moesten de nieuwbouwmogelijkheden in LeiZo (later gewijzigd in Den Haag-Leidschenveen), op Ypenburg en in Wateringen (Wateringse Veld) worden benut en dan pas kon Zoetermeer-Oost in beeld komen. De politieke aarzeling voor Oost had onder meer te maken met de vermeende ligging in het Groene Hart, iets dat door Zoetermeer ontkend werd. Het liefst wilden de ministers Alders en May-Weggen helemaal geen nieuwe stadswijk meer in Zoetermeer. Uiteindelijk ging Alders door de bocht. Dat gebeurde na berichten dat de volkshuisvestingssituatie in de Randstad steeds problematischer werd. Dat leidde tot de conclusie dat alle bouwcapaciteit in de regio hard nodig was.

De haalbaarheidsstudie

In het kader van het startconvenant Vinex werd ingestemd met een haalbaarheidstudie naar Oost. Rijk en provincie gingen daarbij uit van de bouw van 3.000 tot 5.000 woningen, terwijl Zoetermeer de wijk Oost alleen wilde ontwikkelen als volwaardige wijk van voldoende omvang met bijbehorende voorzieningenniveau. Daartoe behoorde nadrukkelijk ook een railverbinding. Een belangrijk instrument voor de ontwikkeling van de bouwlocaties in de Haagse regio is het zogeheten grondegalisatiefonds, waarin winsten en verliezen die voortvloeien uit grondverkopen tegen elkaar worden weggestreept. Met andere woorden: als de bouw van de ene stadswijk geld kost en de andere stadswijk (evenveel) geld zou opleveren, speelt de regio in zijn geheel quitte.

Zonder rail geen oost

Uiteindelijk sloten Haaglanden en het Rijk eind 1994 een overeenkomst over de te bouwen woonwijken in het stadsgewest. Zoetermeer-Oost 'kreeg' 8.500 woningen, waarvan er voor 2005 zo'n 6.000 moeten zijn opgeleverd. Inmiddels in de planning bijgesteld naar 4.000 woningen in 2005. Voor het doortrekken van de Zoetermeerlijn werd 100 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Die railverbinding was een harde voorwaarde voor het gemeentebestuur. "Zonder rail geen Oost", verwoordde wethouder Haeser destijds het Zoetermeerse standpunt.

Consortium

Anders dan in voorgaande wijken, waarbij de gemeente geheel verantwoordelijk was voor de realisering van de stadswijken, wordt Oosterheem ontwikkeld met 7 marktpartijen (projectontwikkelaars) en 3 woningcorporaties. Met deze partijen zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten. Een van de redenen hiervoor is dat de gemeente zelf nauwelijks grond in het gebied in eigendom had. De marktpartijen zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling en bouw van de koopwoningen; de corporaties voor de sociale huurwoningen. De gemeente zorgt ervoor dat het bestemmingsplan de mogelijkheden biedt de geplande woningbouwproductie te realiseren; geeft voor de bouwplannen de benodigde vergunningen af en verzorgt het bouwrijpmaken en de inrichting van het openbaar gebied. De totstandkoming van de wijk gebeurt in nauw overleg tussen alle partijen.

Invloed van het tracé Hogesnelheidslijn

Lang is er onduidelijkheid geweest over de aanleg en precieze ligging van de Hogesnelheidslijn (H.S.L.) aan de oostkant van de wijk. Dat was erg vervelend, want die gegevens waren wel essentieel om een stedenbouwkundig plan te kunnen opstellen. De aanwezigheid van de HSL legt in zoverre beperkingen op aan de wijk dat een invulling met woningbouw, gezien de geluidsbelasting van de H.S.L., planologisch niet aan de orde is. Om die reden wordt Oosterheem aan de oostzijde dan ook begrensd door openbaar groen, sportvoor-zieningen en een bedrijvenstrook. Er komen diverse verbindingsroutes voor langzaam verkeer en één voor autoverkeer (Verlengde Australiëweg) onder de H.S.L. door.

Flinke vertraging

In het najaar van 1999 zou de bouw van Oosterheem officieel van start gaan. De voorbereidingen voor deze feestelijke gebeurtenis waren in volle gang, toen de president van de Haagse rechtbank daar een stokje voor stak. De rechtbank oordeelde in een zaak die aangespannen was door enkele omwonenden van de toekomstige stadswijk, dat er een voltooid Milieu Effect Rapport (M.E.R.) had moeten zijn, voordat bouwvergunningen afgegeven hadden mogen worden en schorste om die reden de afgegeven bouwvergunningen. Dit was het begin van een langdurig juridisch geschil, waarin hoop en vrees elkaar afwisselden. De merprocedure is uiteindelijk in het voorjaar van 2000 afgerond, waarna de rechter in het najaar het groene licht gaf voor de start van de bouwwerkzaamheden. Deze zijn in december 2000 hervat. De gemeente heeft, in overleg met de betrokken marktpartijen, de door de vertraging gedupeerde kopers zoveel mogelijk financieel beschermd, door handhaving van de oude grondprijzen en koopsommen.

Sfeer en beeld

Oosterheem bestaat uit 3 deel-plannen, een centrumgebied en een centrale parkzone. Het centrum ligt centraal in de wijk, bij de hoofdhalte van de lightrail en aan het centrale park. De langgerekte parkstrook (centrale parkzone) wordt begeleid door een waterpartij. Iedere buurt krijgt zijn eigen uitstraling en sfeer. In de wijk wordt veel aandacht besteed aan de detaillering, goed verzorgd straatmeubilair en functionele verlichting. Ook is een belangrijke plaats ingeruimd voor beeldende kunst in de openbare ruimte. De sfeer en het beeld van Oosterheem worden verder sterk bepaald door de vele groenvoorzieningen in en om de wijk: het noordelijk Plassengebied (met de Zoetermcerseplas en het Noord Aa-strand, de Noordhovcnseplas en de Benthuizerplas), het Van Tuyll sportpark (met het ijscentrum Silvcrdome) aan de zuidkant en het toekomstig Bentwoud aan de noordoostzijde. Een wijkpark als centrale ruimte verbindt Oosterheem met zijn groene omgeving. De groenvoorzieningen geven de wijk licht, lucht en volop recreatiemogelijkheden.

Milieu en veligheid

Milieu en veiligheid krijgen veel aandacht in Oosterheem. Op het gebied van milieu is bijvoorbeeld in een deel van de stadswijk een centrale warmtelevcring gerealiseerd en maken veel van de gestapelde woningen gebruik van warmtepompen. Ook bij het gebruik van bouwmaterialen is nadrukkelijk naar de milieu-aspecten gekeken. Het vermelden waard is eveneens de duurzame woonbuurt De Groene Kreek met 51 nul-energiewoningen. Dit betekent dat er door het jaar heen evenveel energie aan het elektriciteitsnet wordt geleverd als ervan wordt afgenomen. Oosterheem krijgt als stadswijk het politiekeurmerk Veilig Wonen, waarmee het voldoet aan veiligheidsaspecten als openbare verlichting, brede achterpaden, tot aan adequaat hang- en sluitwerk.

Bron: Gemeente Zoetermeer, Zoetermeer jong of oud?