De stadswijk Dorp - sinds 1962

Stadswijkgegevens 2008: stadswijk Dorp
Wijknummer:
Oppervlakte:
Eerste paal:
Aantal woningen:
Aantal inwoners:
12
101 ha
1962
2.300
4.537

De stadswijk Dorp vormt de eerste naoorlogse uitbreiding van Zoetermeer. Het wordt begrensd door het Wilhelminapark, de Dorpsstraat, de Schinkelweg, Den Hoorn, de Bleiswijkseweg in het noorden, de Binnenweg/Rokkeveenseweg in het oosten, de A12 in het zuiden en de Delftsewallenwetering in het westen. In de stadswijk werden vijf woonbuurten gerealiseerd: de Oorlogsheldenbuurt (I), de Oranjebuurt (II), de Zeeheldenbuurt (III), de Schildersbuurt (IV) en de Dichtersbuurt (V). De historischeStationsstraat markeert tevens het verschil in het karakter van de buurten aan weerszijden: het gebied ten oosten in de nabijheid van de fabrieken is opgezet als eenvoudige woonwijk (I, III en IV), het deel ten westen en met name de Oranjebuurt (II), was 'in zekere mate' bedoeld als middenstandswijk. Aan de zuidkant werd langs de A12 een sportpark aangelegd en aan de Binnenweg een begraafplaats. Ernaast was een industrieterrein gepland.

Het uitbreidingsgebied van de stadswijk Dorp.

Al in 1936 werd een uitbreidingsplan, vervaardigd door het stedenbouwkundig adviesbureau van het Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland, door de gemeenteraad vastgesteld. Door de sterke groei van met name Zegwaart was er grote behoefte aan nieuwe bouwgrond ontstaan. 'Gezien de loop der bevolking van Zoetermeer en Zegwaart als centrum van de polder, de gunstige ligging ten opzichte van 's-Gravenhage, Leiden, Alphen, Boskoop, Gouda, Rotterdam en Delft, die allen in een cirkel van 15 à 20 km. rond de kom dezer gemeenten gelegen zijn, de gunstige ligging ten opzichte van trein, water en landwegen ligt de verwachting voor de hand dat in de toekomst een aanmerkelijke ontwikkeling zal ontstaan', schreef het Instituut met vooruitziende blik. Directeur van het Instituut was W.F. Schut, dezelfde die later deel uit zou maken van de werkgroep ontwikkeling Zoetermeer die aan de wieg stond van de groeikern.

Het insect met de drie poten.

Tot uitbreiding kwam het pas na de Tweede Wereldoorlog. Het herziene uitbreidingsplan werd in 1947 vastgesteld. De herziening was onder meer nodig vanwege de mogelijkheid tot vestiging van industrie, de vraag waar het busbedrijf Citosa moest worden gevestigd en nadere bepalingen omtrent de tuinbouw, 'aangezien de gemeente niet zonder meer het landelijk gebied bij stukjes en beetjes aan de onaesthetische glascultuur wenscht te zien prijs gegeven'. In 1954 volgde een herziening in onderdelen. Ook nu weer waren nieuwe wensen en behoeften naar voren gekomen. Citosa had zich bijvoorbeeld elders gevestigd. De omvang van het plan was gebaseerd op de verwachting voor 1980. Het inwonertal werd toen geschat op 9.000 (in 1954 bedroeg het aantal 6.695).

De gemeente Zoetermeer, ontstaan op 1 mei 1935 door samenvoeging van de gemeenten Zoetermeer en Zegwaart, bestond toen uit een dorpskern, de Dorpsstraat, waaruit verbindingswegen met lintbebouwing richting Den Haag (de Voorweg), Benthuizen (de Zegwaartseweg) en Delft (de Stationsstraat) liepen, in die tijd getypeerd als 'een insect met drie poten'. De oude dorpskern heeft zich redelijk kunnen handhaven in de nieuwbouwstad Zoetermeer die na deze eerste uitbreiding en vooral na de aanwijzing tot groeikern in 1962 ontstond. Al scheelde het niet veel: in de jaren zestig had men het plan opgevat de gehele Dorpsstraat te slopen en als herontwikkelingsgebied op te nemen in het nieuwe stadscentrum.

De Dorpsstraat is niet de oudste straat van Zoetermeer, dat is de Broekweg die waarschijnlijk al in de tiende eeuw onderdeel uitmaakte van de eerste ontginningen. De bewonerskern verplaatste zich in de dertiende eeuw naar de huidige Dorpsstraat. In feite waren er twee Dorpsstraten: een westelijke in Zoetermeer en een oostelijke in Zegwaart. Bij de grens van de beide dorpen stond de kerk. Na de samenvoeging in 1935 werd het één Dorpsstraat. De beide Dorpsstraten werden oorspronkelijk gekruist door de Leidse- en de Delftsewallenwetering en met elkaar verbonden door een brug. Toen in de jaren zestig van de negentiende eeuw de weteringen in dit gedeelte werden gedempt, verdween de brug. De Dorpsstraat ligt op een pakket niet afgegraven veen. Het veen in het omliggende gebied is in de loop van de eeuwen afgegraven en daarom ligt de Dorpsstraat nu hoger. Rondom loopt een ringvaart, bestaande uit de Buurvaart en de beide Dobben; de Grote Dobbe aan de kant van Zoetermeer die pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw zijn huidige omvang heeft gekregen en de Kleine Dobbe aan de kant van Zegwaart. Het water zorgt ervoor dat de op het veen gebouwde huizen niet verzakken. Water en groen omringen als een gordel het Dorpsstraatgebied, waarin de wegen van de Dorpsstraat en de Leidsewallen/Delftsewallen een stenen kruis vormen. Het merendeel van de bebouwing dateert uit de negentiende en twintigste eeuw. Enkele stammen uit de achttiende eeuw en de oudste zijn zeventiende eeuws. Uit de middeleeuwse periode is vrijwel niets bewaard.

In de Zoetermeerse Dorpsstraat staan vijf rijksmonumenten en achtentwinitg gemeentelijke monumenten. In het type gebouwen is duidelijk een verschil te zien tussen het Zoetermeerse deel en het Zegwaartse deel. Zoetermeer was rijk en welvarend en in dit deel van de Dorpsstraat zijn dan ook de vrijstaande herenhuizen en villa's te vinden, gelegen in riante tuinen. Zegwaart was een dorp van kleine handelaren en de middenstand. De kleinschalige bebouwing met winkels, cafés en ambachtelijke bedrijven is hier aaneengesloten.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
Afbeeldingen: Gemeente Zoetermeer

De ontwikkeling in fases
in de stadswijk Dorp
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Dorp
Het groen en water
in de stadswijk Dorp
Het bebouwingsbeeld
in de stadswijk Dorp
 
De architectuur
in de stadswijk Dorp
De ontwikkelingen na 1970
in de stadswijk Dorp
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Dorp