De stadswijk Meerzicht - de ruimtelijke opzetOok de stadswijk Meerzicht is net als de stadswijken Palenstein en Driemanspolder een duidelijk omgrensde stadswijk, die nauwelijks een ruimtelijke relatie heeft met de andere stadswijken. Aan de noordzijde vormt de Voorweg de begrenzing, aan de oostzijde de Afrikaweg als onderdeel van de H-structuur, aan de zuidkant een parkzone en de rijksweg A12 en aan de westkant het Westerpark. Daarnaast strekt zich tot aan de gemeentegrens met Leidschendam een open polderlandschap uit. Centraal in de stadswijk ligt het wijk- en winkelcentrum, dat omzoomd wordt door hoogbouw en waar de Sprinterlijn doorheen loopt met aan weerszijden een halte. Hieromheen liggen vier stadswoonwijken, van elkaar gescheiden door groenzones. De stadswijken worden ontsloten door een brede verbindingsweg, de Meerzichtlaan, die vanaf de Afrikaweg dwars door de stadswijk over de Voorweg naar de Amerikaweg loopt. In het noordoosten bevindt zich de hoogbouw in de vorm van langgerekte, haakse of geknikte flats. De hoogbouw is even massaal als in de stadswijken Palenstein en Driemanspolder, maar vormt geen scherm langs de rand voor achterliggende laagbouw. De flats zijn gesitueerd in een parkachtig landschap met fraai gevormde waterpartijen en afwisselende boomgroepen. Dit deel is grootschalig en ruim opgezet, nog geheel volgens de functionalistische principes van het Nieuwe Bouwen. Alleen staan de flats wel erg dicht op de historische Voorweg, waardoor het landelijke karakter van de weg met zijn vrije open ruimtes daar is aangetast. De bouw van de flats heeft dan ook een paar boerderijen gekost. "We bouwen nog net niet op het asfal", constateerde een raadslid destijds. Maar al tijdens de bouw werd de enorme massaliteit en anonimiteit van de hoogbouwflats ter discussie gesteld. Het resultaat is dat men omschakelde naar een groter percentage laagbouwwoningen. De stadswijk Meerzicht is dan ook de laatste stadswijk met hoogbouw van de groeikern Zoetermeer. Globaal vormt de Meerzicht aan de scheidingslijn tussen de hoog- en de laagbouw. De verschillende buurten zijn opgezet als op zichzelf staande stadswijkjes, waarin de wegen doodlopen op pleintjes en nauwe achterpaadjes slechts verbindingen verzorgen voor voetgangers. De gekozen structuur voor de stadswijk Meerzicht is de boomstructuur met de Meerzichtlaan als de stam van waaruit de buurtontsluitingswegen zich vertakken tot kleine twijgjes. Het duidelijkst komt dit tot uiting in de Landenbuurt.
De laagbouw in de stadswijk Meerzicht laat zich onderscheiden in een aantal woonbuurten met ieder hun eigen karakter, die geïsoleerd ten opzichte van elkaar liggen. De Bossenbuurt bestaat uit twee kleine buurtjes die worden gekenmerkt door rijen eengezinshuizen met langskap. Zij zijn als open bouwblokken haaks of evenwijdig verkaveld en aan pleintjes of voetpaden gelegen. Aan de noordzijde van de Bossenbuurt wordt de laagbouw omzoomd door twee blokken terrasflats, de zogenaamde zoomwoningen, van drie lagen hoog. Langs de rand van het laagbouwgedeelte van de Bossenbuurt staan twee galerijflats aan het Zalkerbos en het Savelsbos. Dit zijn de enige twee hoogbouwblokken die in deze buurt zijn overgebleven na de gewijzigde stedenbouwkundige opzet, waarbij de geplande andere hoge woongebouwen in totaliteit zijn vervangen door eengezinswoningen. Beide laagbouwbuurtjes kennen een stedenbouwkundig element dat afwijkt van de hier verder rechtlijnige wegstruc tuur. In het noordelijke deel is dat het halve ovaal van het Tellingerbos, dat omzoomd wordt door carports en in het zuidelijke gedeelte het Scheveningsebos, dat als enige verbindingsweg zigzag door de buurt loopt en eindigt in een rotonde. De Waterbuurt in de zuidoostelijke hoek bestaat voor het merendeel uit eengezinswoningen, waar een gedeelte ervan, langs de Meerzichtlaan en het Bredewater, behoort tot de hoogbouw. De structuur van de laagbouw is rommelig en onsamenhangend. Er is een mix van allerlei verkavelingsvormen toegepast met een afwisseling van open en halfopen blokken en rijen garages. De huizen staan, afwisselend met de voor- en achterkant, aan smalle woonpaden, aan pleintjes en aan de buurtwegen. Vooral de pleintjes die aan een kant omzoomd zijn door garages en als parkeerplaats dienen, nodigen niet uit als verblijfsruimte, zoals het Kooienswater. Langs de rand aan de kant van de Sprinterlijn staat vrijstaande, individuele bebouwing. Aan de andere kant tussen het Bredewater en de Afrikaweg ligt, verstopt in het groen een kantorenstrook. Het beeld van de Landenbuurt ernaast toont meer samenhang. De buurtontsluitingswegen lopen diagonaal door de stadswijk en vertakken zich tot kleinere eenheden. De eengezinswoningen zijn rond pleintjes gesitueerd en met hun voorzijde hierop georiënteerd. Zo fungeren de pleinen meer als verblijfsruimte dan in de Waterbuurt. In het noordoostelijke gedeelte is aan het Fivelingo een strokenverkaveling toegepast met woonpaden tussen de huizen. Op een paar plaatsen dringen groene lobben vanuit het Westerpark en de parkzone langs de rijksweg A12 tot ver in de stadswijk. Sterk afwijkend is het zuidwestelijke deel, de buurt met de bekende koepelwoningen van Benno Stegeman. De blokvormige woningen met hun oranje koepels zijn verspringend ten opzichte van elkaar geschakeld en worden afgewisseld met groepjes vrijstaande of halfvrijstaande woningen met kap. Openbaar gebied met fraai vormgegeven pleintjes en privé-gebied lopen naadloos in elkaar over of liever gezegd liepen, want hier en daar zijn in de stadswijk de privé-tuinen inmiddels afgeschermd met groen, hekjes of schuttingen. De buurt is zo opgezet dat men als fietser of als wandelaar gemakkel jk ong merkt op particuliere grond terechtkomt. De auto voor de deur parkeren is veelal niet mogelijk. De bewoners kunnen hun auto kwijt in vier parkeergarages, die half verdiept liggen en omkleed door groen in het woonmilieu zijn opgenomen. Langs de rand van de koepelbuurt staat individuele vrijstaande bebouwing. De aangrenzende Bergenbuurt wordt door een brede strook groen en water gescheiden van de Landenbuurt. Ze zijn alleen via een brug tussen de Westergo en de Berglaan met elkaar verbonden. Deze buurt bestaat uit twee delen. Het zuidelijke deel met voornamelijk eengezinswoningen bezit een vergelijkbare verkaveling als de Landenbuurt met rijen open bouwblokken en stroken. Alleen langs de Meerzichtlaan staan enige vier- en drielaags flats. De laagbouwwoningen zijn voor het merendeel met de voorzijde op de straten en pleinen georiënteerd. De laatste zijn overigens meer pleinvormige verbredingen van de straat dan echte pleinen. Het noordelijke gedeelte heeft een heldere structuur, in vier woongedeelten opgedeeld, die rond vier ontsluitingswegen liggen. Hier is de bebouwingsdichtheid door het toepassen van woondekken op halfverdiepte parkeergarages hoger. De ontsluitingswegen eindigen in een rotonde binnen de U-vormig opgezette dekken. Daaromheen staan rijen eengezinshuizen waar groene speelterreinen en boomgaarden tussen liggen. Langs de gehele rand aan de kant van het Westerpark staat individuele bebouwing. Aan de noordzijde van de stadswijk Meerzicht ligt de historische zone. Het gebied wordt gekenmerkt door een open lineaire structuur, gevormd door de Voorweg en de wetering met doorkijkjes dwars op de Voorweg. Op een paar plaatsen wordt de historische rechte lijn van de Voorweg onderbroken. Twee maal gebeurt dat door de Sprinter. Aan de westzijde buigt de Voorweg in een nieuw traject met de Sprinter mee en vervolgt pas een eind verder zijn oude tracé. De wetering loopt wel rechtdoor. Bij het Sprinterstation Voorweg is de Voorweg omgelegd en uitgebreid tot parkeerterrein, alleen als fietspad loopt hij rechtdoor. Als derde onderbreekt de Meerzichtlaan de Voorweg, waarvoor tevens een boerderij moest worden opgeofferd. De bij de boerderij behorende arbeiderswoning werd wel gespaard, de Meerzichtlaan loopt er net langs. Aan de zuidkant loopt de Voortocht, die bij de verkaveling van de Driemanspolder is gegraven. Deze is in het gedeelte ten westen van Hofstede Meerzigt nog intact, ten oosten hiervan, langs de Zonnenberg, is de Voortocht vergraven tot een brede vijverpartij in een landschappelijke setting. Het gebied ten westen van Hofstede Meerzicht is een open weidelandschap. Hier zijn elementen van het oude landschap terug te vinden in de vorm van de Voortocht, de kavelsloten, een boomgaard, de knotwilgen en elzensingels. Aan weerszijden van de Voorweg ligt kleinschalige bebouwing, bestaande uit boerderijen en vrijstaande woningen, die vlak aan de weg zijn gesitueerd. Alleen Hofstede Meerzigt ligt op afstand aan het eind van een lange oprijlaan. De bebouwingsdichtheid is laag. De gebouwen zelf hebben een sterk individueel karakter en zijn allen georiënteerd op de Voorweg. Aan de noordkant is de bebouwingsrichting loodrecht of evenwijdig aan de Voorweg, aan de zuidkant iets gedraaid, volgens de richting van de oude polderverkaveling. Na de bouw van de stadswijk Meerzicht bleef nog een zogenaamde witte vlek over, een reserveterrein aan het Monnikenbos naast het winkelcentrum. Hier werden in 1985-1987 twee torenflats gebouwd naar het ontwerp van architektenbureau G. Geluk en J.G. Treurniet uit Vlaardingen, die werden gecombineerd met een laag haakvormig flatgebouw dat twee kanten van het terrein omsluit naar het ontwerp van het bureau voor architektuur en woonomgeving Broor S. Adema uit Dokkum. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| ||||||||||||||