De stadswijk Noordhove - de ontwikkeling in fases

De ontwikkeling van de stadswijk Noordhove is in twee etappen verlopen met een lang intermezzo. Het westelijke deel (Noordhove I) werd in de tweede helft van de jaren tachtig gebouwd, de noordelijke en oostelijke rand (Noordhove Afronding) in de tweede helft van de jaren negentig. Noordhove I heeft daarbij nog een valse start gekend, die is terug te voeren op onenigheid met de provincie Zuid-Holland over de ligging en omvang van deze vijfde stadswijk van Zoetermeer. Het eerste, kant-en-klare plan uit 1982 door de provincie Zuid-Holland, die opkwam voor het behoud van het Groene Hart, werd zonder pardon over boord gezet. De stadswijk was te groot en drong te ver het groene gebied in. Het plan bestond uit gesloten bouwblokken geordend langs lange assen, volledig uitgevoerd in laagbouw. In 1984 vond de herstart van de ontwikkeling van de stadswijk Noordhove plaats met een nieuw plan en nieuwe uitgangspunten, omdat de ontwerpers tot de conclusie waren gekomen dat een bouwblokkenstad en laagbouw moeilijk te verenigen zouden zijn.

Het nieuwe plan diende flink te worden afgeslankt: van het plangebied van 270 hectare mocht in eerste aanleg slechts 70 hectare worden bebouwd. De ontwerpers Frans Marks en Ton Hinse wilden lessen trekken uit de reeds gerealiseerde stadswijken van Zoetermeer, zoals in deze stad traditiegetrouw bijna elke stadswijk een reactie was op de voorgaande. De kleinschaligheid van de voorgaande stadswijken werd in de ban gedaan, mede onder invloed van de indertijd spraakmakende Delftse hoogleraar en architect Carel Weeber, een notoire tegenstander van kleinschaligheid. Daarvoor in de plaats kwam 'rationele stedenbouw' (de 'objectieve' stad), het ontwerpen van het patroon van de stadswijk vanuit functies en het oorspronkelijke landschap, in combinatie met een uitdrukkelijke 'compositie' van de stadswijk. De ontwerpers streefden naar verwetenschappelijking van het ontwerp. De nieuwe wet Geluidshinder, die exacte getallen voor toegestane verkeersstromen hanteerde, diende zich aan. Maximaal mochten 2.250 voertuigen per etmaal een weg passeren zonder dat extra maatregelen in de vorm van geluidsschermen en dergelijke vereist werden. "Dat gegeven leidde tot een bijna mathematisch, wiskundig spel, waardoor het patroon van ontsluitingen, water en groen en de grootte van de buurten (minimaal 300 woningen), die daaruit resulteerden, ontstonden", zo legt Frans Marks, destijds stedenbouwkundige in Zoetermeer uit. Ook het krappe budget heeft een grote invloed gehad op de plannen voor Noordhove I. De economie zat in het slop en bovendien wilde de politiek uitdrukkelijk een stadswijk die zonder zogenaamde locatiesubsidie, een rijksbijdrage, zou worden gebouwd. Er mochten geen grondexploitatietekorten ontstaan, dus het plan werd steeds efficiënter ontworpen, ook al om te voldoen aan de krappe rijksnormen, 'worgnormen' zoals zij indertijd werden genoemd (zoals bijvoorbeeld de maximale grootte van buurtgroen).

Naast de reguliere groeikernsubsidies kon de gemeente Zoetermeer beschikken over een andere geldbron: de zandwinning in de Zoetermeerse Plas. Met het geld dat het kostbare eigen zand opleverde kon de ophoging van de stadswijk Noordhove, maar ook de aanleg van de Noordhovese- en Benthuizerplas worden bekostigd. Het resultaat was een uiterst rationele en efficiënte stadsuitleg, waarvan het 'Bestemmingsplan Noordhove' in 1985 in de gemeenteraad werd vastgesteld. Noordhove zou een stadswijk worden bestaande uit vijf strakke zones aan weerszijden van een driehoekig park, met vrijwel alleen laagbouw, omdat zowel Benthuizen als enkele fracties in de Zoetermeerse politiek geen hoogbouw wilden. De stadswijk Noordhove werd in rap tempo gebouwd. In 1988 begon de bouw en medio 1991 telde destads wijk al 6.389 inwoners in 1.768 eengezinswoningen en 300 meergezinswoningen, maar in kwalitatief opzicht deden zich complicaties voor.

Meerdere onderdelen uit het plan zijn niet uitgevoerd zoals ze door de ontwerpers bedacht waren. Zo wilden de woningbouwverenigingen geen zakelijk rationalistisch plan, maar daarentegen 'Seghwaertse woningtypen' met kappen. Voor de relatief dure 'dropjes van Hinse', luxe urban villa's langs de plas, was in deze economisch zwakke periode de tijd nog niet rijp. De aanleg van de lobben in de Noordhoveseplas, die met dure villa's bebouwd hadden moeten worden, stagneerde omdat er in de stadswijk Buytenwegh de Leyens nog vrije-sectorkavels te koop waren en de gemeente niet met zichzelf wilde concurreren. "Toen het uiteindelijk aan snee kwam, was de markt zo veranderd dat de uitzinnigheid toesloeg", meent Ton Hinse, destijds stedenbouwkundige in Zoetermeer. Het driehoekige gebouw dat geprojecteerd was op de scherpe punt waar de Lijnbaan en Lommerbaan elkaar ontmoeten, is er niet gekomen. De vereiste grote overspanning van het atrium in dat gebouw was te kostbaar. In plaats daarvan staat er nu een smaller, geknikt gebouw en een op de Zwitserse architect Botta geïnspireerde ronde kerk. De Lommerbaan is gedegradeerd tot een zijweg van de Lijnbaan. Ook het geplande ruime winkelcentrum in de vorm van een mall gericht op het park is nooit gerealiseerd. Het was al moeilijk genoeg om voor deze kleine stadswijk een ontwikkelaar te vinden voor een bescheiden, traditioneel naar binnen gekeerd winkelcentrum. Veel op de zon gerichte lange strokenverkavelingen sneuvelden eveneens. De ontwikkelaars kwamen met tegenvoorstellen die meer woningen opleverden en beter verkoopbaar waren: korte blokjes van acht woningen met een optimale relatie tussen bouwkosten, efficiency en kleinschaligheid. Zelfs Weeber, nu in de rol van architect en indertijd toch de kampioen van grootschaligheid, heeft zich hieraan 'bezondigd'.

Noordhove Afronding

Tussen het ontwikkelen van de eerste tranche van Noordhove en de tweede, de zogenaamde afronding, zitten tien jaar. De stadswijk Rokkeveen ging immers, zo was de afspraak met de provincie en het rijk, voor. Ondertussen waren de maatschappelijke omstandigheden, vakmatige opvattingen en ambtelijke verhoudingen grondig veranderd. Het begrip groeikern had plaatsgemaakt voor V.I.N.E.X. stadswijk, waarvan er in de regio Haaglanden vele waren voorzien. "De ideeën, methoden, doelgroepen en bouwopgaven waren allemaal anders", stelde Richard Visscher, de destijds pas afgestudeerde stedenbouwkundige die in 1994 het stokje overnam. De voortrekkersrol bij het ontwikkelen van de stadswijk lag in de jaren tachtig bij de afdeling Ruimtelijke Ordening, maar kwam daarna bij het grondbedrijf te liggen. Daarmee was de systematiek en de bijbehorende gang van zaken waarmee stadswijk Noordhove deelpan 1 was gerealiseerd achterhaald. Vanaf het midden van de jaren negentig was het vaak zo dat al vóór het plan er was, de ontwikkelaar bekend was. Deze kreeg een 'hapklare brok' aangeboden: een afgegrensde ruimtelijke eenheid, die 'financieel zijn eigen broek kon ophouden'. Dit vereiste een geheel nieuwe stedenbouwkundige benadering: raamwerkstedenbouw. Daarin werd een scherp onderscheid gemaakt tussen de vele invullingen en dat wat deze bijeenhoudt, het raamwerk, zoals bij een levend wezen het skelet het hele lichaam overeind houdt. Terwijl de invulling van de deelplannen meer op zichzelf kon staan en afhankelijk van de plek en ligging kon worden opgelost, verdiende het samenbindende raamwerk, als plaats van 'het collectieve geheugen', alle ruimte en aandacht. Dat was, herinnert Visscher zich, een voortdurend gevecht om vierkante meters. Om zijn functie goed te kunnen vervullen heeft het raamwerk continuïteit en een zekere eenvormigheid nodig. Een consequente maatvoering en materialisering dragen daaraan bij. Ook water en groen werden strategisch ingezet om een gepast antwoord in de woningbouwplannen af te dwingen. Maar anderzijds werd soms ook bewust beïnvloeding van deelplannen losgelaten. In de planontwikkeling zijn de aanwezige 'ankerpunten', zoals de krachtige lange lijnen, opgepakt en doorgetrokken. Een belangrijke is die in het verlengde van de Lijnbaan, waaraan de 'voorzieningenstrip' is gelegd, en de Planbaan langs de Zoetermeerse Plas. Bijzondere aandacht kreeg de aanhechting aan de bestaande omgeving; aan zowel de stadswijk Noordhove deelplan I als aan de Zegwaartseweg.

De ontwikkeling van de deelplannen, die afgezien van deelplan 2 van noord naar zuid werden uitgevoerd, heeft per plan zijn eigen geschiedenis. Op het Noordhove-eiland verschenen op 60 vrije-sectorkavels onder de directe hoede van de welstandscommissie, dit om bebouwing met cataloguswoningen te voorkomen, de ene na de andere uitzonderlijke woning. Bij het tweede waterrijke deelplan, de vesting, werd juist een hoge woningdichtheid nagestreefd. Het wateroppervlak is er meegeteld als 'normatief groen'. De groenloze nauwe straatjes en hoge woningdichtheid zijn een direct gevolg van deze grondpolitiek. Om het ingewikkelde plan met uiteenlopende woningtypen financieel haalbaar te maken is het oorspronkelijke plan van M.V.R.D.V. door de projectontwikkelaar echter flink gekortwiekt. Het is tot dusver niet gelukt de voorzieningenstrip zijn naam waar te laten maken. IJsselbouw, één van de twee ontwikkelaars van de flats ter plaatse, heeft ook het luxe appartementengebouw dat in het water ligt gerealiseerd. Het toegevoegde restaurant is naar verluidt een persoonlijke'‘hobby' van de directeur van IJsselbouw, Koos de Jong. Het door de stedenbouwer daar gewenste verticale accent, mocht niet van Benthuizen, zodat er nu een visueel meer hinderlijke plaat ligt.

De ontwikkeling van de laatste deelplannen, 5, 6, 7 en 8 werd door de hoofdverkeersweg en het treintracé danig bemoeilijkt. Deelplan 6 is desondanks een geslaagd project omdat het een diversiteit aan typen bevat, de openbare ruimte consequent is ingericht en de oorspronkelijke bestemming, een boomgaard met opvallende windsingels, nog goed herkenbaar is. Helaas konden veel van de oude fruitbomen niet worden gehandhaafd. In dit deelplan is een experiment met duurzaam bouwen doorgevoerd, zowel wat betreft de inrichting van het openbare gebied met graskeien en wadi's, als in de woningen zelf. "Dat is de ene keer wel geslaagd, de andere keer minder". Dat wijt Visscher aan de kleine omvang van de projecten, waardoor het een 'emmer vol met kikker' leek, die soms moeilijk in het gareel te houden waren. Daarmee is Noordhove Afronding, op enkele kleine stukken en de verbinding met Oosterheem na, voorlopig voltooid. Door de onderbreking in de ontwikkeling is er in deze toch al kleine stadswijk een tweedeling ontstaan die zodanig is opgevangen, dat Noordhove niet geheel in twee delen uiteenvalt. Dat gevaar dreigt pas bij uitvoering van de spoorlijn naar Alphen aan den Rijn, maar de kans daarop is, zoals zich dat nu laat aanzien, voorlopig gering.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling in fases
in de stadswijk Noordhove
De historische infrastructuur
in de stadswijk Noordhove
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Noordhove
Het groen en water
in de stadswijk Noordhove
 
De architectuur
in de stadswijk Noordhove
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Noordhove
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Noordhove