De stadswijk Dorp - de ontwikkeling in fasesHet gebied van de uitbreiding ten zuiden van de oude dorpskern was geen maagdelijk gebied: er waren wegen met lintbebouwing en aan de zuidkant was Nutricia gevestigd. De Stationsstraat was de belangrijkste weg. Waarschijnlijk heette de weg in de middeleeuwen Kapellelaan, genoemd naar een kapel die in 1610 werd afgebroken. Na de bouw van een korenmolen kreeg het de naam Molenweg, welke naam al voorkomt vanaf 1502, dus al vóór de sloop van de kapel. Na de aanleg van de Molenstraat in 1929 werd de Molenweg omgedoopt in Stationsstraat, naar het station waar de straat sinds 1868 heen leidde. Bebouwing was er tot de eeuwwisseling nauwelijks. De Stationsstraat was een landelijk weggetje met aan weerszijden water en omzoomd door bomen. Er stonden een molen en enige boerderijen. De vestiging van Nutricia aan de Stationsstraat in 1896 gaf aanleiding tot de bouw van huizen. Er verschenen een stationskoffiehuis in 1907 en tussen 1907 en 1913 kleine blokjes arbeiderswoningen. In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw werd de straat als aangename woonplek ontdekt door de notabelen. Zo verrezen in de jaren voor de oorlog tientallen vrijstaande of twee-onder-een kap woningen, gesitueerd in ruime tuinen. Ook de Pelgrimskerk met pastorie werd in die tijd gebouwd. Haaks op de Stationsstraat kwamen twee zijstraten uit: de Vondelstraat, gevormd door tien arbeidershuisjes uit 1913 (aanvankelijk Kruiskade geheten) en de Molenstraat. De Molenstraat werd in 1929 aangelegd als eerste officiële uitbreiding van het dorp Zegwaart. De straat loopt uit op de plaats waar de molen aan de Stationsstraat staat en zo sprak men ook wel van de straat bij de molen. De meeste huizen dateren uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. De Rokkeveenseweg, die het uitbreidingsplan ten oosten begrenst, loopt vanaf Den Hoorn in zuidelijke richting tot de inmiddels verdwenen Landscheiding. De Landscheiding, een stelsel van aaneengesloten dijken tussen de waterschappen Rijnland, Schieland en Delfland, liep ten zuiden van de rijksweg A12 in de huidige stadswijk Rokkeveen. Met de bouw van deze stadswijk verdween een groot deel van de dijk. In 1295 werd Rokkeveen vermeld onder de naam Ruckenvene. Het gebied was toen een zelfstandige ontginning, waarvoor de huidige Rokkeveenseweg de basis vormde. Op een enkele boerderij na was er tot halverwege de negentiende eeuw geen bebouwing. Na de aanleg van de spoorlijn ontstond enige bebouwing rondom de overweg (ter plaatse van de huidige fietstunnel) en vanaf het einde van de negentiende eeuw werden er arbeidershuisjes gebouwd. Nutricia bezat daar twee boerderijen voor de eigen melkvoorziening: de Nutriciahoeve en de Lactohoeve aan de overzijde van het spoor. De Schinkelweg aan de noordkant ligt in het verlengde van de Dorpsstraat. De oudst bekende vermelding dateert uit 1449. Een schinkel of schenkel is een dijk die een hoek maakt met een bestaande dijk. De bestaande dijk waar de Schinkel in de middeleeuwen tegenaan werd gelegd, was de Zegwaartseweg/Rokkeveenseweg. Pas rond 1900 ontstond er bebouwing langs de Schinkelweg. De huizen die er nu staan dateren voor het overgrote deel uit de periode 1890-1910. Den Hoorn of in de volksmond 'De Horre' vormde tot halverwege de twintigste eeuw een afzonderlijke buurtschap. Hoorn betekent hoek en deze naam komt voor het eerst voor in 1611. Op Den Hoorn komen de Schinkelweg, Rokkeveenseweg, Bleiswijkseweg en Zegwaartseweg uit, een kruispunt van vier wegen ofwel vier hoeken. In het buurtschap waren kleine neringdoenden gevestigd. Er waren onder meer een herberg, een schoenmaker, een kruidenier, een bakker en een smid. Eeuwenlang markeerde de Delftsewallenwetering samen met de Leidsewallenwetering de grens tussen Zoetermeer en Zegwaart. De weteringen vormden van oorsprong een waterkering voor de eerste Zoetermeerse ontginningen vanaf ongeveer het jaar 1000. Beide waren oorspronkelijk met elkaar verbonden: het water liep dwars over het kruispunt met de Dorpsstraat. In de jaren zestig van de negentiende eeuw werd het water daar gedempt en werd de stenen brug verwijderd. Over de Delftsewallenwetering kon men heel vroeger Delft per schip bereiken, maar al omstreeks 1800 werd de vaarweg nauwelijks meer gebruikt en toen de spoorlijn in 1868 over de Delftsewallenwetering was aangelegd, werd het definitief niet meer in gebruik genomen. Evenals de Leidsewallenwetering is de Delftsewallenwetering nu afgebroken. Voorheen liepen de Delftsewallen en de Leidsewallen ten zuiden van de A12 verder, sinds 1988 eindigen zij daar. In 1954 werd het plan tot herziening van het uitbreidingsplan in onderdelen vastgesteld. Het bestond uit drie delen: de Oorlogsheldenbuurt, de Oranjebuurt, de Zeeheldenbuurt en de Schildersbuurt. De Dichtersbuurt werd als laatste op een herzieningsplan uit 1956 aangegeven. De Oorlogsheldenbuurt, de buurt tussen de Schinkelweg/Den Hoorn en de Molenstraat, werd als eerste gebouwd vanaf ongeveer 1948. Het was ten tijde van de vaststelling van het uitbreidingsplan in onderdelen al voor een belangrijk deel tot uitvoering gekomen. De straten in de buurt werden genoemd naar gestorven oorlogshelden. In opdracht van de Algemene Woningbouwvereniging Beter Wonen, de katholieke woningbouwvereniging De Goede Woning en de gemeente Zoetermeer werd een groot aantal woningwetwoningen (arbeiderswoningen) gerealiseerd, waaronder enige duplexwoningen. De laatste vertegenwoordigden een bijzonder type dat in 1946 in opdracht van het rijk was ontwikkeld om het woningtekort sneller te kunnen verminderen. De duplexwoning was een krappe tweegezinswoning (met een gezin beneden en een gezin boven) die, wanneer het woningaanbod weer ruimer zou worden, eenvoudig omgebouwd zou kunnen worden tot een eengezinswoning. Beter Wonen bouwde in 1950-1951 acht duplexwoningen (twee blokken van vier) aan de Jan Hoornstraat en drie duplexen aan de Schoolstraat. Ook aan de Molenstraat en aan de Cornelis van Eerdenstraat werden duplexwoningen gebouwd. In 1958 verrees de eerste galerijflat in Zoetermeer aan de John McCormickstraat, bestaande uit drie bouwlagen met souterrain. Het terrein rondom de flat werd voorzien van beplanting en de kleuters kregen de beschikking over een zandbak en een klein klimrek. Ten behoeve van het personeel van de KLM werden in 1959 15 woningwetwoningen gebouwd aan het Wilgenplein. Bij de straat naar de Schinkelweg (nu de Schoolstraat) werd een aantal scholen geconcentreerd (twee scholen voor landbouwonderwijs, één school voor het lager onderwijs en één voor het uitgebreid lager onderwijs met gymlokaal). Tevens werd voorzien in een badhuis aan de Badhuisstraat (nu 5 Meistraat). Oorspronkelijk was er een doorgaande verbinding gedacht van de Rokkeveenseweg naar de Vlamingstraat via de Meidoornlaan/Julianalaan. Dit tracé werd in 1956 meer naar het zuiden verlegd via de Karel Doormanlaan/Oranjelaan, zodat een rechtstreekse aansluiting van de Meidoornlaan op de Julianalaan niet meer nodig was. De Meidoornlaan werd in plaats daarvan naar het noorden toe afgebogen richting de Stationsstraat. De uitbreiding ten zuiden van de Molenstraat omvatte de bouw van woningwetwoningen, de meeste in opdracht van de gemeente Zoetermeer. Dit werden de Zeeheldenbuurt en de Schildersbuurt. Rondom dacht men aan een beplantingsrand, in het zuiden met het doel de woonwijk te scheiden van het industrieterrein dat gepland was op het land van de boerderij Ruimzicht en in het oosten als beëindiging van de bebouwing. In het groen, verspreid tussen de bouwstroken werden enige speelvelden geprojecteerd. Een groot aantal kleine dwarsstraten verbindt de hoofdstraten van de Zeeheldenbuurt, de De Ruyterstraat en de Karel Doormanlaan. De eerste huizen werden in 1956 door de gemeente Zoetermeer gesticht ten behoeve van de industrieën Nutricia, Van der Spek en Zephyr aan de De Ruyterstraat en de Heemskerckstraat. Het waren premiewoningen, gebouwd met premie van het ministerie van wederopbouw en volkshuisvesting. In het midden van de wijk werd aan het Piet Heinplein in de jaren zestig een klein buurtwinkelcentrum gerealiseerd. De bebouwing bestaat uit gestapelde bouw van vier lagen aan één van de lange zijden. De winkels bevinden zich op de begane grond. Aan de overzijde staan een blokje eengezinshuizen en de gereformeerde kerk Het Kompas (1955/1956). De gestapelde bouw van vier lagen op een onderbouw met berging verrees aan de Van Brakelstraat. Een partiële herziening van het uitbreidingsplan uit 1960 vormde de afronding van de zuidoostelijke hoek van de dorpsuitbreiding. Aan de Karel Doormanlaan kwamen drie blokken van vierlaags gestapelde bouw op een onderbouw en een aantal blokken eengezinshuizen. Speelterreinen, plantsoen en losse autoboxen hoorden erbij. In aansluiting aan de Zeeheldenbuurt werd de Schildersbuurt gebouwd, ten zuiden van de Karel Doormanlaan. Oorspronkelijk was voorzien in een verbinding tussen de Gerard Doustraat (de straat die de zuidzijde van de buurt begrenst) en de Rokkeveenseweg, maar dit plan kwam te vervallen bij een wijziging uit 1958. De Gerard Doustraat loopt nu dood. In dit als middenstandswijk bedoelde gebied ten westen van de Stationsstraat was een nieuw raadhuis geprojecteerd aan de Delftsewallen, ongeveer op de plaats waar nu de Morgensterkerk staat. In het centrum was een plein gedacht met een belangrijk openbaar gebouw (cultureel, sociaal of onderwijs). Parallel aan de Buurvaart langs de Dorpsstraat zou een rechte gracht komen. Langs de kaderand werd groen ontworpen 'teneinde de minder fraaie achterzijde van bebouwing langs de Dorpsstraat aan het oog te onttrekken'. De Julianalaan was bedoeld als onderdeel van een doorgaande verbinding tussen de Rokkeveenseweg en de Vlamingstraat over de Delftsewallen heen. In de herziening uit 1956 werd de brug over de wallen iets naar het zuiden verschoven zodat niet de Julianalaan maar de verlengde Karel Doormanlaan (Oranjelaan) tot hoofdverkeersweg werd gemaakt. Het raadhuis en het plein kwamen er niet en de 'rechte gracht' werd later het Wilhelminapark met de serpentin vijver (daterend uit 1950-1951) aangelegd naar ontwerp van J.T.P. Bijhouwer. De westrand langs de Delftsewallen was oorspronkelijk bedoeld voor woningen, maar werd bij de herziening uit 1956 gereserveerd voor verschillende scholen. In het jaar 1971 werd in deze strook aan de Van Stolberglaan een Bad- en Sportcentrum gebouwd, later De Driesprong genaamd. De eerste huizen in de Oranjebuurt werden vanaf 1951 gebouwd. Aan de Julianalaan verrees in 1955 een kerkgebouw, de Adventskerk. De Oranjelaan fungeerde als winkelstraat. Hier staat aan een kant gestapelde bouw van twee en drie lagen met winkels eronder. De Dichterswijk, waarin opgenomen de Vondelstraat met de kleine arbeiderswoningen uit 1913, werd gebouwd als resultaat van de herziening uit 1956, die nodig was geworden door de snelle groei van de gemeente. Langs de zuidelijke rand staan drie blokken van drie lagen op een onderbouw met berging, waartussen twee blokjes eengezinshuizen zijn gesitueerd. Gestapelde bouw staat ook aan de Vondelstraat, de Perkstraat, de Kloosstraat en de Frederik Hendriklaan waartussen zich groengebieden bevinden. Deze blokken zijn gerealiseerd als gevolg van weer een herziening uit 1959. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| ||||||||||