De stadswijk Stadscentrum - de historische infrastructuurDe wijk Stadscentrum ligt vrijwel geheel in de Nieuw Drooggemaakte Polder, waar ook de stadswijken Buytenwegh de Leyens, het Buitenpark en de Zoetermeerse Plas deels in liggen. De polder wordt begrensd door de Leidsewallenwetering, de Voorweg, de dijk van de Zoetermeerse Meerpolder en de Elleboogse wetering boven de Zoetemeerse Plas. Vanaf 1670 zijn stap voor stap de uitgestrekte plassen rondom het tweelingdorp Soetermeer-Zegwaart, die waren ontstaan door 'vervening', het uitsteken van de poldergrond voor het winnen van turf, weer drooggemalen en als landbouwgrond uitgegeven. De Nieuw Drooggemaakte Polder is de laatste van deze reeks inpolderingen. Het gebied, drooggemalen met behulp van vier windmolens, viel in 1771 droog. Het peil van het land ligt ongeveer 5 meter beneden N.A.P. (Nieuw Amsterdams Peil), ruim drie meter onder het niveau van de Leidsewallenwetering en het water van de Voorweg. In tegenstelling tot de stadswijken Buytenweg de Leyens en Seghwaert, waar zo veel mogelijk restanten van het oude polderlandschap (dwarstochten, sloten, boomgaarden, windsingels) in het stedenbouwkundig plan zijn opgenomen, is dat in de stadswijk Stadscentrum nauwelijks gebeurd. Dat zou hier ook bijzonder moeilijk geweest zijn, gezien de stedelijke opzet, de hoge bebouwingsdichtheid en vaak forse ophoging. Maar ook in de woonbuurten van de stadswijk Stadscentrum, de Griekse, Franse, Engelse en Ierse buurt, is er van de structuur van de oude polder slechts hier en daar iets overgebleven. De J.L. van Rijweg, die nu van de Voorweg over het viaduct naar de parkeergarage van het Stadshart loopt, is een restant van de vroegere weg met dezelfde naam, die voor de bouw van het stadscentrum liep vanaf de Voorweg naar de Zwaardslootseweg, waar hij overging in de Broekweg. Voor de oorlog was de J.L. van Rijweg gewoon het zuidelijkste deel van de Broekweg, één van de oudste nog bestaande wegen in Zoetermeer, mogelijk al uit de tiende eeuw. In de Ierse buurt, ten zuiden van de Voorweg, ligt het andere restant van het oude agrarische landschap. De singel ten zuiden van de Dublinweg is een gedeelte van een zeventiende-eeuwse tocht, een brede sloot die loopt van het ene naar het andere eind van een polder en die het water van alle dwarsslootjes opvangt en wegvoert. De Ierse buurt is, samen met de Leeuwenhoek kantorenlocatie, de enige buurt van het stadscentrum die in de Driemanspolder ligt, waarin ook de stadswijken Meerzicht en Driemanspolder zijn gebouwd en die in 1670 als eerste verveende plas is drooggemalen.
De landschappelijke elementen die de grenzen vormden van de oude polders en een cruciale rol speelden in de waterhuishouding of ontsluiting van het dorp zijn daarentegen wel bewaard gebleven, mede omdat zij hun oude functie nog steeds vervullen en de stadswijk fraai begrenzen. De Leidsewallenwetering is één van de oudste waterstaatkundige werken van Zoetermeer. Deze middeleeuwse 'wende' (een lage kade of dijk) speelde een rol in de vroegste ontginningsgeschiedenis van Zoetermeer en beschermde het pas ontgonnen en ingeklonken veen tussen de wetering en de Broekweg tegen instromend water vanaf de hoger gelegen 'wilde venen' aan de oostkant van de dijk. De wetering diende tevens als vaarweg naar Leiden en vormde de scheiding tussen de dorpskernen Zegwaart en Soetermeer, alwaar hij overging in de Delftsewallenwetering. De Voorweg heeft eveneens een zeer oude geschiedenis. Deze komt voor het eerst voor in 1295 en heette toen nog Kercweghe. De wetering werd in 1491 gegraven. In de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw werd de Voorweg een geliefde plek voor rijke burgers uit de stad om hun buitenplaats te bouwen. De Hofstede Meerzigt, nu een beschermd monument, is het mooiste voorbeeld hiervan (1677). Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw kregen deze buitenplaatsen geleidelijk aan weer de functie van boerderij of werden afgebroken. Aan het stuk Voorweg dat tot het stadscentrum behoort staan nog enkele fraaie boerderijen en woonhuizen uit de negentiende en vroeg-twintigste eeuw. Eén hiervan is de langhuisboerderij op nr. 54, uit 1895, met uitzonderlijk rijk besneden windveren aan de voorgevel. Naast de boerderij staat één van de imposantste rode beuken van Zoetermeer en is ouder dan het stenen huis. De Grote Dobbe tenslotte is eveneens een restant van het oude Zoetermeer, hoewel niet in de huidige vorm. Voor de vergroting in de jaren tachtig was dit slechts een kleine uitstulping van de Buurvaart. Bij de bouw van het stadscentrum is de dijk van de Grote Dobbe doorgestoken, waardoor de plas bijna drie keer zo groot is geworden en het water nu tot aan de Markt loopt. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| |||||||||||||