De stadswijk Seghwaert - de historische infrastructuur

De stadswijk Seghwaert ligt in de Palensteinse Polder, waar ook de stadswijken Palenstein en Noordhove in zijn gebouwd. De polder wordt ten oosten begrensd door de Zegwaartseweg en ten westen door de Leidsewallenwetering, beide landschappelijke elementen die een rol hebben gespeeld in de vroegste, middeleeuwse geschiedenis van Zoetermeer. De polder zelf is echter niet zo oud. Weliswaar zijn de veengebieden rondom de dorpen Soetermeer en Zegwaart al vanaf de elfde eeuw ontgonnen en voor landbouw geschikt gemaakt, al weer enkele eeuwen later groeven de dorpelingen hun veenakkers tot 'op de bodem' (de kleilaag) af om turf te winnen. Deze brandstof, feitelijk gedroogde veenplaggen, was erg gewild in de groeiende steden van Holland en was als inkomstenbron voor de plaatselijke bevolking onmisbaar. De tot meters diep afgegraven gebieden konden niet meer droog worden gehouden en gaandeweg kwamen grote stukken voormalig akkerland min of meer permanent onder water te staan, niet alleen rond Soetermeer, maar ook in grote delen van Holland. Omdat dit een steeds grotere bedreiging werd voor het land dat nog wel droog was, ging men vanaf eind zestiende eeuw over tot de droogmaling en inpoldering van het 'verveende' land en van natuurlijke meren en plassen. De Soetermeerse Meerpolder was beneden het IJ zelfs de eerste droogmakerij (1614-1616). Het gebied van de Palensteinse Polder is veel later drooggemalen, namelijk in 1759. De polder werd met nieuwe sloten en tochten doorgraven en gebruikt voor akkerbouw en fruitteelt. De overblijfselen van dit polderlandschap zijn in de stadswijk Seghwaert bewaard gebleven, mede omdat de ontwerpers van de stadswijk dit bewust hebben nagestreefd. Een deel van de voormalige Dwarstocht (Hoofdtocht) loopt nog steeds door de stadswijk en ook resten van poldersloten zijn nog altijd aanwezig, vooral tegen de Zegwaartseweg aan (zoals langs de Appelgaarde, Gerstakker en door de boomgaard). De boomgaard is het meest in het oogspringende overblijfsel van de agrarische geschiedenis van dit gebied. Ook de uit elzen of wilgen bestaande windsingels rondom de boomgaard, die de fruitbomen tegen harde wind moesten beschermen, zijn bewaard gebleven. Elders in de stadswijk zijn eveneens rijen elzen of wilgen in het stadslandschap opgenomen, zoals langs de Citroengaarde en de Erwtenakker. Aan de westzijde van de Palensteinse Polder stroomt de Leidsewallenwetering, een middeleeuwse waterloop die diende als vaarweg naar Leiden. De wetering scheidde de dorpen Soetermeer en Zegwaart van elkaar en ging ten zuiden van de dorpsbebouwing over in de vaarweg naar Delft, de Delftsewallenwetering. Oude bebouwing is langs het Seghwaertse deel van de wetering niet bewaard gebleven.

De Zegwaartseweg (eigenlijk een dijk) vormde de verbinding tussen Benthuizen en Zegwaart-Soetermeer en was in de Middeleeuwen de basis voor de ontginning van de veengebieden rondom Zegwaart. De dijk vormde vanaf 1370 de feitelijke landscheiding tussen de Hoogheemraadschappen Schieland en Rijnland en is altijd boven het verveende land blijven uitsteken (zoals alle dijken en wegen). Hoewel het er niet van af straalt, is de Zegwaartseweg rechtstreeks verbonden met een van de meest heroïsche perioden uit de vaderlandse geschiedenis, het ontzet van Leiden in de Tachtigjarige Oorlog. Een Soetermeerder heeft de Geuzen naar de Zegwaartseweg geleid, toen de Voorweg door de sterke Spaanse tegenstand onneembaar bleek. De Geuzen staken de dijk op enkele plekken door, waardoor de polders tot aan Leiden onderliepen en zijzelf konden doorvaren tot onder de Leidse stadsmuren. De bewering dat de twee bochten in de Zegwaartsewetering restanten zijn van deze daad is helaas een fabel. De wetering is pas gegraven bij de droogmaking van de Palensteinse Polder in de achttiende eeuw en om de bestaande boerderijen heen gegraven. Aan de Zegwaartseweg staan nog boerderijen en andere gebouwen uit de 'dorpse' geschiedenis van Soetermeer, waarvan verschillende op de monumentenlijst zijn geplaatst. Drie boerderijen dateren nog uit de achttiende eeuw, de langhuisboerderij op Zegwaartseweg 31, de schuur van de Leeuwenhoeve op nummer 96 en de boerderij op nummer 43. Ook hoeves uit de negentiende en begin twintigste eeuw zijn aan de Zegwaartseweg goed vertegenwoordigd. De boerderij Noordhove (op nummer 116) is gebouwd in 1925 en is in de loop der jaren een staalkaart van verschillende bouwstijlen geworden. Op nummer 61 staat een waar 'koekoeksjong', een boerderij van het Groninger type met de bekende royale schuren. De hoeve is gebouwd in 1927 door een boer uit het Groningse Scheemda.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Seghwaert
De historische infrastructuur
in de stadswijk Seghwaert
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Seghwaert
Het groen en water
in de stadswijk Seghwaert
 
De architectuur
in de stadswijk Seghwaert
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Seghwaert
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Seghwaert