De stadswijk Rokkeveen - de historische infrastructuur

Wie zich nog de landerijen van voor de bouw van de stadswijk Rokkeveen voor de geest kan halen, weet hoe strak en regelmatig die lege polders waren. Toch is de historische ondergrond in de stadswijk Rokkeveen ingewikkelder dan die van de overige stadswijken van Zoetermeer. Om te beginnen ligt deze stadswijk niet in één polder, zoals de stadswijken Seghwaert, Palenstein of Meerzicht, maar in vijf: de Binnenwegse polder, de Noordpolder, het Voorhoekje, de Nieuwe of Drooggemaakte polder en de Driemanspolder. Elk van deze polders (die nu op de kaart en in het veld nauwelijks meer herkenbaar zijn en bovendien bestuurlijk zijn opgegaan in nieuwe, grotere polders) heeft zijn eigen specifieke geschiedenis, kavelrichting en historische overblijfselen achtergelaten in de moderne stadswijk Rokkeveen. Op kaarten is goed te zien dat de oude polders als onregelmatig gevormde scherven tegen elkaar aan liggen en dat de breukvlakken worden gevormd door kades, dijken, dammen en sloten, waarvan de resten en brokstukken hier en daar nog zichtbaar zijn. De draaiing die de 'scherven' ten opzichte van elkaar maken wordt gevolgd in de hoofdrichting van sommige buurten van de stadswijk Rokkeveen. De 'historische complexiteit' van de stadswijk Rokkeveen wordt, in vergelijking met de andere stadswijken van Zoetermeer bovendien nog vergroot door de aanwezigheid van twee historische bebouwingslinten die dwars door het gebied voeren. De polders in de stadswijk Rokkeveen zijn alle droogmakerijen uit de achttiende en negentiende eeuw. Een droogmakerij is een polder die ontstaat als gevolg van het droogmalen van al dan niet natuurlijke waterplassen (in tegenstelling tot veenpolders, die ontstaan door ontginningen van woeste laagveengronden). Zoetermeer ligt in het centrum van één van de grootste droogmakerijgebieden van Holland. Een aanzienlijk deel van de van oorsprong middeleeuwse laagbouwgronden rond het dorp werd vanaf de veertiende eeuw geleidelijk aan afgegraven voor turf en kwam zo min of meer permanent onder water te staan. 'Gelukkig het land, waar het kind zijn moer verbrandt', luidde een jolig oud-vaderlands gezegde.

Vanaf het midden van de zeventiende eeuw werden de 'uitgeveende' plassen rondom Soetermeer en Zegwaart drooggemalen, waarbij de Driemanspolder in 1675 het spits afbeet. In de loop van de achttiende en negentiende eeuw volgde de rest van de 'verdronken landen' in dit gebied. De drooggelegde gebieden werden met nieuwe tochten en sloten doorgraven, volgens een strak patroon. De Binnenwegse polder, waar de stadswijk Rokkeveen-Oost in is gebouwd, is drooggemalen tussen 1701 en 1706 met behulp van negen windmolens. De operatie werd bekostigd door de stad Rotterdam, die tot in de negentiende eeuw de eigenaar van de polder is gebleven. Deze grote polder (meer dan 1.200 hectare) strekte zich uit van de Oostkade onder Benthuizen tot de huidige noordrand van het Burgemeester Hoekstrapark in deb stadswijk Rokkeveen. In het westen werd de polder begrensd door de nu verdwenen zuidelijke loop van de Delftsewallenwetering, de Buurvaart met Schinkelweg en de Zegwaartseweg. In het zuiden en oosten liep de grens langs de loop van de, nu eveneens verdwenen, Landscheiding, een kade (lage dijk) die al in de dertiende eeuw werd aangelegd om de polders van de waterschappen van Rijnland, Delfland en Schieland van elkaar te scheiden. Zo konden de naburige waterschappen elk hun eigen waterpeil bepalen. Komend vanuit Leidschendam liep de Landscheiding naar Roeleveen, boog daar oostwaarts af, volgde de route van de huidige rijksweg A12 en de spoorlijn (de spoorlijn is gedeeltelijk op de Landscheiding gelegd), maakte vervolgens een knik naar het zuiden ter hoogte van het huidige Kadastergebouw en liep zo met enige bochten in zuidoostelijke richting naar het 'drielandenpunt' bij de uiterste zuidhoek van het huidige industrieterrein Lansinghage, waar de drie waterschappen bij elkaar kwamen. Langs het Lansingpad vervult deze meer dan 700 jaar oude dijk nog steeds zijn waterhuishoudelijke taak, maar elders in de stadswijk Rokkeveen herinnert nog slechts de naam Brede Akkerpad in het Burgemeester Hoekstrapark (zo heette de dijk op deze plek) en de hardstenen grenspaal aan de Reginagang uit 1857 aan de loop van de Landscheiding. De grenspaal stond oorspronkelijk op het kruispunt van de drie waterschappen, die vóór 1857 bij Berkel lag, maar die nadien naar de Reguliersdam verschoof. Als gevolg van de bouw van de stadswijk Rokkeveen en het verdwijnen van de Reguliersdam, werden de grenzen weer veranderd en raakte de grenspaal uit het zicht. In 1999 werd daarom besloten de paal naar de huidige plek aan de Reginagang te verplaatsen. De paal is hier goed op zijn plaats: dit is het tracé van de nu verdwenen Landscheiding. De Landscheiding, die ook een waterkerende functie had in geval van watersnood, mocht onder geen enkele voorwaarde worden doorbroken, ook niet voor het scheepvaartverkeer. Op de plek waar de Landscheiding de belangrijke vaarroute van Leiden naar Delft kruiste, de Delftsewallenwetering, bevond zich een zogenaamde overtoom, waar schepen of goederen over de dijk konden worden getakeld. Bij opgravingen op deze plek zijn vele drinkglazen en pijpenkoppen naar boven gekomen, tekenen dat op deze plaats een herberg gestaan moet hebben waar de wachtende schippers zich konden verpozen. De overtoom heette eeuwen achtereen de Reguliersdam, omdat de grond eigendom was van een regulier klooster bij Leiderdorp. Nu bevindt zich precies op deze plek wederom het belangrijkste 'kruispunt' van de stadswijk, winkelcentrum Rokkeveen.

Zowel de stadswijk Rokkeveen-West als de stadswijk Rokkeveen-Midden en -Zuid liggen in andere polders. Het noordelijk gedeelte van de stadswijk Rokkeveen-West, rond de rotonde en het hotel, behoort nog tot de zeventiende-eeuwse Driemanspolder, maar de buurten op het voormalige Floriadeterrein zijn gebouwd in de Nieuwe of Drooggemaakte polder. Deze is net als veel andere polders in de buurt een achttiende-eeuwse droogmakerij, daterend uit 1766, die in het verleden tot de gemeente Pijnacker behoorde. De kavelrichting (N.N.W.) van de polder is terug te vinden in het stedenbouwkundig hoofdpatroon van de stadswijk. Het water langs de Florazoom is een restant van een achttiende-eeuwse dwarstocht. De Juwelenbuurt, het noordelijke deel van het Burgemeester Hoekstrapark en de buurt tussen de Reginagang en Zenobiagang is gebouwd in de voormalige polder het Voorhoekje (of Katwijk in de Veur). Ook dit was een 'uitgeveend' stuk polder, die pas in 1860 werd drooggelegd. Het Voorhoekje werd aan de zuidzijde begrensd door de Pissenkade, een lage dijk die in de zestiende eeuw werd aangelegd als hulpdijk tussen de Berkelseweg en de Landscheiding, omdat de Landscheiding zelf ernstig was verzwakt door turfwinning. Een deel van de Pissenkade ligt er nog steeds als een onaanzienlijk dijkje tussen de Juweellaan en Natuursteenlaan. Ten zuiden van de Pissenkade ligt de Natuursteenbuurt, die samen met de zuidelijke helft van het Burgemeester Hoekstrapark in de Berkelse Noordpolder is gebouwd.

Door de stadswijk Rokkeveen lopen twee oude bebouwingslinten, de Rokkeveenseweg en de Stationsstraat. De vlek Rokkeveen, een verzameling boerderijen ten zuiden van de huidige rijksweg A12, heeft zijn naam gegeven aan deze weg en uiteindelijk aan de hele stadswijk. De Rokkeveenseweg en Zegwaartseweg vormden in oorsprong één doorlopend ontginningslint, waar vandaan boeren vanaf het begin van de dertiende eeuw het gebied hebben ontgonnen. Rokkeveen wordt in 1295 voor het eerst vermeld onder de naam Ruckenvene. De eerbiedwaardige leeftijd van de Rokkeveenseweg ten spijt, kent dit lint geen gebouwen ouder dan de negentiende eeuw. Enkele gebouwen zijn nochtans beeldbepalend, zoals de Lactohoeve op nummer 104. Net als de Nutriciahoeve aan de andere kant van de rijksweg, was deze boerderij uit 1925 eigendom van de Zoetermeerse zuivelfabriek Nutricia, die zich zo van de aanvoer van melk (latijn: lacto) verzekerde. De boerderij heeft geen agrarische functie meer, maar de schuren, het boenhok en zelfs de brandmuur zijn er nog. De Stationsstraat is minstens zo oud als de Rokkeveenseweg, maar is van oorsprong een kerkepad geweest dat van Zoetermeer tot aan de Berkelseweg liep en daar overging in de Katwijkerlaan. In het noorden stond een kapel, de reden waarom deze straat in de middeleeuwen Kapellelaan werd genoemd. Vanaf de zestiende eeuw en wellicht eerder, heette deze weg de Molenweg, naar de korenmolen die hier vanaf de vijftiende eeuw heeft gestaan, op de plek van de huidige korenmolen De Hoop aan de Eerste Stationsstraat 37a, daterend uit 1897). In 1929 werd deze historische weg omgedoopt in Stationsstraat, naar het treinstation halverwege de weg. Tot aan de eeuwwisseling was de Stationsstraat nog nauwelijks bebouwd. Er stonden slechts enkele boerderijen. Pas aan het begin van de twintigste eeuw kwamen er arbeiderswoningen (onder andere in verband met de oprichting van Nutricia in 1896) en vanaf de jaren twintig werd de straat ontdekt door de meer gefortuneerden. Verschillende rijke villa's in jaren dertig-stijl bepalen nog steeds het beeld, zoals aan de Tweede Stationsstraat. Vooral de nummers 222, 229, 230/232 en 239 springen in het oog. Aan de Derde Stationsstraat staat het meest beeldbepalende historische gebouw van van de stadswijk Rokkeveen, de watertoren De Tien Gemeenten. Het is in 1927 gebouwd als bufferopslag voor de tien gemeenten Soetermeer, Zegwaart, Benthuizen, Moerkapelle, Nootdorp, Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk, Bergschenhoek, Pijnacker en Zevenhuizen. De architectuur van dit vijfenveertig meter hoge bouwwerk is, zoals zoveel utilitaire bouwsels uit deze periode, opgetrokken in een functionalistische bouwstijl, waarbij de functie bepalend is voor de vorm en versieringen overbodig worden geacht. Niettemin heeft de architect, de Delftse prof. ir. C. Visser, dit zwaarmoedige gebouw opgesierd met (zeer minimale) decoraties in de vorm van betonnen lijstwerk in het metselwerk. De wapenschilden van de tien gemeenten decoreren de ingang. De plaats waar zich het waterreservoir bevindt (goed voor 500.000 liter water) wordt in de architectuur gemarkeerd door de achtkantige toren te laten overgaan in een zestienkantige.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Rokkeveen
De historische infrastructuur
in de stadswijk Rokkeveen
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Rokkeveen
Het groen en water
in de stadswijk Rokkeveen
 
De architectuur
in de stadswijk Rokkeveen
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Rokkeveen
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Rokkeveen