De stadswijk Noordhove - de historische infrastructuurDe stadswijk Noordhove ligt geheel in de Palensteinse Polder, waar ook de stadswijken Palenstein en Seghwaert in zijn gebouwd. De polder wordt ten oosten begrensd door de Zegwaartseweg, ten westen door de Leidsewallenwetering en ten noorden door de Slootweg en de Benthuizervaart, alle waterstaatkundige werken uit de vroegste, middeleeuwse, ontginningsgeschiedenis van Zoetermeer en omstreken. De Palensteinse Polder zelf is minder oud, omdat de middeleeuwse akkers op deze plek al vanaf de veertiende eeuw werden afgegraven voor de winning van turf (gedroogde veenplaggen) dat in de groeiende steden van Holland werd gebruikt als brandstof. Het turf werd diep weggestoken, tot onder het grondwater, zodat rond het jaar 1600 een landschap was ontstaan waar men vooral in een natte winter rondom de dorpskern van Soetermeer alleen maar water zag. Dit waterland strekte zich uit van Amsterdam tot Rotterdam en was een grote bedreiging geworden voor het weinige land dat nog wel boven het water uitstak. Vanaf de zeventiende eeuw ging men over tot droogmaling van deze plassen. De Soetermeerse Meerpolder was beneden het IJ zelfs de eerste droogmakerij, dat dateert uit 1616. Het gebied van de Palensteinse Polder is veel later drooggemalen, namelijk in 1759, en werd genoemd naar 't Huys te Palenstein aan de rand van de polder, de woonstee van de ambachtsheer van Soetermeer en Zegwaart en de belangrijkste geldschieter van de drooglegging. De polder werd met nieuwe sloten en tochten doorgraven en gebruikt voor akkerbouw en fruitteelt. Van de achttiende eeuwse sloten en tochten rest niet veel meer in de stadswijk Noordhove, omdat het voor het grootste deel een andere verkavelingsrichting heeft dan het slotenpatroon van de oude Palensteinse Polder. Alleen ten zuiden van het Aldo van Eyckpark zijn nog enkele restanten overgebleven: de singel tussen de Goudreinethof en de Ruimtebaan is een oude poldersloot, net als die tussen de Lommerbaan en de Weidebuurt. De singel tussen de Ruimtebaan en het Sierappelhof is het (omgelegde) restant van de oorspronkelijke dwarstocht, die ook in de stadswijk Seghwaert voor een belangrijk deel bewaard is gebleven. Van de oude boomgaard, in de huidige Appel- of Boomgaardbuurt, zijn de windsingels gehandhaafd, zoals die langs de Goudreinethof. Windsingels zijn bomenrijen (elzen of populieren) die rondom een boomgaard worden aangeplant om de fruitbomen tegen harde wind te beschermen. Ook in de stadswijk Seghwaert zijn her en der windsingels van boomgaarden bewaard gebleven. De oudste historische overblijfselen bevinden zich aan de grenzen van de stadswijk: de Zegwaartseweg, de Leidsewallenwetering en de Slootweg/Benthuizervaart. De Zegwaartseweg vormt samen met de Rokkeveenseweg één lang bebouwingslint waarvandaan de boeren vanaf de twaalfde eeuw de wilde venen aan weerszijden van de dijk hebben ontwaterd en ontgonnen. De weg was de verbinding tussen Benthuizen en het dorp Zegwaart dat met Soetermeer een tweelingdorp vormde. De wetering langs de Zegwaartseweg is minder oud. Deze is afgegraven bij de droogmaking van de Palensteinse Polder. Geen plaquette of monument geeft het aan, maar toch is de Zegwaartseweg verbonden met een van de meest tot de verbeelding sprekende 'heldendaden' uit de vaderlandse geschiedenis: het ontzet van Leiden in de Tachtigjarige Oorlog (1574). Toen de route naar Leiden via de Voorweg door de Spanjaarden geblokkeerd werd, hebben de Geuzen de Zegwaartseweg, tevens een dijk, doorgestoken, waardoor de landerijen tussen Leiden en Soetermeer onder water kwamen te staan en zij de stad per boot konden ontzetten. Langs de Zegwaartseweg staan nog verschillende boerderijen. Aan het Noordhovese gedeelte van de weg dateren zij alle uit de negentiende en twintigste eeuw, zoals boerderij Noordhove op nummer 116. Deze boerderij uit 1925 is de naamgever van de stadswijk geworden. Op nummer 150 staat nog een zogenaamd zomerhuis, dat toebehoorde aan de nu verdwenen boerderij Wallenstein, waar de boerenfamilie tijdens de zomermaanden haar intrek nam, omdat het kleinere zomerhuis minder onderhoud vergde. Aan de andere kant van de oude Palensteinse Polder bevond zich een oud middeleeuws water, de Leidsewallenwetering, maar het Noordhovese deel is voor de aanleg van de Zoetermeerse Plas in 1988 hiervoor weggegraven. De oude Palensteinse Polder werd in het noorden begrensd door de Slootweg, de parallel lopende Benthuizervaart en de Elleboogsewetering. Bij de aanleg van het plassengebied zijn deze landschappelijke elementen bewaard gebleven. De Slootweg is van middeleeuwse oorsprong en vormde de grens tussen Zegwaart en Zoeterwoude. De Palensteinse Polder is in 1759 drooggemalen met behulp van drie achter elkaar geplaatste watermolens die het water trapsgewijs uitsloegen op de Elleboogsewetering, waar vandaan het afgevoerd werd naar de Oude Rijn. Ze staan er nog steeds, de drie met riet gedekte achtkante molens, maar werden in 1924 tot één laag hoog afgeknot toen hun waterhuishoudelijke taak werd overgenomen door een dieselgemaal. Op de plaats van dit dieselgemaal staat nu het gemaal Palenstein, dat onder andere zorgt voor droge voeten voor de bewoners van de stadswijk Noordhove en Seghwaert. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| |||||||||||