De stadswijk Stadscentrum - het groen en water

Een echte gevarieerde binnenstad heeft voor 'iedere stemming een bestemming'. De 'druktegebieden', zoals dat in ontwerpersjargon heette, zijn er voor de vertier en drukte zoekende stadsbewoners, de 'stiltegebieden' voor het winkelende publiek dat even wil bijkomen van de stadsdrukte en op zoek is naar een plekje waar men rustig kan zitten of een praatje maken. Het liefst midden in het stadscentrum, direct naast maar wel afgezonderd van de drukte, want drukte- en stiltegebieden hebben elkaars nabijheid nodig voor een maximaal effect. Dit is in het kort de filosofie achter de Stadstuin, tussen Europaboulevard en Warande. Het is inderdaad een binnenstadspark geworden. Met zijn compacte vorm en bebouwing aan alle kanten lijkt de Stadstuin wel wat op kleine parken in steden als Parijs of Londen. Het park, ontworpen door de gemeentelijke landschapsontwerper Ad ten Ham, is ongeveer één hectare groot en ligt precies op de grens van de boven- en benedenstad. Het hoogteverschil bedraagt maar liefst zes meter. Aan de kant van het Noordwaarts wordt dit overbrugt met een speels aangelegde rotstuin, met rotsblokken van Belgische hardsteen, waarlangs men naar beneden kan afdalen. De andere zijden van het park zijn ook stenig (vandaar Stadstuin), maar strakker vormgegeven. Hier sluiten metselwerkwanden het park af. Een derde van het park wordt ingenomen door de vierkante, eveneens strak begrensde vijver, waarover diagonaal een vlonder is gelegd. De vierkante vlonderdelen zijn elk ongeveer vier bij vier meter groot, een maateenheid die ook elders in het park terugkeert, om het geheel rustig voor het oog te houden. De begroeiing in het park bestaat voor een belangrijk deel uit niet-alledaagse bomen en struiken, die het hier goed doen, omdat het geheel zo beschut tussen de hoge bebouwing ligt. Met soorten als de trompetboom, amberboom, beverboom, dwergkwee, himalayaceder, weymouthden en bolvormige struiken (deze laatste drie staan in de rotstuin), is de Stadstuin een waar arboretum, die vooral bij zomeravonden, wanneer de fonteinen spuiten en de muurverlichting aanstaat, een bijzondere aanblik biedt.

De Grote Dobbe (of Dobbeplas) en Dobbepark vormen het tweede centrale park van het Stadscentrum. Voor de aanleg van het Dobbepark begin jaren tachtig bestond er al een Grote Dobbe. Deze lag ten noorden van de Nicolaaskerk, als een plaatselijke verbreding van de Buurvaart, de vaart die de oude dorpskernen van Soetermeer en Zegwaart volledig omsluit. Dergelijke plassen, dobbes genaamd, waren in veel dorpen te vinden en werden gebruikt als drinkplaats voor het vee, als wasplaats en als bron voor bluswater. De Grote en de Kleine Dobbe (tussen de Pilatusdam en de Meidoornlaan) zijn beide bewaard gebleven en dat is vrij uitzonderlijk. Het Dobbepark en de Dobbeplas zijn aangelegd met een dubbel doel, namelijk als park en als middel om het oude dorp te scheiden van het nieuwe stadscentrum. Er lopen dan ook slechts wandel- en fietspaden door het park en langs het Marseillepad. Het park bestaat uit twee delen: de strook langs de geknikte woonflats en het Dobbeeiland. Het eiland, dat een doorsnede heeft van 63 meter, is ingericht als 'kunsteiland', waar eens in de twee jaar een beeldententoonstelling wordt gehouden. De Haagse kunstenaar Kees Verschuren heeft in 1986 het permanente decor voor de exposities ontworpen: op een bestrate ondergrond in de vorm van een onregelmatige vijfhoek staan langwerpige, kwart- en halfcirkelvormige stalen schermen. Deze verdelen de vijfhoek in grote, kleine, stille en open ruimten die in elkaar overlopen. In het midden is door de plaatsing van metalen schermen een soort paviljoen ontstaan. Voor de schermen is zogenaamd cortenstaal gebruikt. Cortenstaal heeft als eigenschap, dat aan het oppervlak een roestlaagje wordt gevormd, dat een dieper inwerkende corrosie van de kern voorkomt. Zodoende blijven de staalplaten zonder verdere afwerkingen intact. 'De staalconstructie is zo uitgevoerd dat het zeker 30 jaar duurt voor deze volledig is doorgeroest', zo meldde de kunstenaar blijmoedig. Dat bleek voor sommige omwonenden echter een ondraaglijk lange tijdspanne en na klachten over de 'roestbakken' op het eiland zijn de schermen overgeschilderd in een grijze kleur. Het kunstwerk wordt overigens omringt met lage geschoren hagen van de Spaanse Aak, een esdoorn die, ondanks zijn naam, als enige esdoornsoort oorspronkelijk in Nederland thuishoort.

Er zijn in het Stadscentrum nog enkele parkjes en waterpartijen te vinden, maar die zijn meer verborgen achter de gebouwen. Bijzonder is het parkje achter de Leliënborgh, een verzorgingstehuis aan de Berlijnstraat. De waterpartijen en het groen vormen een spannend en geheel onverwacht contrast met de stenige, zakelijke omgeving van de Duitslandlaan. Overigens heeft al het open water in het Stadscentrum, ook de vijvers van de Berlijnstraat, in eerste instantie een bergingsfunctie. Overal is van deze nood een deugd gemaakt, behalve bij de waterplassen aan de Nederlandlaan en onder de parkeergarage aan de Amsterdamstraat (dit water is vanaf de straat niet te zien). Van de overige groenpartijen is die van de Dublinstraat het meest opvallend, vanwege zijn strakke, bijna monumentale opzet. Het park strekt zich als een lange as uit tussen acht urban villa's, waarbij de Rauchstrasse in Berlijn als referentie diende.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Stadscentrum
De historische infrastructuur
in de stadswijk Stadscentrum
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Stadscentrum
Het groen en water
in de stadswijk Stadscentrum
 
De architectuur
in de stadswijk Stadscentrum
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Stadscentrum
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Stadscentrum