De stadswijk Rokkeveen - het groen en water

De grote verschillen tussen de stadswijken van Zoetermeer manifesteren zich vooral in de stedenbouwkundige opzet en de voor elke stadswijk typerende architectuurstijlen. Met een 'groen' oog zal snel opgemerkt worden dat de verschillen ook doorwerken in de groenaanplant en wat meer is, dat het groenplan en het stedenbouwkundig concept, het 'idee' van de stadswijk, vaak uit hetzelfde vat komen. Dit is nergens zo goed zichtbaar als in Rokkeveen. De Floriade van 1992, waarvan vele elementen zijn opgenomen in de stadswoonwijk Rokkeveen-West, speelt hier een belangrijke rol in, maar de lotsverbondenheid tussen 'steen en groen' geldt voor de gehele stadswijk. Rokkeveen is, meer dan andere delen van de stad, een conceptuele stadswijk, waarbij 'concept' in dit verband veel lijkt op de betekenis van dit begrip in de beeldende kunst: een abstracte gedachteconstructie, vaak met een filosofisch en vakoverstijgend karakter die de leidraad is voor het ontwerp. 'Diversiteit' (iedere buurt zijn eigen beeldkarakteristiek) en 'formaliteit' (weinig ruimte voor het bijzondere en afwijkende, veel aandacht voor dwingende, geometrische patronen) zijn in de stadswjk Rokkeveen de twee leidende begrippen, niet alleen in de stedenbouwkundige opzet en de architectuur, maar ook in de groene aankleding. Hiermee werd gebroken met de ontwerptraditie in de aan Rokkeveen voorafgaande stadswijken, De stadswijken Seghwaert en Buytenwegh de Leyens, waar diversiteit niet op buurtniveau, maar met subtiele verschillen, op gebouwniveau werd ingezet, zodat deze stadswijken één samenhangend beeld vormen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de stadswijk Seghwaert, waar het 'aankledingsgroen' (de beplanting langs straten en wegen) langs de hoofdroutes van de gehele stadswijk hetzelfde is, zijn langs de hoofdroutes van de stadswijk Rokkeveen per buurt andere bomen aangeplant, waarbij de hoofdvorm van de boom (bol-, kegel- of ovaalvorm) het onderscheidingscriterium was. Langs de Edelsteensingel en de Madame Curiesingel, twee belangrijke ontsluitingswegen in het centrum, staan suikeresdoorns, een soort die zijn naam dankt aan het suikerrijke esdoornsap, dat men in vroeger tijden vooral in de Verenigde Staten (waar de boom vandaan komt en Maple Leaf heet) aftapte om snoepgoed van te maken. Langs de Mahatma Gandhisingel en Albert Schweitzersingel staan lindes, die ten behoeve van de Floriade in 1992 als volwassen bomen uit Amsterdam werden overgeplaatst. De Mahatma Gandhisingel was destijds de hoofdentree voor de Floriade en diende met volgroeide bomen een statig karakter te krijgen. Aan de buitenranden van de woongebieden zijn elzen geplant en langs de interne verkeersroutes van de stadswijk Rokkeveen-Oost, zoals de Geelgroenlaan platanen, een boomsoort die veel ruimte vraagt, reden waarom de straten hier extra breed zijn uitgevoerd. Opmerkelijk is overigens dat de hoofdroutes vrijwel zonder uitzondering langs singels worden gevoerd, een oplossing die slechts in de stadswijk Rokkeveen voorkomt en die de verkeersstructuur een extra groen karakter geeft. 'Rokkeveen is een stadswijk van lanen en singels', zo stelde Leon Borlee, de gemeentelijke landschapsontwerper van deze stadswijk. Waar in de stadswijk Seghwaert vooral de woonerven en (informele) wandelroutes met veel groen en bomen zijn bedeeld en het buurtgroen kleinschalig en gelijkmatig over de buurten is verdeeld, is de stadswijk Rokkeveen vooral lommerrijk langs de verkeersroutes, de kaarsrechte lanen en singels en is het buurtgroen veel meer geconcentreerd op welbepaalde plekken. Dit geeft de stadswijk een 'formelere' uitdrukking, maar is als oplossing ook minder onderhoudsgevoelig dan de stadswoonerfwijk, een niet onbelangrijk argument in de jaren van economisch laagtij waarin de stadswijk werd gebouwd.

Diversiteit, 'conceptualisering' en 'geometrisering' van het groenontwerp spelen niet alleen langs de lanen en invalswegen, maar ook binnenin de diverse buurtjes. Het groen is gethematiseerd, dat wil zeggen dat elk van de vijf stadsdelen van Rokkeveen (Oost, Centrum, Midden, Zuid en West) een centraal thema voor het groen heeft meegekregen die in de diverse buurtjes wordt uitgewerkt, zoals dat ook met de architectuur is gebeurd. Zo heeft de stadswijk Rokkeveen-Oost de vier seizoenen als thema, waarbij, met de wijzers van de klok mee, vanaf het Barietgeel in elk buurtje de beplanting een 'seizoen opschuift'. De rechthoek van het Barietgeel en Napelsgeel beeldt met voorjaarsbloeiers als kastanje en wilg de lente uit, terwijl het carré tussen het Staalblauw en de Regenboogsingel de herfst als thema heeft met de fraaie najaarstinten van prunus en krenteboom. In de stadswijk Rokkeveen-West, dat ruim zes jaar na Oost is gebouwd, is met de thematisering nog een stap verder gegaan. Hier zijn zowel de groenaankleding als de openbare inrichting en bestrating op de architectuur aangepast. In de buurt van de zakelijke neo-Rotterdamse school (de gekromde blokken van Amaranthout en omgeving) zijn strakke zuilvormige bomen direct in de verharding geplaatst, terwijl de rijbaan in de woonstraten bestaat uit (zakelijk) asfalt, een bijzonderheid in een woonbuurt. In de buurt van de neo-Amsterdamse school zijn hagen aangeplant, waarmee het karakter van een tuindorp, het 'thuisland' van de Amsterdamse school, is nagestreefd. Tegenwoordig is een dergelijke koppeling tussen openbare inrichting en architectuur vrij normaal. 'Het is aan het doorschieten', zo meldde de betrokken landschapsontwerper ons, maar begin jaren negentig was het nieuw. De grotere groengebieden in de stadswijk Rokkeveen, waaronder de parken, de plantsoenen en de speelvelden zijn net als in andere stadswijken van de stad, keurig hiërarchisch geordend naar grootte en functie. Iedere kleine buurt heeft een buurtpark, die voornamelijk voor speelplaats en trapveld wordt gebruikt. De vier buurtparken in de stadswijk Rokkeveen-Oost zijn voorzien van groen met hetzelfde seizoensthema als de buurt waar zij deel van uitmaken. Het Hertenkamp in Oost en het Florapark in West zijn parken met een stadswijkfunctie. Vooral de rozentuin van het Florapark is een trekker, ook voor bezoekers van buiten de stadswijk.

Tussen de stadswijken Rokkeveen-Oost en Rokkeveen-West ligt het Burgemeester Hoekstrapark, dat precies op deze plek is neergelegd om de draaiing van de kavelrichting van de oude poldersloten te kunnen opvangen. Een langwerpig en schegvormig park dat zo diep de stadswijk indringt, betekende een breuk met de ontwerptraditie tot dan toe, waarbij grote parken aan de randen van de stadswijk werden gesitueerd. Vanaf de watertoren lopen lange zichtlijnen bijna op barokke wijze het park in. Een zichtlijn loopt naar de Rozenberg. In het park is ook een natuurstenen zonnewijzer geplaatst waarvanaf men de tijd en zelfs de datum door een gat in de steen kan aflezen. De watertoren en het eiland waar deze op staat behoren eveneens tot het Burgemeester Hoekstrapark. De centrale plaatsing van de toren op het eiland, op een kruispunt van zichtlijnen, verraadt in een oogwenk dat de villa, die in al haar riantheid ongegeneerd pal naast de watertoren staat, eerder een ongeluk moet zijn geweest dan de wens van de ontwerpers. De hier woonachtige tuinder weigerde halstarrig zijn toen nog vrij nieuwe woning te laten slopen ten behoeve van de zuivere geometrie van het eilandontwerp. Ambtelijke toezeggingen aan de tuinder, die in een onbewaakt ogenblik werden gedaan, keerden zich tegen de gemeente en het huis bleef onwrikbaar op deze plek staan. De omsingeling van zijn huis door flats waarvandaan al zijn doen en laten als in een schouwtoneel door de nieuwe buren zou kunnen worden gevolgd, nam hij kennelijk voor lief. Deze kwestie heeft ook het opmerkelijke verschil in waterpeil in de gracht rondom het eiland opgeleverd. De woning had van oorsprong een eigen 'kwelsloot', waarvan het waterpeil niet overeenkwam met het waterpeil van de nieuwe stadswoonwijk. Een compromis was onmogelijk, waarmee er voor de ontwerpers misschien toch nog wat gewonnen werd: het niveauverschil ziet er uit als 'land-art'.

De Floriade en Rokkeveen-West

De Floriade van 1992, de tienjaarlijkse internationale tuinbouwtentoonstelling die door de zustersteden Zoetermeer en Den Haag gezamenlijk werd georganiseerd, heeft (mede) de basis gelegd voor de huidige stadswijk Rokkeveen-West, de parken en de groengebieden in de stadswijk. Het 68 hectare grote Floriadeterrein, ontworpen door de landschapsontwerpers Michiel den Ruijter en Ton Hinse van de gemeente Zoetermeer en Geert Koning, Rob van der Ham en Luc Vanderveke van de gemeente Den Haag, had een driehoekige opzet, gevormd door de huidige Florasingel, de rand van het huidige Balijbos en een grens die grofweg liep van de huidige Acaciazoom (waar de ingang was) naar het Azobéhout. Drie zichttassen, die bij de ingang op een punt bij elkaar kwamen, een aan de barokke Franse tuinkunst ontleend motief, de ganzenvoet (een 'patte d'oie'), en een grote ronde waterpartij in het zuidwesten van het terrein, domineerden de plattegrond van het expositieterrein. Haaks op de centrale assen van de ganzenvoet lag een reeks van lanen die het terrein verder onderverdeelden in stroken die elk een eigen inrichting en programma hadden. Er waren zeven verschillende gebieden met elk hun eigen thema, variërend van 'tuinbouw' tot 'milieu en toekomst' en 'recreatie'. De stroken waren weliswaar gerelateerd aan de oude polderverkaveling, maar werden steeds op verschillende wijzen ingevuld met ruitvormige, vierkante, golvende of door slingerlanen doorsneden compartimenten. Hiermee kreeg het park een zekere 'gelaagdheid', een ontwerpwijze die in de jaren tachtig zijn intrede deed, mede door het (Franse) deconstructivisme, een aan het postmodernisme verwante filosofische stroming waar ook ontwerpers door werden aangesproken. 'Niets is wat het lijkt, en als het wat lijkt dan verandert het snel van betekenis', is in het kort de boodschap van deze stroming. Snel wisselende indrukken van dicht op elkaar gezette 'programma's' en het schijnbaar willekeurig gebruik van ontwerpfragmenten uit vergangen stromingen die in het nieuwe ontwerp een andere (of een loze) betekenis krijgen, zijn geliefde ontwerpmethoden van deconstructivisten. In de tuinarchitectuur vond deze stroming zijn hoogtepunt in het Parijse Parc de la Villette, een ontwerp van de Franse avantgardistische architect Bernard Tschumi uit 1982. Het ontwerp voor de Floriade heeft invloeden van het Parc de la Villette ondergaan. Net als in het Parijse park beheersten kaarsrechte lanen het ontwerp (in tegenstelling tot de voorgaande Floriade's) en werden er zogenaamde follies toegepast, gebouwtjes met een verbazingwekkende vorm, zonder een andere functie dan het wekken van verbazing. Het Nederlandse polderlandschap was een belangrijk ontwerpthema: de middelste laan van de ganzenvoet was een dijk, aan het einde waarvan een grote maatlat de hoogteligging van de Floriade ten opzichte van het zeewaterniveau aangaf. Op het huidige Plein van de Verenigde Naties, aan het begin van de toegangsweg naar de Floriade, werd een waterpartij met cascade aangelegd, eveneens een model voor het zeewaterpeil, respectievelijk het polderpeil. Verspreid over het terrein werd beeldende kunst van internationale kunstenaars getoond, waaronder de 'Kolossus van Zoetermeer' van Rob Scholte, dat een blikvanger aan de snelweg was, maar al een jaar later in 1993 afbrandde.

Na afloop van de succesvolle tentoonstelling, waar 3,2 miljoen bezoekers een kijkje kwamen nemen, werd het noordelijke deel ingericht als stadswoonwijk. Het zuidelijke en westelijke deel zouden groen blijven: het huidige Florapark en het Zoetermeerse deel van het Balijbos. Aangezien het ontwerp voor de Floriade en het stedenbouwkundige ontwerp voor de toekomstige stadswoonwijk op elkaar waren afgestemd, konden onderdelen van de Floriade behouden blijven en gebruikt worden in de stadswijk. De bomenlanen van de expositie zijn onder andere aan de Woudlaan blijven staan. Ook de dijk bleef liggen, evenals de polderpeilmaat aan het einde ervan. Een groot deel van de Floriade (50%) werd bestemd voor stads- en wijkparken. Het huidige Floriadepark in de voormalige zuidpunt van de ganzenvoet heeft nog een verdeling in compartimenten, zoals tijdens de Floriade. De bomenlanen die de vakken verdeelden staan er nog steeds. In het park is een rosarium aangelegd waar ecologische TOP-rozen worden gekweekt, dat wil zeggen rozen die niet worden bespoten. Het is een landelijk proefproject, waar Zoetermeer toen de primeur van had. Aan het water staan nog de drie follies uit de tijd van de Floriade. Zij zijn van de hand van Erik Knippers, die met deze ontwerpen in 1989 de Biënnale voor Jonge Nederlandse Architecten won. De gebouwtjes zijn in een reeks ontworpen, in drie stadia van eenvoudig en statisch naar complex en dynamisch. 'Een eerbetoon aan onze cultuur in de vorm van een aantal nutteloze bouwsels', vond Knippers.

Het grote groengebied ten westen van het Essenhout en Locushout is tot aan de gemeentegrens eveneens onderdeel geweest van de Floriade. Het valt in drie delen uiteen: de Poldertuinen tegenover het Essenhout, het Balijbos ten westen hiervan en de Floraplas met het groene schiereiland. Het gebied vormt een buffer tussen de stadswijk Rokkeveen en het staatsbos 'De Balij', een belangrijk gebied binnen de zogenaamde Randstadgroenstructuur. Deze structuur heeft (onder andere) als doel de kwaliteit van het landelijke gebied binnen de Randstad te verbeteren en tegenwicht te bieden aan voortgaande verstedelijking. Boswachterij De Balij strekt zich uit vanaf het voormalige Floriadeterrein tot aan het Bieslandse Bos bij Delft. De geometrische opzet van de Floriade heeft model gestaan voor de inrichting van De Balij, waar ook rechte lange zichtassen zijn aangebracht. Vanaf het Zoetermeerse deel van het Balijbos geeft een kanaal zelfs zicht op de toren van de Nieuwe Kerk in Delft. Het Florapark is een stadspark en dus recreatief ingericht met open plekken afgewisseld met bosgebieden. De poldertuinen hebben met de verschillende door sloten gescheiden landschapsstroken een educatief karakter, dat ondersteund wordt door de Stadsboerderij De Balij. De cirkelvormige Floraplas met de opvallende 'eilandtreurwilgen' (een verbeelding van 'groene fonteinen') is één van de belangrijkste beeldmerken geworden van de stadswijk Rokkeveen-West. Het groen in de stadswijk Rokkeveen heeft, mede als erfenis van de Floriade, het niveau van de 'groene longen van de stadswijk' of 'straataankleding' overwonnen. Het groenontwerp, volledig onderdeel van de idee van de stadswijk, wil hier tegelijkertijd een kunstvorm zijn.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Rokkeveen
De historische infrastructuur
in de stadswijk Rokkeveen
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Rokkeveen
Het groen en water
in de stadswijk Rokkeveen
 
De architectuur
in de stadswijk Rokkeveen
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Rokkeveen
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Rokkeveen