De stadswijk Noordhove - het groen en water

Als geen andere stadswijk is water het beeldmerk van Noordhove geworden. De stadswijk grenst direct aan maar liefst drie plassen: de Zoetermeerse Plas, de Noordhoveseplas en de Benthuizerplas. Het plassengebied is vanaf de tweede helft van de jaren tachtig, bij de bouw van de stadswijken Noordhove en Rokkeveen aangelegd met een dubbele bufferfunctie: figuurlijk, als 'groene grens' naar Benthuizen en het Groene Hart en letterlijk als waterberging voor een groot deel van de stad. De plassen zijn de 'nieren' van Zoetermeer, want door zijn grote diepte (18 meter) heeft de Zoetermeerse Plas een natuurlijk waterzuiverend vermogen. In natte periodes vangt het plassengebied het overtollige water uit vier stadswoonwijken van Zoetermeer op, waarna het in droge perioden en wanneer verversing wenselijk is via het gemaal Lange Land in de Leidsewallenwetering, min of meer gezuiverd weer de stad in gepompt wordt.

De plassen zijn ook belangrijk als recreatie- en natuurgebied. De 93 hectare grote Zoetermeerse Plas was van oorsprong een zandwinningplas ten behoeve van de bouw van verschillende stadswijken van Zoetermeer, zoals Noordhove en Rokkeveen. Op zomerse dagen is de Zoetermeerse Plas het belangrijkste recreatiegebied van de stad, waar druk gezond, gesurft en gezwommen wordt. In het omringende groengebied van de Zoetermeerse Plas zijn waardevolle stukken bos en broeklanden te vinden, zoals het Prielenbos. De Noordhoveseplas (20 hectare) en Benthuizerplas (25 hectare) zijn veel kleiner en bovendien ondiep, ongeveer twee meter. Deze plassen zijn in eerste instantie ingericht voor natuurontwikkeling en natuurvriendelijke recreatie en hebben een belangrijke landschappelijke functie als groene en blauwe 'achtertuin' van de stadswijk Noordhove. De Benthuizerplas is zelfs een 'natuurstergebied', de hoogste notatie in de rangorde van natuurontwikkelingsgebieden in Zoetermeer. Deze plas met zijn vele eilanden en natuurlijke oevervegetatie kent een natuurlijk peilbeheer met een lage waterstand in de zomer en een hoge in de winter. De in de zomer droogvallende slikken en platen zijn ideale pleisterplaatsen voor waadvogels, pionierplanten, amfibieën en insecten (onder andere libelles) van de natte kale grond. Een dergelijk natuurgebied is uniek in Zoetemeer. De natuur- en groengebieden van de drie plassen sluiten op elkaar aan en maken deel uit van belangrijke provinciale en nationale groen- en waterstructuren, zoals de zogenaamde Groen-blauwe Slinger en de Ecologische Hoofdstructuur en bepaalt mede de overgang naar het toekomstige nationale landschap het Groene Hart. De aanwezigheid van de plassen is op verschillende punten in de stadswijk voelbaar gemaakt door het water de stadswijk binnen te halen, zoals bij de lusvormige singel van het stadswijkdeel Noordhove-eiland en de 'vestinggracht' rondom het wooneiland aan de Bolstraschans. De oevers van de plassen, de singels en het 'binnengehaalde' water in de stadswijk Noordhove afronding zijn geheel in overeenstemming met de filosofie van dit laatste deel van de stadswijk Noordhove; natuurvriendelijk ingericht met rietkragen, ecobeschoeiingen en 'schanskorven' (gestapelde stenen achter gaas die op termijn dichtgroeien). De oever van de Benthuizerplas is vanwege de hoge natuurwaarde van dit gebied niet voor waterrecreatie bestemd. De vrij toegankelijke oever is als een dijk, tussen de stadswijk en het water vormgegeven en zorgt ervoor dat de achterliggende stadswijk 'droge voeten' houdt. De dijk is ook een onmisbare schakel in het 'rondje om de plas'. De Noordhoveseplas daarentegen is wel bedoeld voor kleine watersport en oeverrecreatie. Een opgehoogde bredere en minder steile oeverzone is daartoe toegankelijk voor het publiek vormgegeven. Het water in het oude deel van de stadswijk Noordhove heeft de vorm van strakke, kaarsrechte singels die de driehoekige, geometrische vorm van de stadswijk keurig volgen. De singels zijn niet slechts 'voor de sier' aangelegd, maar hebben net als de plassen een waterhuishoudelijke taak. Het regenwater wordt in Zoetermeer al sinds de eerste groeikernjaren niet in de riolen maar in de singels opgevangen (waar de stad zijn tijd mee vooruit was), zodat de stad onafhankelijk is van de waterstanden in de omliggende agrarische polders en waardoor er relatief veel open water in de stadswoonwijken aanwezig is. De singels in de stadswijk Noordhove vormen een doorlopend circuit zonder dwarssingels om de doorspoelbaarheid te vereenvoudigen. De singels lozen hun water niet via de plassen, maar via een wetering achter de plassen om op de Elleboogsewetering. Om de verschillen in waterstanden op te kunnen vangen wordt het peil in de singels laag gehouden (1,80 meter lager dan het straatniveau), waardoor de privé-tuinen aan het water de voor Zoetermeer zo karakteristieke oplopende terrasvorm krijgen. In de stadswijk Noordhove is dit principe goed zichtbaar.

De stadswijk Noordhove brak niet alleen met de stedenbouwkundige opzet en de architectuur van de kleinschaligheidsgedachte, maar ook met de groenopzet van die periode. Het groen van de stadswijk Seghwaert werd gelijkmatig in kleine brokjes verdeeld over de hele stadswijk, over de woonerven en vijvers werd voor de stadswijk Noordhove te versnipperd gevonden, te duur in onderhoud en bovendien een risico voor de sociale veiligheid van de woonomgeving. Een kwestie die vanaf de tweede helft van de jaren tachtig steeds meer mensen bezig ging houden en voor het eerst doorklonk in ruimtelijke planning, stedenbouw en architectuur. In het deelplan Noordhove I en later in Rokkeveen werd het allemaal anders. Het groen werd hier geconcentreerd op enkele plekken, in een strikte hiërarchie van het stadswijkgroen, buurtgroen en blokgroen (dichtbij de woning, voor de allerkleinsten), op zorgvuldig berekende plekken. De stadswijk Noordhove kreeg een stadswijkpark, het Aldo van Eyckpark en drie buurtparken. Aan de randen van de stadswijk konden de Wijdse Weide en het Lange Land met de stadswijken Seghwaert en Buytenwegh de Leyens worden gedeeld. Ook wat betreft het aankledingsgroen werd er een andere weg ingeslagen. In de stadswijk Noordhove werd niet alleen maar voor 'natuurlijk poldergroen' gekozen, zoals in de stadswijk Buytenwegh de Leyens en Seghwaert, maar voor meer 'cultuurgroen': bomen en struiken, al dan niet inheems, die vooral dienden als decoratie van de openbare ruimte en om de diverse straten, parken en singels een eigen gezicht te geven. Elke hoofdroute en elke buurt heeft dan ook een eigen boomsoort meegekregen, in tegenstelling tot de stadswijk Seghwaert, waar langs alle dreven platanen staan. Zo staan langs de Eiffellijn metasequoia's (water-cipressen), een naaldboom die uitvalt in de winter, langs de Lijnbaan en Lommerbaan lindes en in de zijstraten onder meer Japanse notenbomen (ginkgo), sierappels en boomhazelaars. Het driehoekige Aldo van Eyckpark, een ontwerp van de gemeentelijke landschapsontwerper C. Tückermann, heeft aan de westzijde een rosarium, dat iets verdiept ligt, als een intieme huiskamer en aan de oostzijde een recreatieweide in een op Engelse landschapstuinen geïnspireerde romantische opzet, met slingerende paden en een afwisseling van begroeide en open plekken. Een 'klassieke' zichtlijn loopt van de zuidelijkste punt van de Benthuizerplas door het park en door het verzorgingstehuis naar de ronde kerk op de Rogerslijn..

De drie buurtparken aan de Gropiuslijn, Kahnlijn en Skidmorelijn hebben elk hun eigen ontwerpthema meegekregen. Die aan de Gropiuslijn is net als het rosarium verdiept aangelegd met hetzelfde 'kamereffect', mede als gevolg van de fraaie plaatsing van de metasequoia's aan de noordrand langs de singel, het buurtgroen aan de Kahnlijn is karakteristiek vanwege het motief van halve cirkels waarmee muurtjes en rozenhagen zijn aangelegd en die aan de Skidmorelijn wordt gekenmerkt door een op een honkbalveld gelijkende plattegrond en door twee bij elkaar komende singels die elkaar net niet raken (noodzakelijk in verband met de doorspoelbaarheid).

De groenopzet van het deelplan Noordhove Afronding sluit aan bij die van het oude stadswijkdeel van Noordhove wat betreft diversiteit, maar er is een jaren negentig-thema aan toegevoegd: duurzaamheid. Dit is zichtbaar aan de natuurvriendelijke oevers van de singels langs de Merkesschans en de Linieschans, maar vooral ook aan de inrichting van de recent gebouwde Appelbuurt (deelplan 6), in het zuidoosten van de stadswijk. In deze voormalige boomgaard zijn de windsingels gespaard, de fruitbomen opgenomen in het plan of opnieuw aangeplant en zijn veel woningen voorzien van zonnecollectoren en wordt het hemelwater op enkele plekken afgevoerd via natuurvriendelijke waterafvoerende geulen die in natte tijden vollopen. Het stadswijkdeel Noordhove Afronding heeft geen echt stadswijkpark, maar de langgerekte reserveringsstrook voor de Zoetermeerlijn naar Alphen aan den Rijn vervult wel die functie. Het park is echter minimaal ingericht, in verband met de mogelijkheid van een toekomstige railverbinding.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Noordhove
De historische infrastructuur
in de stadswijk Noordhove
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Noordhove
Het groen en water
in de stadswijk Noordhove
 
De architectuur
in de stadswijk Noordhove
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Noordhove
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Noordhove