De stadswijk Noordhove - de architectuur

In de tien jaar die liggen tussen de bouw van de stadswijk Noordhove eind jaren tachtig en de afronding van de stadswijk eind jaren negentig kreeg de Nederlandse woningbouw een totaal ander gezicht. Van een door de rijksoverheid gestuurd en betaald, en door de lagere overheden uitgevoerd, programma van massawoningbouw veranderde de volkshuisvesting in Nederland in rap tempo in een door marktpartijen beheerste economie. Iedereen was ineens 'marktpartij', niet alleen traditionele ontwikkelaars als pensioenfondsen, maar ook kleine lokale aannemersbedrijven, bouwbedrijven en zelfs de woningbouwverenigingen. In de stadswijk Noordhove werd dat omslagpunt fraai gedemonstreerd, van stedenbouw tot en met de manier waarop opdrachten werden verleend, van een verschuivende invloed van gemeentelijke stedenbouwkundige diensten naar een machtig grondbedrijf, van wonen in een rij naar wonen in een vrijstaand huis of appartementengebouw, van een beperkte keus aan materiaaltoepassingen tot en met de overvloed aan mogelijkheden nu.

Noordhove I

De ontwikkeling van de stadswijk Noordhove bleef achter bij de stadswijk Rokkeveen en dat is misschien de reden dat de architectuurvormen van het oudere deel al rond 1990 gedateerd moeten hebben geleken. In een helder stedenbouwkundig plan bouwden rond 1989 de erkende massawoningbouwbureaus van Nederland als Groosman Partners en Leo de Jonge in opdracht van de Zoetermeerse woningbouwverenigingen hun grote vlekken vol. De schraalheid van de vormgeving in het oude stadswijkdeel van Noordhove, een gevolg van teruglopende overheidssubsidies in de jaren tachtig, maar ook van verouderde architectuuropvattingen en gebrek aan durf bij opdrachtgevers, wordt liefdevol gecamoufleerd door een inmiddels volwassen laanbeplanting en een aangename overvloed aan parken, weelderig begroeide singels en verzorgde tuinen. In het oude Noordhove wordt bewezen wat het belang is van een degelijk, samenhangend genererend stedenbouwkundig plan.

Noordhove I is een kleinschalige laagbouwstadswijk met een groot aantal sociale woningbouw. De korte rijtjes in een tuindorpachtige strokenverkaveling zijn overwegend in een lichte baksteen uitgevoerd en rijkelijk bekleed met trespa. De voorzieningenstrook langs de Lijnbaan met een onlangs gerenoveerd winkelcentrum, sportcomplex, scholen en kerk is het kloppend hart van de stadswijk en grenst direct aan het waaiervormige Aldo van Eyckpark. Langs de andere poot van de passer, de Lommerbaan, is een hoger opgetrokken wand gevormd met rijen woningen die via knippen doorzicht bieden op het park. In de bocht, op de kruising Lommerbaan en Lijnbaan, een scharnierpunt in de stadswijk, vulde in 1988 de vermaarde architect Carel Weeber een deel van deze wand met 61 woningen. Bruine baksteen, platte daken, alternerend drie of twee lagen hoog, grote vierkante raamopeningen in een onverbiddelijk ritme, intieme portieken met kenmerkende kenmerkende voordeuren met patrijspoorten (die helaas door sommige bewoners zijn vervangen), kleine voortuinen die het beste werken als er een lage ligusterhaag omheen staat, tonen het rationalistische talent van deze vaak verguisde architect. Ook de acht korte rijtjes aan de Bottalijn (70 woningen) zijn in 1988 naar ontwerp van Weeber gebouwd. De gevels, de kopgevels steken als boekensteunen iets door, zijn voorzien van een donkerder streepje, in de jaren tachtig een geliefd decoratief motief. Ook hier is de voor het handschrift van de architect karakteristieke vierkante ramen met houten kozijnen en elementaire slaapdozen op het dak te zien.

In het centrum verdient het Gezondheidscentrum aandacht, een werk van architect Frits van Dongen (1989, Stichting Gezondheidscentra Zoetermeer). Het ligt aan het plein bij het winkelcentrum aan de Sullivanlijn en beschikt over een bijzondere binnenruimte. De wachtkamer is vormgegeven als één lange golvende ruimte over de hele lengte van het gebouw, grenzend aan het Aldo van Eyckpark. Door de patrijspoorten valt het licht op een intrigerende manier de wachtkamer binnen. In het stadswijkdeelplan Noordhove I zijn op een aantal plekken voorzichtige toevoegingen gepleegd die de oorspronkelijke opzet van de stadswijk echter niet aantasten, maar juist welkomen en verrassende aanvullingen in een vrij monotone stadswijk vormen. Op de hoek Planbaan en Lijnbaan heeft in het jaar 2000 architect Kas Oosterhuis een blokje van vier koopwoningen ontworpen. Oorspronkelijk lag het in de bedoeling op nog een aantal van zulke plekken in Noordhove een 'Oosterhuis' te bouwen, maar de ontwikkelaar durfde het uiteindelijk niet aan. De huizen van Oosterhuis zijn nogal extreem en zouden onverkoopbaar zijn. Het blokje ziet eruit als een huifkar zonder wielen, met een huif van zink, bespikkeld met dakramen en met baksteen voor het onderstuk van de kar. Op nog twee andere plekken in het stadswijkdeelplan Noordhove I is aanvullende woningbouw neergezet. De woon- en werkwoningen van architectenbureau Groep 5 Van der Ven aan de Pianolijn en de patiowoningen van hetzelfde bureau naast de flat aan de Niemeyerruimte (het enige gebouw in het stadswijkdeelplan Noordhove I dat met zijn kop boven het maaiveld mocht uitsteken) zijn met hun grote glaspuien, warmgetinte baksteen en uiterlijk van frisse elegante moderniteit een welkomende stimulans in de stadswijk.

Noordhove Afronding

Het stadswijkdeelplan Noordhove Afronding, de tweede fase van de stadswijk, bracht haar eigen problematiek mee. De Afronding moest zorgen dat in de stadswijk als geheel een balans tussen de diverse categorieën woningen zou ontstaan zonder dat er een maatschappelijke en ruimtelijke tweedeling zou plaatsvinden. De gemeente wilde in heel Noordhove een evenwichtige doorsnede van de bevolking laten wonen. Hoewel het stadswijkdeelplan Noordhove Afronding ook buurten kent met klassieke verkavelingsprincipes van hoofd- en secundaire straten, parkeerhoven, halfgesloten bouwblokken en een menging van prijscategorieën (zoals de buurt tussen de reserveringsstrook van de Zoetermeerlijn, Kraijenhoffschans, Merkesschans en Schansbaan), is een weg ingeslagen die veel flexibeler is en daarom beter past bij de huidige eisen van markt en maatschappij. Hier werkt de gemeente met wat je zou kunnen noemen een ruimtelijke inrichting door fragmenten. Het is een ontwikkelingsproces van rafelranden, een opzettelijke lappendeken, waarbij het stedenbouwkundig raamwerk over de grote lijnen waakt. Dit vertolkt een onontkoombaar proces van individualisering van de samenleving.

De meer of minder autonome deelplannen in de zone tussen de reserveringsstrook en de Benthuizerplas zijn als volgt te begrijpen. De vier stedelijke superblokken met 26, 35, 50 en 30 appartementen op een plint met publieke voorzieningen tussen Dijkmanschans en Kraijenhoffschans zijn gebouwd in het jaar 2000 door de combinatie Intervam/Dura Zoetermeer/Bouwfonds Woningbouw (drie gebouwen) en IJsselbouw (één gebouw) met de architecten Van Mourik Vermeulen en Van den Oever Zaaijer Roodbeen. Zij werden de voortzetting van de voorzieningenstrip van het stadswijkdeeplan Noordhove I, maar hebben verder niet veel te maken met de aanpalende woningbouwprojecten. Hoogbouw is in het stadswijkdeelplan Noordhove Afronding ook buiten de voorzieningenstrip omarmd. De tijd van de flatneurose is definitief voorbij. In de stadswijk Noordhove staat vermoedelijk 'de eerste terrasflat op het noorden in Nederland', zoals architect Jeroen Simons van Inbo architecten de flat op de hoek van de Planbaan met het Schamhartplan beschrijft. De 32 appartementen met hun in het ribbeldak verzonken buitenkamers werden in 1998 gebouwd door Rabo Vastgoed/Intervam West. De grote televisieramen, betonnen schermen, ver uitstekende balkons en happen uit de bakstenen massa behoren tot het idioom dat architecten aan het einde van de twintigste eeuw hanteerden. Ook het etaleren van kapitaalkracht wordt niet meer als een zonde beschouwd en de bouw van een peperduur appartementengebouw in het jaar 2000 op een schiereiland in de Benthuizerplas met een zwembad tussen twee immense penthouses op het dak, verscholen achter het postmoderne pediment van deze hedendaagse tempel mag tegenwoordig schaamteloos worden gebouwd (Villa Benthuizerplas, IJsselbouw met architect Frank Roodbeen, 18 appartementen).

Iedere buurt in het stadswijkdeelplan Noordhove Afronding heeft zijn eigen thematiek. De woningbouwprojecten in de Boomgaard, waarvan een aantal windsingels is behouden, zijn ontworpen op basis van duurzaam bouwen. Bijna onzichtbaar voor het oog zijn de maatregelen die worden getroffen voor een goede isolatie, milieuvriendelijk materiaalgebruik, superzuinige cv-ketels, een checklist die vrijwel overal in bouwend Nederland is ingeburgerd. De zeven korte rijtjes (35 woningen) die architectenbureau BEAR in het jaar 2002 met als opdrachtgever Slokker tussen Ruimtebaan en Sterappelhof bouwde, zijn meer een voorbeeld van ecologisch wonen, zoals je in Oostenrijk of Duitsland aantreft. Dat wordt niet alleen ingegeven door de overkragende houten beschotting in een felle kleur blauw voor de bovenetages, de houten betimmering van de onderverdieping of de grote industriële glazen kassen aan de tuinkant, maar vooral ook door de noodzaak als bewoners met elkaar een gemeenschappelijke hof in te richten, te onderhouden en geen last van elkaar te willen hebben. Een ander opvallend project in dit deelplan zijn de neo-moderne woningen in stroken tussen de Goudreinethof en Granny Smithhof (31 woningen van Eurowoningen B.V. en architectenbureau Galis). Aan de Goudreinethof staan drive-in woningen, aan de Granny Smithhof wordt voor de deur geparkeerd. Het drive-in type is al enige tijd terug van weggeweest, waarmee tenminste één van de auto's die een gezin tegenwoordig heeft, van de straat is gehaald. De drive-in woning biedt de bewoners bovendien extra ruimte en is voor de architect een dankbare opgave, om bijvoorbeeld een split-level te ontwerpen. Galis liet zijn woningen optrekken in een gemêleerde baksteen, gecombineerd met verticale houten gevelpanelen, zonneschermen en dubbelhoge serres met aluminium puien. Hier is het bouwen met het oog op passieve zonne-energie (schermen, serres, open en gesloten gevels) gekoppeld aan een eigentijdse vormentaal, een aantrekkelijk materiaalgebruik voor het exterieur en een boeiende ruimtewerking in het interieur. Op Noordhove-eiland, aan het Marotplan en De Swartplan, zijn ook drive-in woningen gebouwd (36 koopwoningen daterend uit 1998). Opdrachtgever was Rabo Vastgoed/Intervam West met als architect Inbo architecten. Ze tonen de aantrekkelijkheid van het type: sympathieke overgangen tussen straat en voordeur door de toegangsbrug en het balkon en door de opgetilde ligging een fantastisch uitzicht over de plas. Het gaat hier om huizen met vier lagen van circa 600 m3 die voor circa vijf 5 ton zijn verkocht en inmiddels in prijs zijn verdubbeld.

De vesting tussen de Benthuizerplas en Noordhoveseplas is in optima forma een enclave en is bereikbaar via één toegangsweg. De basis van de vesting is een stedenbouwkundig plan van het Rotterdamse architectenbureau M.V.R.D.V. dat door de ontwikkelaars Era Bouw en Grootel Planontwikkeling/Ballast Nedam Woningbouw werd aangepast (architectenbureau Kokon, 32 sociale-koopwoningen en 142 vrije-sectorwoningen). Een hoge woningdichtheid gecombineerd met een grote variatie aan woningtypen was hier het uitgangspunt. Begin jaren negentig maakte landschapsarchitect Adriaan Geuze een verkavelingsplan met woonbebouwing in zeer hoge dichtheden voor de voormalige industrieeilanden Borneo-Sporenburg in Amsterdam. De kern van dit plan, dat nog steeds als voorbeeld geldt, zijn smalle, lange straten en smalle, zeer diepe rug-aan-rug woningen die intern van licht worden voorzien door een lichthof. Ze hebben geen tuin, wel een dakterras. Veel gemeenten hebben sindsdien het experiment beproefd. Het jonge bureau M.V.R.D.V. doet, net als Geuze, onderzoek naar nieuwe verkavelingsprincipes en programma's, een nieuwsgierigheid die een frisse wind laat waaien in de Nederlandse planningswereld. Voor de vesting, dat als buffer functioneert tussen een recreatie- en een natuurplas, was dit een goede gelegenheid om op een gering oppervlak een groot aantal woningen te realiseren. M.V.R.D.V.'s voorstel om op het eiland een abstracte plaat te leggen van smalle, diepe rug-aan-rug woningen (4x30 meter) met allemaal uitzicht op de plas, werd aangepast aan de eisen van de markt. Het beeld van de vesting werd anders: het buurtje kreeg een contour van verspringende dakhoogten, gevolg van de verschillende typen woningen en de dakopbouwen die als optie bij de koop werden aangeboden. De straatjes, waartussen parkeerterreinen of speelveldjes zijn gelegd, zijn mooi van maat en met aandacht beplant. Het plan bevat verschillende typen woningen: naast (ondiepe) rug-aan-rug woningen ook rijtjeshuizen met dakterras, kleine patiowoningen, woningen aan de randen met parkeren onder het huis of patiohoekwoningen, waar de hoek oplost in een tuin en autostalling met een dakterras erop.

Pal naast de vesting staat merkwaardig eenzaam, een gevolg van de reserveringsstrook van de Zoetermeerlijn, een rij met 18 woningen, dat in het jaar 2001 werd opgeleverd door HBG Vastgoed naar ontwerp van bureau Christiaanse. De woningen werden gebouwd voor 190.000 Euro en verkocht voor 350.000 Euro per stuk). Omdat de architect op de grond maar 7 meter ter beschikking had, is een doorsnede als een paddestoel ontwikkeld, een steel van 7 meter, waarboven de verdiepingen aan beide kanten 2,5 meter uitkragen. Om doorzichten naar de Benthuizerplas te geven, is de strook in drieën verdeeld. De individuele woningen, vier lagen hoog, worden ingesnoerd door bakstenen schijven; ze geven een streng ritme aan de totale rij, als de ribbelige voorkant van een oud radiotoestel. Aan de landkant zijn de gevels gesloten, maar aan de waterkant geven deze huizen zich volledig bloot met ver uitstekende balkons en een enorm groot raam voor de vide van de woonkeuken. De detaillering en materiaalbehandeling van de beide gevels zijn zeer verfijnd. Niet voor niets dwingt dit soort woningbouw in het buitenland veel bewondering af.

Tussen de stadswijkdelen Noordhove I en Noordhove Afronding mag vrijwel alles zijn veranderd (opdrachtgevers, materialen, bewoners, financiën), maar de plattegrond is constant gebleven. Beneden wonen en een open keuken, boven de slaapkamers en eventueel een zolder of dakterras. De split-level, drive-in, patio of rug-aan-rug zijn al decennia gebouwde variaties op de standaard. Hoe biedt je mensen dan toch het idee zelf zeggenschap te hebben over de inrichting van hun woning? Aan deze opgave zijn inmiddels in Almere drie openluchtexposities gewijd en bouwbedrijven hebben talloze systemen bedacht en ontwikkeld. In de deelplannen 2 en 5, respectievelijk de jaren dertig-achtige woningen aan de westrand van de reserveringsstrook (een plan van architectenbureau Kloet & Van de Merwe uit het jaar 1999) en de 144 woningen met opvallende zwarte dakopbouwen (78 vrije-sectorwoningen en de 66 huurwoningen) tussen Ruseschans en Zegwaartseweg naar ontwerp van Groosman Partners, wordt er nog voor gekozen om de plattegrond eenvoudig en standaard te houden, zodat in de woorden van Harrie Sipkens van Groosman Partners het wiel (de woningplattegrond) niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Zo blijft er voor de architect genoeg ontwerpwerk over en kan de besparing op de ontwerpkosten worden gebruikt om de huren redelijk te houden.

In deelplan 7 is men veel verder gegaan met het 'bewonerszelfbeslissingsrecht'. Ballast Nedam Woningbouw heeft aan weerszijden van de Schansbaan 74 woningen in verscheidene prijsklassen het woonconcept 'Origineel Wonen' meegegeven. Architect R. de Ruyter van Klunder architecten ontwierp op een basisplattegrond een groot aantal indelingen voor in totaal 24 twee-onder-een-kap huizen: de doorzonwoning, oma-thuis-woning, vriendenwoning en atelierwoning. Bewoners werden uitgedaagd de talloze mogelijkheden te beproeven en werden met computerprogramma's en onder deskundige begeleiding naar hun droomhuis gevoerd. Samen met de vele opties aan balkons, erkers e.d. is geen huis hetzelfde geworden. De twee-onder-een-kappers hebben een opvallend exterieur: stevig gedimensioneerde rechthoekige kaders in donkergrijze baksteen, waartussen van boven tot onder een glaspui is gespannen. De vloeren tekenen zich af door een dunne lijn.

Een zondagse wandeling in de stadswijk Noordhove gaat onvermijdelijk langs de plassen en al die daaraan gelegen woondromen. Hoewel gemeenten hun vrije-sectorzones graag vergelijken met vooroorlogse villawijken zoals in Hilversum, gaat die vlieger hier niet op. De kavels zijn te krap om de dikwijls goed ontworpen huizen tot hun recht te laten komen. Een supermodern woonhuis met veel glas, balkons en dakterrassen heeft hier al gauw een privacyprobleem. Spoedig na de oplevering werden de blinden definitief neergelaten. Toch telt Noordhove-eiland veel overtuigende voorbeelden van het vrijstaande huis, wat mede te danken is aan de bijzondere rol van de welstandscommissie op deze plek. De kopers kregen niet meer dan een optie op de grond zolang de commissie het ontwerp niet had goedgekeurd. Voor de huizen op het kleine eiland Rietveldplan golden randvoorwaarden, zoals de Z-vormige doorsnede die regelde dat de (meeste) huizen op de verdieping een fors overstek laten zien, waaronder de auto kan staan. Het krappe eiland wordt zo optisch vergroot.

De huizen waaieren uit naar vlonders en terrassen aan het water; het wonen is hier tot een lustoord verheven. Mooie voorbeelden op het eilandje zijn onder andere Rietveldplan 2, een modernistische doos met een grote galerij aan het plein van architectenbureau Bleeker, ontwerp André Nolden daterend uit 1999 en het huis op nummer 7 naar ontwerp van Robert Winkel, dat omwille van de privacy geheel gesloten zijgevels van sandwichpanelen kreeg en een prachtig gezoneerde plattegrond heeft. Het andere eiland, De Keyserplan, biedt een staalkaart aan stijlen: nummer 43 is een donkerkleurige, neo-moderne doos met opvallende houten louvres en een ruimteontwikkeling door trappen en vides van architectenbureau Oostveen. Op nummer 37 staat een groot, hoog huis met een toplaag bestemd voor gasten. Vloeiende ruimten, vides, een monumentale trap en op verschillende plekken invallend licht karakteriseren, dit door architect Frits Spaans daterend uit 2000 ontworpen huis. Architect Eric Wendel ontwierp in 2000 op nummer 5 een bakstenen schijf, waartegen een kolossale serre werd geplaatst. In het jaar 1999 zette hij op nummer 15 een slaapvleugel op poten, spoelt de ruimte onder het huis door en is de tuin vanaf de straat beleefbaar. Op nummer 28 vouwde architect A. Berkenpas om een eenvoudige doos een ronde, organische uitbouw. Achter de patrijspoorten ligt een beschut terras, dat dateert uit 2000. Architect Roggeveen combineert op nummer 32 een laag, visvormig woonhuis met een vrolijke slaaptoren. Heel opvallend is het witte, kasba-achtige huis met de gesloten muren op nummer 1 van architect Van Mierlo daterend uit 2000, dat privacy tot uitgangspunt heeft verheven en daarmee heel wat problemen heeft opgelost. De fraaiste huizen van Noordhove-eiland zijn ontworpen door Wilfried van Winden. Deze liggen direct aan de plas op nummer 20 en 22. Hier is alles verenigd wat een geslaagd woonhuis moet bevatten: origineel, fantasierijk en op maat gesneden, een slimme omgang met plek en zonnestand, goede plattegronden en een degelijke afwerking.

Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad

De ontwikkeling
in de stadswijk Noordhove
De historische infrastructuur
in de stadswijk Noordhove
De ruimtelijke opzet
in de stadswijk Noordhove
Het groen en water
in de stadswijk Noordhove
 
De architectuur
in de stadswijk Noordhove
De recente ontwikkelingen
in de stadswijk Noordhove
De bijzondere kwaliteiten
van de stadswijk Noordhove