De stadswijk Driemanspolder - de architectuurDe 288 eengezinswoningen zien er dankzij de standaardbouwmethode allemaal hetzelfde uit. De huizen werden al meteen BOB-woningen genoemd, naar de opdrachtgever het Bureau Ontwikkeling Bouwprojecten. Het ontwerp is van architectenbureau F. Klein N.V. uit Groningen. Frans Klein had ruime ervaring met ontwerpen voor systeembouw. Hij werd onder meer ingeschakeld voor de bouw van Vrederust-west, een wederopbouwwijk uit de tweede helft van de jaren vijftig in Den Haag. Grote raampartijen aan de voor- en achterzijde zorgen voor een ruime lichttoetreding. Kleine details als borstweringen van breuksteen onder het raam op de begane grond en van hardhout onder het verdiepingsraam, een prefab betonnen luifel boven de voordeur en een zelfde betonnen kolom tussen de raampartijen van de huizen zorgen voor een levendig gevelbeeld. Niet alle woningen zijn voorzien van een dakkapel. Naar keuze kon men een kapel laten plaatsen of een Velux dakraam. Er was geen keuze uit verschillende modellen. Daardoor is er, ondanks het feit dat niet overal dakkapellen zijn geplaatst, geen sprake van een rommelig beeld. Op een aantal uiteinden van de evenwijdig geplaatste BOB-woningen en langs de stadswijkontsluitingswegen van de Stadhoudersring en de Clauslaan staan drive-in woningen. Ze zijn in 1972 gebouwd naar ontwerp van architectenbureau Tol, Noordhoek en De Ruyter uit Rotterdam. De drive-ins zijn drie lagen hoog en hebben plat dak. De begane grond bevat de garage waaraan een extra slaapkamer kan zijn toegevoegd, de woon- en slaapvertrekken liggen daarboven. De derde laag ligt iets terug, waardoor ruimte voor een balkon is gecreëerd. Het bureau ontwikkelde twee types. Bij het ene type bevindt de terugliggende laag zich aan de voorzijde en ligt ook de begane grond met de garagedeur iets terug. Bij het tweede type die langs de stadswijkontsluitingsweg staat, is de voorgevel recht en voorzien van een minder conventionele gevelindeling. De raampartijen zijn langgerekt, met terzijde een klein rechthoekig raam voor de nachtventilatie. In de gevel is een gele steensoort met donker mangaan gecombineerd. Een tweede groep drive-ins bevindt zich aan de westzijde van de Stadhoudersring. Zij dateren uit 1973 en zijn gebouwd door architect L.J. Zwarts uit Arnhem. Ook hij ontwikkelde, ogenschijnlijk, twee types: Type A en type B, maar het aardige is dat hij de voor- en achtergevel uitwisselde. De voorgevel van type A is de achtergevel van type B met uitzondering van de begane grond met de garagedeur. De zes torenflats die als losse blokjes tussen de laagbouw staan, zijn eveneens van Tol, Noordhoek en De Ruyter. In opdracht van het Shell Pensioenfonds werden zij in 1973 gebouwd door Gebr. van de Luitgaarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om negen torens te bouwen, maar onder druk van met name de Belangengemeenschap Driemanspolder, die negen torens in een laagbouwbuurt veel te veel vond, werden drie torens geschrapt. Als compensatie kwamen er meer woningen per toren. De zes identieke flats zijn, evenals overigens de drive-ins, gebouwd volgens de gietbouwmethode. Dat hield in dat iedere dag een vloerstort en een wandstort moest plaatsvinden. Het onderhuis is twee bouwlagen hoog en bevat de entree, garages, een containerruimte, bergingen en technische ruimten. Daarboven bevinden zich twaalf woonlagen. De kleine uitkragende balkons zorgen voor een verticaal accent. Werkelijk imposant is de torenflat de Blankaard, gebouwd in 1971, van architectenbureau Bakker en Bakker uit Amsterdam, welke ook in de stadswijk Palenstein heeft gebouwd. Deze flat is een herhaling van de drie torenflats die daar staan. De twintig lagen op een onderbouw torenen hoog boven alles uit. De plattegrond van de woningen is hier niet in de lengterichting georiënteerd, maar gegroepeerd rond een centrale hal per verdieping. Entree, keuken, berging en badkamer liggen aan de binnenzijde, de woon- en slaapkamers aan de balkonzijde. Even imposant maar dan in de lengterichting zijn de galerijflats. Tussen 1970 en 1975 bouwde ERA zeshonderd galerijwoningen (tien lagen op een onderbouw) langs de Dunantstraat en de Van Leeuwenhoeklaan naar ontwerp van J.P. van Eesteren uit Rotterdam. Het zijn langgerekte flats met een knik, die vergelijkbaar zijn met de flats in de stadswijk Palenstein. Het monotone beeld van de gesloten witte galerijhekken is een aantal jaren geleden verlevendigd door onder meer schuin geschilderde gekleurde banen. De zeven korte galerijblokken aan de binnenring van architect L. Roggeveen uit Waddinxveen zijn eenvoudige flats met een vrijwel identieke balkon- en galerijzijde. De drie blokken zijn met elkaar verbonden door garages. In opdracht van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds werden in 1970 langs de Stadhoudersring twee geknikte galerijflats gebouwd, die naar het aannemingsbedrijf Muys & de Winter's uit Rotterdam bekend staan als de MUWI-flats. Architectenbureau E.F. Groosman uit Rotterdam tekende voor het ontwerp. De flats zijn tien woonlagen hoog op een halfverzonken garagelaag. Het aannemingsbedrijf ontwikkelde begin jaren vijftig een eigen stapelbouwmethode, het systeem muwi. Dit is de bekendste en meest toegepaste methode voor stapelbouw. Betonblokken met elk twee holten konden door één man met de hand gestapeld worden, waarna de holten met beton werden volgegoten. Architect Groosman heeft een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van dit systeem geleverd. Hoewel niet in dienst van het aannemingsbedrijf, was hij toch min of meer hun vaste architect. Het winkelcentrum De Vijverhoek, gebouwd in 1971, is een ontwerp van architectenbureaus Pennink te Amsterdam en Lucas en Niemeyer te Voorburg. Lucas en Niemeyer waren landelijk bekende architecten vanwege hun utilitaire technocratische architectuur, die later in de jaren zeventig in diskrediet raakten. Het winkelcentrum bestaat uit een aantal smalle 'pijpenlawinkeltjes' op een rij, een grote supermarkt, een parkeerterrein en de vijver. De winkels zijn verbonden door een brede doorlopende luifel, die het winkelende publiek bij slecht weer enig comfort biedt. De luifel is opvallend maar weinig subtiel vormgegeven door de ruitvormige verdikking die boven de scheiding tussen de winkeltjes is aangebracht. Er is weinig aan het winkelcentrum gewijzigd; de winkels, de supermarkt, de grote vijver met de 'niet-natuurvriendelijke' harde stenen beschoeiing en de hoge daarachter oprijzende galerijflats tonen een gaaf beeld van de ontwerpopvattingen uit de tweede helft van de jaren zestig van de twintigste eeuw. In contrast hiermee staat de bewaard gebleven historische bebouwing aan de noordzijde van Driemanspolder. De boerderijen en huizen aan de Vlamingstraat en de Voorweg zijn vrijstaand en ruim verkaveld. Er staan een drietal rijksmonumenten: Akkerlust aan de Vlamingstraat 49 uit 1866, de Sprankshoeve aan de Vlamingstraat 77 uit 1827 en het woonhuis aan de Vlamingstraat 83 uit 1935. Van de eerste twee is de architect onbekend, de laatste is gebouwd door Jan Dekker, die veel huizen in Zoetermeer heeft ontworpen in een eigen, herkenbare variant op de Delftse School. Gemeentelijk monument zijn de boerderij aan de Vlamingstraat 2/4 uit 1850-1875), het woonhuis 'Van Oudsher' aan de Vlamingstraat 22 uit 1865, het huis met het opvallende bolle dak aan de Vlamingstraat 34 uit 1936, het woonhuis aan de Voorweg 37 uit 1910 met haar fraaie Jugendstil details, 'Rozenhof' aan de Voorweg 50 uit omstreeks 1815, het herenhuis 'Minderzorg' uit 1878 aan deVoorweg 52 en boerderij ‘Kahnlust’ aan de Voorweg 54 uit 1895 met een mooi uitgevoerde voorgevel. De historische bebouwing wordt afgewisseld door recentere bebouwing, waaronder een aantal Urban Villa's die in de jaren tachtig op het terrein van het voormalige noodwinkelcentrum Soeterweijde tussen de Dublinstraat en de Voorweg zijn gebouwd. Achter de bebouwing van de Vlamingstraat bevindt zich aan de Van Leeuwenhoeklaan een enigszins vergeten stukje historisch Zoetermeer. Het betreft een voormalig tuinderscomplex uit 1914-1915, waarvan de schoorsteen voor het verwarmen van de kas en twee arbeiderswoningen nog resteren. De schoorsteen is een van de laatste twee die over zijn in Zoetermeer en heeft een hoge zeldzaamheidswaarde. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| ||||||||||||||||