De stadswijk Dorp - de architectuurEr zijn nog enkele bouwwerken uit de negentiende eeuw aanwezig: de Nutricia-Hoeve aan de Rokkeveenseweg (1850/1925), het neo-classicistische woonhuis 'Nabij', Eerste Stationsstraat 84 (1855), de voormalige boerderij en smederij (1858/ca.1900) aan Den Hoorn 4/4a, een neo-renaissance pakhuis aan de Schinkelweg (1895), delen van de oude fabriek Nutricia (1896) en molen 'De Hoop' (1897). Uit de eerste helft van de twintigste eeuw dateren de Pelgrimskerk en de pastorie (1932) in de traditionele Delftse Schoolstijl met elementen van de Amsterdamse School, kleine arbeiderswoningen aan het begin van de Eerste Stationsstraat en verderop de markante woonhuizen uit de jaren twintig en dertig die ook aan het begin van de Molenstraat staan, waarin de interbellum architectuur is vertegenwoordigd. Een aantal hiervan staat op de rijks- of gemeentelijke monumentenlijst. Eveneens in de Delftse Schoolstijl zijn drie kerken gebouwd: de Adventskerk, een eenvoudige zaalkerk met vierkante toren aan de Julianalaan van architect A. van Eck Wzn uit 1955; de gereformeerde kerk Het Kompas aan het Piet Heinplein, gebouwd door D. Huurman in 1955/1956, waar fraaie metselverbanden worden afgewisseld met natuursteen rond de vensters en deuren en een bescheiden kerkje zonder toren aan de Irenelaan uit 1956 van architectenbureau J. Dekker & P. van der Sterre. Geheel anders van stijl is de strak vormgegeven Morgensterkerk met haar vele betonpalen en grote raamvlakken aan de Nassaulaan uit 1964 van architect W. Wissing. Fraai in het beeld van de buurt past ook de eerste telefooncentrale van Zoetermeer op de hoek van de Bernhardstraat en de Irenelaan, een markant gebouw dat goed aansluit bij de sobere architectuur van de woonhuizen. De woningwetwoningen van de gemeente Zoetermeer en de woningbouwverenigingen uit het begin van de jaren vijftig werden standaard uitgevoerd naar ontwerp van het vaste architectenbureau J. Dekker (tevens opzichter van gemeentewerken) en P. van der Sterre. Het zijn eenvoudige tweelaags rijtjeswoningen met langskap, gedekt met de rode Hollandse pannen. Soms sieren bescheiden decoraties zoals geprofileerde booglateien boven de voordeuren of ruitvormig siermetselwerk de gevels. Het buitenschilderwerk werd in lichte kleuren gehouden, met uitzondering van de buitendeuren en het ijzerwerk. De indeling is traditioneel in de lengterichting georiënteerd. Naast de voor- en achterkamer liggen de gang en de keuken. De kamers werden door een glazen wand van elkaar gescheiden. Als lambrisering in gang en trap diende het gladde betonemaille. Voor de terreinafscheidingen koos men voor ligusterhagen. Halverwege de jaren vijftig ging men over op het Tramonta-bouwsysteem. Volgens dit systeem werd in de Zeeheldenbuurt een flink aantal woningen gebouwd. De basis is een skeletconstructie van gewapend beton ter bevordering van de rationalisatie van het bouwen. Door deze nieuwe constructie was het mogelijk een veel transparantere gevel te realiseren waardoor licht- en luchttoetreding optimaal waren. Tramonta-woningen in de vorm van tweelaags eengezinswoningen met langskap werden gebouwd aan de De Ruyterstraat en aan de schuin verkavelde straatjes tussen deze straat en de Karel Doormanlaan. De schuin geplaatste vijf blokken woningen aan de Karel Doormanlaan en aan de Van Brakelstraat uit 1957 werden eveneens volgens Tramonta gerealiseerd, maar zijn minder traditioneel van opzet. Met hun doorlopende vensterreeksen over de beide bouwlagen waartussen houtbetimmering en het lessenaarsdak met een deklaag van groene leislag sluiten zij aan bij een modernere richting. Ook de eerste galerijflat van Zoetermeer uit 1958 aan de John McCormickstraat is gebouwd volgens het Tramonta-systeem. De opbouw van de galerijflat is klassiek met een plint in de vorm van een souterrain, een drietal verdiepingen en een flauw hellend zadeldak. met uitstekende dakrand. De galerijen liggen aan de achterzijde, gericht op het openbare groengebied, waar de doorlopende balkonhekken en vertikale gevelstijlen voor een fraaie ritmiek zorgen. Een soortgelijke ritmiek bezitten ook de gestapelde blokken aan de J.W. Paltelaan en de Kloosstraat. Geen galerij, maar wel een evenwichtige opbouw in horizontale lijnen met verticale geledingen bezitten de tegenover elkaar gelegen gestapelde woningen aan de Vermeerstraat, ter hoogte van de Karel Doormanlaan. Deze woningen worden ontsloten door een portiek. Vermeldenswaard is een aantal portiekwoningen aan de 5 Meistraat en de Cornelis van Eerdenstraat, gebouwd door aannemer Groen en Bregman uit 1954. Ze ogen als tweelaags eengezinswoningen met kap, maar de grote ramen op de verdieping en de ingang met vier brievenbussen verraden dat het hier gaat om gestapelde bouw. De woonblokjes met plat dak aan het Wilgenplein van architect Wissing uit 1958 zijn uiterst strak en functioneel vormgegeven. De muren van kalkzandsteen zijn gevat tussen betonnen draagbalken. De huizen hadden ten opzichte van de traditionele woning een afwijkende indeling: de keuken was aan de voorzijde gesitueerd en de zitkamer over de volle breedte aan de achterzijde. De borstweringen van keuken- en woonkamerpui waren oorspronkelijk beglaasd. Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
| ||||||||||