De strenge scheiding tussen de gebouwtypen zoals in de stadswijken Palenstein, Driemanspolder en Meerzicht het geval is zijn verdwenen. In de stadswijk Buytenwegh de Leyens zijn de eengezinswoningen en de gestapelde bouw geïntegreerd.
De stadswijk Buytenwegh
In de stadswijk Buytenwegh fungeren de vier woondekken in de Rodenbuurt en de twee rijen dijkwoningen in de Hovenbuurt, de zogenaamde bebouwingsruggen, als belangrijkste structuurbepalende elementen.
De Rodenbuurt
De woondekken zijn een voortzetting van het experiment met dubbel grondgebruik, dat in de stadswijk Meerzicht is begonnen. De vier woondekken strekken zich, parallel aan elkaar, ruwweg uit vanaf de stadswijk Stadscentrum tot aan de Meerpolder. Smalle groenstroken aan weerszijden begeleiden deze langgerekte lijnen. Om de dekken zijn laagbouwwoningen en gestapelde woningen gegroepeerd. De vier dekken verschillen onderling in lengte en vormgeving. De bebouwing bestaat uit drie tot vijf lagen die aan een woondek is gesitueerd. De woningen op de verdiepingen zijn bereikbaar via een buitentrap die uitkomt op het dek. Onder het woondek bevindt zich de benedenstraat met parkeervakken. Geen van de dekken vormt een rechte, doorgaande lijn; door de woonblokken ten opzichte van elkaar te laten verspringen, verschuift het pad van links naar rechts. Waar de woondekken het water van de tochten kruisen, kan de voetganger zijn weg vervolgen over een brug, maar ziet de gebruiker van de benedenstraat zijn weg afgesneden.
Twee dekken zijn ontworpen door Inbo bv, Architectenbureau voor Industriële Bouw uit Woudenberg (dek I en III) en twee door architect J.J. Sterenberg uit Ter Apel (dek II en IV). De woningen van Inbo hebben een plat dak. Het eerste dek (I) loopt parallel aan de Muzieklaan en ligt tussen de Beethovenrode en de Donizettirode, daterend uit 1974. Het woondek vormt een bijna doorgaande looproute, alleen bij de Chopinrode is ze onderbroken. Hier moet de voetganger afdalen naar straatniveau, oversteken en dan zijn weg over het dek verder vervolgen. De dekken lopen niet meer, zoals oorspronkelijk, over de volle breedte van gevel tot gevel, maar zijn opengemaakt en door bruggen over de benedenstraat met elkaar verbonden.
Dek I gaat bijna naadloos over in de drielaags gestapelde woningen aan de Louis Armstrongrode, maar deze horen daar niet bij. Zij vormen onderdeel van een buurtje tussen de Bachrode, Muzieklaan en Amerikaweg, naar ontwerp van architect Sterenberg (1974). De architect maakte in samenwerking met de Federatie van Zoetermeerse Woningbouwcorporaties en Era Woningbouw een bewonersboekje. Het spreekt van een 'nieuwe woonbuurt in een nieuwe woonwijk met een nieuwe woonomgeving' en geeft een aantal tips voor de inrichting. Het andere woondek van Inbo (dek III) begint bij de Muzieklaan en eindigt bij de Kid Oryrode. Hier bevindt zich het dek aan één zijde van de woningen, de andere zijde is open en biedt een aanblik op de benedenstraat. Het dek wordt onderbroken door de Mendelsohnrode.
Van de twee woondekken van Sterenberg, daterend uit 1975, is dek II de langste van allemaal. Hij loopt helemaal van de Vorstiusrode tot aan de Meerpolderdijk. Het vierde dek van de Wiardi Beckmanrode tot aan de Muzieklaan is veel korter. De woningen zijn drie tot vier lagen hoog en worden gedekt door markante mansardekappen met bedekking van een groene shingles. Vooral de shingles in leivorm op de kappen van woondek IV zijn bijzonder decoratief. De dekken zijn relatief smal en lopen van gevel tot gevel. Ook nu werd een bewonersboekje uitgegeven met een korte toelichting op het fenomeen woondek: ‘Deze zogenaamde woondekken, ook wel parkeerdekken genaamd, zijn ontwikkeld met de bedoeling de omgeving van uw woning zoveel mogelijk vrij te houden van parkerende auto’s zonder dat deze plaatsen ver van de woning komen te liggen. Dat is gebeurd door de woonstraatjes en de daar aangelegen woningen op een niveau boven de grond te brengen en hieronder de parkeerplaatsen te situeren. Deze woondekstraatjes zijn bereikbaar door middel van trappen, hellingbanen en liften. Omdat deze woondekken via bruggetjes over het water en over de weg met elkaar in verbinding staan, ontstaat zo ook een veilige voet- en fietsroute. Er zijn verschillende woningplattegronden. Sommige bezitten op het parkeerniveau ruimte voor slaap- en badkamer. Op het woondekniveau zijn hal, woonkamer en open keuken gesitueerd. Bovenwoningen worden ontsloten via galerijen, met zoals gebruikelijk de keuken aan de galerijkant en de woonkamer aan de balkonkant. Er zijn ook verschillen tussen de woondekken van Inbo en Sterenberg. De woningen van Inbo hebben allemaal dezelfde maat en hebben óók een voordeur op maaiveld. Bij de woondekken van Sterenberg varieert de grootte van twee- tot zeskamerwoningen, die door diverse soorten leeftijdsgroepen worden bewoond.
Van de buurtjes die niet tot de dekken behoren, zijn dertig vrije sector woningen uit 1978 het vermelden waard. Ze staan in de oostelijke hoek van de Rodenbuurt, aan de Palestrinarode en zijn ontworpen door Leo de Jonge, die nog bekend is uit de stadswijk Meerzicht waar hij veel heeft gebouwd. De woningen zijn rond een rotonde gegroepeerd en vallen op door hun karakteristieke vormgeving met forse lessenaarsdaken. Een aantal is bekleed met donkere red wood rabatdelen.
De Hovenbuurt
Bepalend in het deel van de Hovenbuurt langs de Amerikaweg zijn de twee rijen dijkwoningen. Zij strekken zich uit vanaf de rand van de Amerikaweg tot bijna de Hoofdtocht langs de J.C. Bloemhove/Anna Blamanhove en de Coornherthove/Louis Couperushove. De buurtontsluitingsweg onderbreekt de twee reeksen ongeveer in het midden. De naam dijkwoning is ontleend aan het verhoogde pad tussen de woningen, de dijk. De dijk ligt op ongeveer halve verdiepingshoogte. Er zijn 156 dijkwoningen gebouwd naar ontwerp van architektenburo Coen Bekink uit Groningen in opdracht van de Federatie van Zoetermeerse Woningbouwcorporaties (1974). De woningen zijn gesplitst in 52 onderwoningen en 104 bovenwoningen. Ze zijn bereikbaar via stalen buitentrappen naar boven en via trappen in de dijk naar het benedengedeelte. Zo zijn galerijen en trappenhuizen voor de ontsluiting van de bovenwoningen niet nodig en wordt verhuld dat het hier gaat om de minder geliefde gestapelde bouw. De gevels zijn bekleed met houten rabatdelen. De keukens zijn aan de dijkzijde gesitueerd en de woonkamers aan de achterzijde. Groenstroken naast de woningen begeleiden de langgerekte rugstructuur. Rondom de dijkwoningen staan van dezelfde architect en van dezelfde opdrachtgever groepen eengezinswoningen en gestapelde woningen in verschillende uitvoeringen. Hiertoe behoren traditionele eengezinswoningen met langskap en met aardige details als een uitgebouwde entree en strookramen onder de daklijst, die onder meer aan de Anna Blamanhove staan, als onderdeel van een bouwplan van 201 woningen uit 1974. Ook de indeling is traditioneel met de woonkamer voor en de keuken achter. Speelser ogen de geschakelde woningen met puntgevels onder een zadeldak uit 1976 die gecombineerd worden met tweelaags woningen met plat dak (Verweyhove e.o.). Deze bestaan uit eengezinswoningen , gestapelde bouw en rolstoelwoningen. Rondom de Busken Huethove realiseerde Bekink in 1975 kaskowoningen waarvan de definitie officieel luidt: ‘Een kasko is een tot bewoning bestemd gebouw, waarbij de bewoner een grote mate van vrijheid geniet ten aanzien van indeling, wijziging, afwerking en eventueel uitbreiding. En zo togen de bewoners zelf met hamer en zaag aan het werk om het interieur zo goed mogelijk af te stemmen op hun individuele woonwensen.
Hier en daar bevinden zich ook kleinere wooneenheden, zoals aan de Datheenhove waar twee blokken van tien en acht woningen aan het water van de Hoofdtocht staan. Zij zijn in 1975 ontworpen door architectenbureau Martin Kerstjes en Jac. Teeuwisse uit Zoetermeer. De gevels aan het water zijn verlevendigd door rondbogen en buitentrappen.
Ook architect A. Alberts die in de stadswijk Meerzicht een deel van de woondekken ontwierp en het inmiddels gesloopte stadswijkcentrum, heeft in de stadswijk Buytenwegh gebouwd. Van zijn hand is onder meer een buurtje rondom de Penninghove langs de Zwaardslootseweg dat een uitstekend beeld geeft van de ontwerpmethoden uit de jaren zeventig. De voor het merendeel eengezinshuizen hebben diep doorlopende, a-symmetrische kappen en zijn gelegen aan smalle woonstraten. Door de verspringende rooilijn ontstaat een sterk wisselend ruimtelijk straatprofiel. De Hoofdtocht die door het wijkje loopt is opgenomen in twee binnenterreinen en op één plaats overbouwd. De architect heeft optimaal gebruik gemaakt van de aantrekkingskracht van wonen aan het water door de huizen te voorzien van een houten vlonder die ver over het water uitsteekt.
Langs de rand van de Hovenbuurt, aan de Europaweg, strekt zich een enorm 'spinachtig' gebouw uit. Hierin heeft jarenlang het ministerie van Onderwijk, Cultuur en Wetenschappen zich gehuisvest. Vanaf het jaar 2007 zal de A.I.V.D. dit pand gaan intrekken en het biedt ruimte voor ongeveer 2.500 personen. Als architectuurstijl behoort het tot het structuralisme, een in Nederland ontstane stroming met als kenmerk harmonieus in elkaar overlopende binnen- en buitenruimtes. Gebouw en omgeving vormen zo één geheel in plaats van gescheiden eenheden. Grondlegger voor deze nieuwe stijl is Aldo van Eyck met het Burgerweeshuis in Amsterdam uit 1960 geweest. Het ontwerp van het ministerie uit 1975-1978 is van de Haagse architektenkombinatie Rosdorff. Het gebouw bestaat uit een verzameling van negen haakvormige blokken met op de hoeken en op de beëindigingen octagonale torens. De aluminium gevels op een ondergrond van metselwerk zijn grijs metallic gemoffeld, waarvan de kleur afhankelijk van het weer varieert van donkergrijs tot zilverachtig. Met een glaspercentage van 45% wordt een grote transparantie bereikt. Conform de uitgangspunten van het structuralisme werd het ministerie geïntegreerd in de stadswoonwijk opdat het niet zou fungeren als een onneembare barrière langs de Europaweg. Dat heeft men bewerkstelligd door de wegen en de paden van de wijk voort te zetten over het terrein. Zo is het gebouw naadloos verweven met de stadswijk waar het in wezen een miniatuurversie van is. Zelfs de term 'verdwaalwijk' is op het gebouw van toepassing. Hoewel in het interieur per gebouwdeel door materiaalkeuze en kleur uitdrukking wordt gegeven aan de functies van de ruimten, om de bezoekers extra houvast te bieden bij hun oriëntatie, blijkt dat in de praktijk niet voldoende te zijn. Het gebouw is een doolhof, waarvan ten overvloede ook de hoofdingang moeilijk te vinden is.
De stadswijk De Leyens
Het streven naar afwisseling en variatie in deze periode komt ook in het bouwplan van Shell voor 295 woningen rondom de Fidelioschouw en Candidaschouw duidelijk tot uiting. De woningen zijn in 1976 gebouwd naar ontwerp van de Maatschap voor architektuur en ruimtelijke vormgeving Van Wijk en Gelderblom. De Maatschap ontwikkelde vanuit een breedtemaat van 4.50 meter een aantal woningtypen, met verschillende hoogten. Door deze woningen te schakelen en een bajonetvormige plattegrond toe te passen bij de hoeken, is een zeer gevarieerd straatbeeld ontstaan. De gevels zijn opgetrokken uit baksteen en gecombineerd met een houten beschieting. De manier waarop de woningen haakvormig rondom een binnenweitje zijn gegroepeerd, vereisen inderdaad ingenieuze hoekoplossingen, wil er een enigszins bruikbare plattegrond ontstaan. Een kleiner plan, van 64 woningen aan de Medeaschouw/Esmoreitschouw uit hetzelfde jaar, kent een rechtlijniger opzet. Het ontwerp is van architect Van Ardenne uit Arnhem. Hier zijn split-level woningen in een U-patroon rondom twee binnenterreinen gesitueerd, waarop de garages uitkomen. De variatie is te vinden in de gevelbehandeling en de dakvormen, al is het oorspronkelijke speelse silhouet voor een groot deel te niet gedaan door allerlei later toegevoegde dakkapellen en dakopbouwen.
Goed passend in de sfeer van de jaren zeventig is het stadswijkje dat omsloten wordt door de Hoekerkade, naar ontwerp van het Utrechtse architektenburo Knoop & Nieuwveld uit 1979. Een centrale plaats nemen hier eenlaags huizen in met een gecombineerde dwarsen langskap die herinneren aan ouderwetse hofjeswoningen. De dwarskap bezit een open voorzijde, die als dakterras fungeert. Daarachter liggen slaapkamers, een werkruimte en een badkamer. Achter de woningen bevindt zich een parkeerdek van twee lagen. Rondom deze huizen staan eenlaags woonhuizen met verschillende kaphoogtes en hier en daar uitgebouwde houten erkers.
Van Leo de Jonge is een bouwplan van 274 woningen, zowel eengezinswoningen als gestapelde woningen, gelegen tussen de Shawzijde en de Sartrezijde. Ook hier een diversiteit aan vormen die variëren van eenlaags huizen met plat dak, traditionele tweelaags huizen met langskap tot huizen met a-symmetrische kappen en galerijwoningen. Aan de Pinterzijde was een modelwoning ingericht. Na bezichtiging door de leden van de bouwvergadering op 21 april 1980 oordeelde men dat ‘het geheel een goede indruk maakte waarbij de verwachting aanwezig was, dat dit projekt prettig bewoonbaar zal zijn en onderhoudstechnisch geen problemen zal geven. Alleen de Welstandscommissie vond dat door de uit economische noodzaak gepleegde versobering een matig plan was ontstaan.
Zanstra, De Clercq Zubli en Lammertsma en partners, van welk bureau de eerste twee architecten nog bekend zijn van galerijflats in de stadswijk Palenstein, realiseerden in 1976 in opdracht van het A.B.P. een vrij groot bouwplan van 386 woningen in de Strokenbuurt. Het plan bestond uit eengezinswoningen en gestapelde woningen. Dit ontwerp heeft een gevarieerd straatbeeld opgeleverd met afwisselend kopgevels en langsgevels aan de straat die ten opzichte van elkaar verspringen. De bergingen aan de voorzijde zijn in uitbouwen geplaatst die met een zadeldak of met een lessenaarsdak zijn gedekt. De gestapelde woningen worden ontsloten door lange galerijen, tot drie boven elkaar, die via een wenteltrap te bereiken zijn.
In tegenstelling tot het nogal karakterloze wijk- en winkelcentrum in de stadswijk Buytenwegh, is het winkelcentrum van de stadswijk De Leyens aantrekkelijk vormgegeven. De winkels met erboven woningen zijn aan weerszijden van de Broekwegzijde gesitueerd in aansluiting aan het Sprinterstation De Leyens. Het ontwerp van architektenburo Spruit, De Jong en Heringa uit 1979 voorziet in een galerij voor de winkels, bestaande uit eenvoudige pilaren en plat dak, die refereert aan historische winkelgalerijen. Het winkelaanbod bestond in de begintijd uit onder meer een bakker, een chinees, een delicatessenzaak, een slager en een drogist. Aan de andere kant van de Zoetermeerlijn bevindt zich een complex bejaardenwoningen met dienstencentrum. Het bestaat uit twee delen, die door een loopbrug over het water van de Broekwegwetering met elkaar zijn verbonden. Opvallend is de enorme glasgevel van schuine glasvlakken waar het atrium met ingangspartij zich bevindt. Het complex werd in 1978 gebouwd door het Buro voor Plan en Ruimtelijke Ontwikkeling, thans Atelier Pro Architekten (Hans van Beek). Dit bureau zou in de eerste helft van de jaren negentig het nieuwe Stadstheater van Zoetermeer bouwen.
Als we naar de plannen kijken die in de eerste helft van de jaren tachtig zijn gerealiseerd, dan zijn de stedenbouwkundige opzet en het architectuurbeeld meer geordend en strakker van lijn geworden waardoor met name het noordelijke deel van de stadswijk De Leyens anders van karakter is. Een voorbeeld is het bouwplan van de Industriële Bouwmaatschappij Elementum b.v. aan de Sartrezijde uit 1983, dat is opgezet in rechte blokken eengezinswoningen in strokenbouw. Het ontwerp voor de 148 eengezinswoningen is van architektenburo Rondeltap-Oosterheert uit Den Haag. Aan de bewoners werd een boekje meegegeven met nuttige wenken voor het onderhoud en de reiniging van de 'moderne' materialen waarmee de woningen zijn gebouwd.
Ook het bouwplan voor 68 woningen aan de Werflaan van architect Carel Weeber is een goed voorbeeld van de ingezette lijn naar meer ordening. De woningen zijn in acht rechte blokken verdeeld die met hun achterzijden naar elkaar gericht zijn en een binnenterrein omsluiten. Hier bevindt zich een langgerekte strook water waar de huizen aan grenzen. Aan de voorzijde zijn de woningen drie lagen hoog, de achterzijde is voorzien van een diep doorlopende kap tot op de eerste laag. Aan de straatzijde vertonen de gevels door de blokvormige opzet en de kleine raampartijen een bijna afwerende aanblik. Het strenge beeld wordt extra benadrukt door de horizontale lijnen van mangaan steen op de verdiepingen die tussen de lichtgele gevelstenen zijn aangebracht. De architect heeft op de bouwtekening de mogelijkheid aangegeven om in het grote dakvlak aan de achterzijde naar keuze één of twee dakkapellen te plaatsen. Ook uit deze periode dateert een plan aan de Broekwegk de ter hoogte van de Broekwegwetering. Hier waren aanvankelijk kantoren en bedrijven gepland maar door de gewijzigde economische omstandigheden bleek het na verloop van tijd niet mogelijk die functies op deze locatie te verwezenlijken. Daarom werd in samenwerking met Slokker Vastgoedmaatschappij en architectenbureau Groosman en Partners in 1985 een nieuwe invulling voor dit gebied ontwikkeld. Ron Forrer, als architect verbonden aan Groosman en Partners ontwierp attractieve eengezinswoningen van twee bouwlagen met kap, uitgevoerd in een zachtwitte kalkzandsteen. De zolderverdieping bezit een terras aan de voorzijde, met uitzicht over de Broekwegwetering. De geschakelde woningen zijn zo gesitueerd dat zij het water aan twee zijden 'omarmen'.
Meer noordelijker in de stadswijk De Leyens, langs het water, is de bebouwing divers met een afwisseling van vrijstaande woningen, rijtjeshuizen met langs- en dwarskappen en twee-onder-een kapwoningen met a-symmetrische daken. De twee-onder-een kapwoningen vertegenwoordigen een type dat in de stadswijk Buytenwegh de Leyens niet veel voorkomt. Zij staan aan de Tjotterkade en zijn een ontwerp van architectenburo H. Mooiman uit 1983. Mooi zijn ook de op zich vrij traditionele tweelaags huizen aan de overzijde van het water, aan de Nansenrede, die zijn voorzien van uitgebouwde serres onder een glazen lessenaarsdak (naar ontwerp van Jacob van Ringen uit 1985).
Vermeldenswaard in De Leyens is verder een vijftal individuele bouwwerken, namelijk vier kerkgebouwen op een rij langs de Broekweg en een grote serviceflat, Het Fregat. Van de vier kerken is de Vredekerk van de Gereformeerde Gemeente aan het begin van de Zwaardslootseweg het meest prominent gelegen. Deze kerk is in 1979 gebouwd naar ontwerp van architect J. Valk en heeft een indrukwekkend hoge kap, met aan de voorzijde een grote raampartij. De kap overspant een vierkante kerkzaal van forse afmetingen die aan twee zijden wordt omgeven door bijruimten. 'Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt', zo vermeldt toepasselijk de plaquette in de hal van de kerk. Even verderop staat aan de Antigoneschouw het gebouw van de Gereformeerde Kerk uit 1975/1976, naar ontwerp van Hoogstad b.v. Architecten. De kerk gaat bijna onmerkbaar op in zijn omgeving, alleen de schuine kap met een transparant deel voor lichttoetreding in de kerkzaal en de klokkenstoel met luidklok verraden dat het om een kerkgebouw gaat. Strak en sober is de katholieke kerk De Doortocht aan de Hekbootkade uit 1975, waarvan de naam verwijst naar de tocht waaraan de kerk ligt. Architectenbureau Van Vliet-Van Vliet h.b.o.-Herpertz ontwierp een rechthoekig gebouw met een plat dak en met een verhoogd middendeel van hout dat iets naar voren springt. Het luidklokje dat in een open metalen constructie hangt, dateert al uit 1768, en afkomstig uit een vroeger kerkje aan de Voorweg. Als hekkensluiter fungeert de jongste van de vier, de christelijke gereformeerdekerk De Hoeksteen aan de Turfschipkade uit 1984, van architect J. Potkamp. Het is een eenvoudig gebouw dat uit twee in elkaar geschoven rechthoeken bestaat. Het Fregat aan het Fregatwerf is een serviceflat met dienstencentrum. Het werd in 1980 gebouwd in opdracht van de Stichting Woonhaghe door architect A. Alberts. Hoewel een groot gebouw, wordt de massaliteit verdoezeld door een diversiteit aan bouwvolumes, kapvormen en hoogtes. Het schuine, organische lijnenspel dat in de gevels herkenbaar is, is een kenmerk van het werk van Alberts, die onder invloed van de antroposofie de rechte hoek ging mijden. Deze filosofie is vergaand uitgewerkt in de bekende kantoorgebouwen van de I.N.G. in Amsterdam, uit 1987 en van de Gasunie in Groningen uit 1994.
Bron: Gemeente Zoetermeer, De Gave Stad
|
De ontwikkeling in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
De historische infrastructuur in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
De ruimtelijke opzet in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
Het groen en water in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
|
De architectuur in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
De recente ontwikkelingen in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
De bijzondere kwaliteiten in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
Het Plassengebied in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
|
De ontwikkeling van het Plassengebied in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
Het ruimtelijk beeld van de stadswijk Buytenwegh de Leyens |
De bijzondere kwaliteiten van het Plassengebied in de stadswijk Buytenwegh de Leyens |