Zoetermeer haalt honderdduizend inwoners voorlopig niet

De gemeente Zoetermeer zal in de komende jaren de honderdduizend inwoners niet halen. Berekeningen hebben uitgewezen dat zo rond 1992 er negentigduizend mensen zullen wonen en dat dit aantal daarna langzaam zal dalen. Deze prognose is het resultaat van recente herberekeningen. Redacteur Frans Bos interviewde over deze nieuwe ontwikkelingen drs. D. Graafland, hoofd van de afdeling Cöordinatie, planning en onderzoek van de gemeente Zoetermeer

"In de gemeente Zoetermeer zullen waarschijnlijk nooit meer dan honderdduizend mensen wonen. Zelfs als er een vijfde wijk wordt gebouwd, zal het inwoneraantal niet de honderduizend halen", aldus drs. D. Graafland, hoofd van de afdeling Cöordinatie, planning en onderzoek van de gemeente Zoetermeer.

Als voorzitter van de werkgroep Structuurschets was hij één van de geestelijke vaders voor de plannen van een vijfde woonwijk, die vorig jaar zijn verschenen. De Zoetermeerse afdeling Voorlichting heeft in de zestiger jaren kennelijk het werk zo grondig gedaan, dat heden ten dage nog altijd de kreet te horen is dat Zoetermeer eens honderdduizend inwoners zal herbergen. "Een oud verhaal", zegt drs. Dick Graafland. Als geen ander volgt en onderzoekt de beroepshalve met cijfers goochelende doctorandes de trends en ontwikkelingen van de behoefte aan woningen. Bij het verrassende voorstel vorig jaar van het toenmalige college van Burgemeester en Wethouders om tegelijkertijd een vijfde en zesde woonwijk te ontwikkelen, was nog sprake van een totaal inwoners 105.000 à 110.000. Maar recente herberekeningen, die nog niet openbaar zijn, bevestigen de trends in de daling van de gemiddelde woonbezetting, het gemiddeld aantal mensen per woning. Een trend die er wel eens toe zou kunnen leiden dat de gemiddelde woonbezetting in Zoetermeer tegen het jaar 2000 is gedaald tot 2,4.

Terugloop

"Het uitgangspunt is geweest: Zoetermeer bouwt 31.000 woningen. Bij een gemiddelde van meer dan drie zou dan het inwoneraantal boven de honderdduizend stijgen. Dat is vrij lang opgegaan, maar in het begin van de zeventiger jaren kwam een forse terugloop. Het angstbeeld van twintig miljoen Nederlanders werd verlaten en dat had ook voor Zoetermeer gevolgen. De vooruitberekeningen geven nu een gemiddelde woonbezetting van 2,9 en van ongeveer 2,4 in het jaar 2000". "Dat gaat flink doortikken", aldus de heer Graafland, die zo'n vier jaar geleden de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Den Haag verruilde voor zijn huidige functie in Zoetermeer. "Ik ga nu voorbij aan de vraag of Zoetermeer in de taakstelling het aantal woningen of het aantal inwoners moest halen. Dat laat ik graag aan juristen over".

"Minder mensen per woning. De veroudering neemt toe en er komen meer alleenstaanden. Er wordt jonger getrouwd en het kindertal per gezin daalt nog steeds. En in Zoetermeer is vooral ook de zelfstandige huisvesting van alleenstaanden progressief ingeschat", zegt drs. Graafland. "Toch is het oppassen met die cijfers. Trends ver doortrekken is gevaarlijk. Het is niet aan te nemen dat het zo ver gaat dat kinderen van veertien jaar zelfstandig gaan wonen of dat helemaal niemand meer kinderen krijgt".

Concreet betekent dit dat Zoetermeer met vier wijken, inclusief de tweeduizend huizen in het stadscentrum, 31.000 woningen zal hebben. In 1992 geeft dat 80.000 inwoners, een aantal dat langzaam zal dalen. Met de vijfde wijk (dus vijfduizend woningen erbij) komt Zoetermeer aan 90 tot 95.000 inwoners, een aantal dat waarschijnlijk later ook zal dalen. Als een deel van die vijfde wijk voor de eigen bevolkingsopvang beschikbaar moet komen, hetgeen de bedoeling is, dan zal de gemiddelde woonbezetting dalen. Bij een aannemelijk cijfer van 2,4 geeft dat 86.000 inwoners.

"Het voorstel van het college om twee wijken te ontwikkelen was heel moedig", legt drs. Graafland uit. "Zoetermeer zou dan 43.000 woningen tellen in het jaar 2000 en zo'n 105.000 tot 110.000 inwoners. Na 1982 dus 12.000 huizen extra, tienduizend voor de Haagse regio, het zou een deel van de problematiek van het zoeken naar nieuwe bouwlocaties oplossen, en tweeduizend voor de eigen behoefte. Wij weten immers wat het betekent snel te bouwen. Bestuurlijk is het niet haalbaar gebleken".

Geen angst

De opzet van het stadscentrum in Zoetermeer is gebasseerd op honderdduizend inwoners. Hier en daart bestaat de angst dat Zoetermeer vooral financieel in nood komt als dat aantal niet gehaald wordt. De heer Graafland deelt die angst niet: "De wijk- en buurtvoorzieningen hebben daarentegen een zuigkracht op de regio.

"In z'n algemeenheid kun je wel zeggen: liever 100.000 dan 90.000 inwoners. Je zit aan de veilige kant als je boven de 100.000 zit. Maar de marges voor de stedelijke voorzieningen zijn betrekkelijk groot. Bovendien, de bouw van bijvoorbeeld winkels kan gefaseerd worden aangepakt. Die ruimte laat het bestemmingsplan. Het is echt niet zo dat er plotseling slechts mogelijkheden zijn voor twee in plaats van drie warenhuizen, zoals nog steeds de bedoeling is.

De heer Graafland heeft er geen zorg over. Benauwd is hij wel voor een vertraging in de bouwstroom, die zou kunnen ontstaan als Zoetermeer en de provincie zo grondig van mening blijven verschillen over de vraag waar de vijfde wijk moet komen: "Als de provincie aan zuid en wij aan noord blijven vasthouden en er komen procesures bij de Kroon van, dan wordt de eerste oplevering van die wijk in 1984 zeer discutabel. Vertragingen in de bouwstroom kunnen aanzienlijke concequenties hebben".

Net cabaret

De gemeentelijke planner is blij met de duidelijkheid over het aantal woningen dat nog in de regio gebouwd zal moeten worden. "Het is nu tijd voor een bestuurlijke beslissing", zegt hij, "er moet nu gezocht worden naar een gemeenschappelijke noemer, de plaatsen waar gebouwd kan gaan worden. De zaken staan nu op een rijtje. Het Rijk wil dit, daar staan provincie en die gemeenten niet afwijzend tegenover, die gemeente wil dat en daar staat het Rijk niet en de provincie wel afwijzend tegenover, de provincie wil dit een ander weer dat. En dan die oude patriarch Den Haag, die achter het jonge meisje Wateringen aanloopt, het lijkt net een cabaret".

Bron: Zoetermeersche Courant
Publicatie: 1978