Het water van het Noordelijk Plassengebied

Water speelt een prominente rol in het Plassengebied. De Zoetermeerseplas, de Noordhovenseplas en de Benthuizerplas zijn een essentieel onderdeel van het Zoetermeerse watersysteem. De plassen zijn de "nieren" en de belangrijkste waterbuffer van Zoetermeer. Bovendien is de Zoetermeerseplas de enige locatie in Zoetermeer, die voldoet aan de eisen voor zwemwater. Op het kaartje "Water" is het watersysteem weergegeven.

De 'nieren' van het watersysteem

De kwaliteit van het water van de plassen Is essentieel voor het duurzaam functioneren van het watersysteem. Het Noordelijk Plassengebied functioneert voor een deel van het Zoetermeerse watersysteem als "nieren", omdat de plas een groot zelfreinigend vermogen heeft. In zeer droge perloden en wanneer verversing wenselijk is, wordt het kwalitatief goede water vanuit de Zoetermeerseplas bij gemaal Lange Land in de Leidsewallenweterlng gelaten. Van daaruit gaat het water naar de watergangen en waterpartijen In de diverse wijken. Hierdoor wordt de waterkwaliteit in het hele Zoetermeerse watersysteem gunstig beïnvloed. Uiteindelijk wordt het overtollige water uit de wijken Driemanspolder, Meerzicht, Buytenwegh en De Leyens bij gemaal De Leyens weer op de Zoetermeerseplas uitgeslagen.

Het water dat bij gemaal De Leyens wordt uitgeslagen bevat veel nutriënten. De Zoetermeerseplas wordt hierdoor als het ware "opgeladen" met nutriëntenrijk water, waardoor uiteindelijk algenbloei kan optreden en de zwemwaterfunctie van de Zoetermeerseplas in het gedrang kan komen. De nutriënten komen met name uit de Drooggemaakte Grote Polder. Deze polder ligt ten westen van Zoetermeer en is in agrarisch gebruik. Het overtollige water uit deze polder wordt via Buytenwegh en de Leyens afgevoerd naar de Zoetermeerseplas. In het kader van de Landinrichting Leidschendam worden plannen ontwikkeld om de afvoer van de Drooggemaakte Grote Polder via de boezem van Rijnland te laten plaatsvinden. Voor de waterkwaliteit in de Zoetermeerseplas is het van belang dat deze plannen doorgaan.

Waterbuffer

Om wateroverlast in de wijken te voorkomen, moet het overtollige water afgevoerd worden. Voor de wijken Driemanspolder, Meerzicht, Buytenwegh en de Leyens wordt het overtollige water door gemaal De Leyens uitgeslagen op de Zoetermeerseplas. In de Zoetermeerseplas kan dit water een tijdje worden vastgehouden, voordat het door gemaal Nieuwe Polder op Rijnlands boezem (N.A.P. - 0,60 m.) wordt uitgeslagen. Via Rijnlands boezem wordt het water uiteindelijk afgevoerd naar de Noordzee. Als in natte perioden heel veel water afgevoerd moet worden, is Rijnlands boezem overvol. Zoetermeer kan dan het overtollige water tijdelijk in de Zoetermeerseplas bergen en hoeft het water niet gelijk via Rijnlands boezem af te voeren. Als het waterpeil in de boezem is gezakt, kan Zoetermeer haar overtollige water afvoeren. Door deze vertraging werkt de Zoetermeerseplas als waterbuffer. Het belang van de bufferende functie van de Zoetermeerseplas wordt nog versterkt doordat Zoetermeer een gescheiden rioolstelsel heeft. Dit houdt in dat (regen)water dat op verharde oppervlakken valt vla het schoonwaterrlool afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater en dat het afvalwater via het vuilwaterriool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Tijdens een regenbui komt er via het schoonwaterriool in een korte periode veel water in het oppervlaktewater terecht. Dit water moet snel ergens geborgen kunnen worden.

Waterkwantiteit

De Zoetermeerseplas (93 hectare.) is een diepe zandwinplas (18 meter) uit het begin van de jaren '70. De diepte van de plas zorgt ervoor dat ze in direct contact staat met het diepe grondwater (eerste watervoerend pakket). De Benthuizerplas (14 hectare) en de Noordhovenseplas (10 hectare.) zijn aanzienlijk ondieper dan de Zoetermeerseplas, namelijk circa 2 meter. Het waterpeil in de plassen bedraagt circa N.A.P.2 -4,00 meter Het peil in de plassen is In evenwicht met de stijghoogte van het grondwater. Dit waterpeil moet gehandhaafd worden, omdat anders de kwel in de directe omgeving verandert en de kwel in de Zoetermeerseplas toeneemt. Als het peil in de plassen te laag wordt, wordt er water uit de Noord Aasche Vliet ingelaten. Het Waterschap Wilck en Wiericke heeft iervoor onlangs een nieuwe inlaat aangelegd vlak bij gemaal Nieuwe Polder. Het peil in de plassen mag maximaal stijgen tot N.A.P. -3,70 m. Bij wateroverschot slaat gemaal Nieuwe Polder water uit op de Noord Aasche Vliet. Het gemaal Nieuwe Polder treedt in werking wanneer het peil in de plas boven de N.A.P. -3,95 m. stijgt. De plassen zijn onderling gekoppeld, waarbij stuwen ervoor zorgen dat in de Benthuizerplas grotere peilverschillen mogelijk zijn. Het waterpeil in de Benthuizerplas kan fluctueren tussen N.A.P. -4.25 m. en N.A.P. -3,75 m. Hierdoor kunnen er op gedeelten, die regelmatig droogvallen, bijzondere natuurwaarden (natuur van de natte kale grond) ontstaan. Tussen de Benthuizervaart en de Plassen liggen de Omgelegde Dwarstocht en de Machinetocht. Deze tochten voeren het water uit Noordhove, Seghwaert en Palenstein (= de Palensteinse Polder) af naar Gemaal Palenstein. Gemaal Palenstein slaat het water vervolgens uit op Rijnlands boezemr zodat het naar de Noordzee afgevoerd kan worden.

Waterkwaliteit

De waterkwaliteit in het oppervlaktewater in het Noordelijk Plassengebied is in de Water- en stoffenbalans Rijnland van 2001 beoordeeld als goed. Deze beoordeling is gemaakt door de resultaten van waterkwaliteitsmetingen te toetsen aan de normering van het maximaal toelaatbare risico (M.T.R.). In de Vierde Nota Waterhuishouding is voor een aantal stoffen (o.a. fosfaat, nitraat, zuurstof, koper en chloride) een M.T.R.-norm vastgelegd, die geldt voor alle oppervlaktewateren in Nederland. Wanneer de M.T.R.-normen niet worden gehaald, betekent dit overigens niet dat er een probleem voor de volksgezondheid ontstaat. Wel is het zo dat meestal ongewenste zichtbare effecten optreden, zoals troebel water, overmatige algenbloei, een eenzijdige begroeiing of een eenzijdige visstand. In de zomer blijft het gehalte aan fosfaten in de plassen onder deze M.T.R.-norm, terwijl het gehalte aan nitraten de M.T.R. net overschrijdt. Het chloridengehalte in de Zoetermeerse Plas heeft een dusdanige waarde dat volgens het beoordelingssysteem voor grote wateren in Zuid-Holland, het water in de Zoetermeerse Plas net niet meer als echt zoet te karakteriseren valt. Het wordt dan ook als licht brak water gekwalificeerd. Uit de gegevens van het meetnet blijkt dat in Zoetermeer de M.T.R.-normen voor fosfaat, nitraat, zuurstof, koper en chloride op de meeste meetlocaties worden overschreden. De overschrijding van de norm in de Zoetermeerse Plas en in de weteringen is gering, in de wijken zijn de overschrijdingen groter. De waterkwaliteit in Zoetermeer wijkt hiermee overigens niet af van andere stedelijke gebieden binnen het Rijnlandse en Schielandse beheersgebied. In vergelijking met de meetgegevens van andere vergelijkbare polders steekt Zoetermeer zelfs relatief gunstig af. Naast bovenstaande fysisch-chemische beoordeling van de waterkwaliteit is in juli 2000 ook de ecologie en belevingswaarde van de plassen beoordeeld volgens de veldtoets van het S.T.O.W.A.-beoordelingssysteem voor stadswateren. Volgens deze methode scoort het Noordelijk Plassengebied van Zoetermeer goed tot zeer goed. Deze goede score is vooral te danken aan een goed doorzicht, de inrichting van de oevers, de aanwezige water- en oevervegetatie en het ontbreken van zwerfvuil. In het Waterplan wordt gesteld dat op termijn in de gehele gemeente aan de M.T.R.-normen wordt voldaan. De verwachting is dat ten aanzien van met name nitraat, fosfaat, zuurstof en zware metalen het treffen van maatregelen in kader van beheer en onderhoud effectief zal zijn. Ten aanzien van chloride is het realiseren van de M.T.R. in Zoetermeer moeilijker. Vanwege de ligging in een diepe droogmakerij komt in geheel Zoetermeer zoute kwel naar boven. Deze kwel bevat veel chloriden. Maatregelen om de kwel tegen te gaan zijn in de stedelijke omgeving zeer beperkt mogelijk. Dit betekent dat het ook op de lange termijn moeilijk zal zijn om de landelijke normen voor chloride te realiseren. De Zoetermeerse Plas is opgenomen in het Trendonderzoek Grote Wateren van het Hoogheemraadschap van Rijnland. In het kader van dit onderzoek worden metingen verricht op een aantal grote wateren met zwemwaterkwaliteit. De Zoetermeerse Plas heeft tot nu toe altijd voldaan aan de normen voor de zwemwaterkwaliteit

Waterkering

Langs de ringvaart om de Meerpolder, de Noord-Aasche Vliet, de Elleboogse Wetering en de Benthuizervaart liggen waterkeringen. Deze wateren zijn onderdeel van de boezem van Rijnland. Ze liggen een stuk hoger dan het maaiveld, waardoor ze van een afstand goed zichtbaar/herkenbaar zijn en vanaf het water of de oever over het land uitgekeken kan worden. De plassen liggen alle in de Nieuwe Polder. Om de plassen één geheel te kunnen laten zijn, is de voormalige polderkade tussen de Nieuwe Polder en de Palensteinse Polder (de Leidsewallenwetering) geamoveerd. De kaden langs de zuid kant van de Noordhovenseplas en de Benthuizerplas vormen de nieuw waterkering. De kade van de Benthuizervaart is onderdeel van de waterkering om Polder de Noordplas. Elk jaar kalft een gedeelte van de onderwateroever van het strand af, waardoor tijdens de zomerperiode de 'ballenlijn' regelmatig moet worden verschoven richting strand. Een deel van het strand wordt tegen afkalving door golven beschermd door een ervoor gelegen strekdam/schiereiland. De doorstroming van het water tussen het strand en de strekdam/schiereiland is onvoldoende, wat een negatief effect kan hebben op de waterkwaliteit.