Het onderwijs in ZoetermeerVan de dorpen Soetermeer en Zegwaart is bekend, dat er reeds vroegtijdig een school was gevestigd. Omstreeks 1570 ontving de plaatselijke schoolmeester uit de belastingopbrengst een jaarlijks tractement van Fl. 150,-. Fl. 75,- van Soetermeer en Fl. 75,- van Zegwaart. Voor die tijd een goed salaris. In de 17e eeuw had een onderwijzer soms het dubbele inkomen. In de 18e eeuw, toen het leven duurder werd en het salaris gelijk bleef, moest de onderwijzer vaak als koster, klokluider en doodgraver werken om op deze wijze aan zijn bijverdiensten te komen. In 1574 moest pastoor Coninck, nadat zijn kerk geplunderd was, de vlucht nemen en reeds een jaar later vestigde zich hier de eerste hervormde predikant, Wijnandus van Beek. De school werd 'openbaar', dat wil zeggen, dat de overheid zorgde voor het onderwijs en de richting bepaald werd door de kerk. Aangezien die kerk in haar belijdenis de gereformeerde leer aanvaardde, waren de overheidsscholen in feite christelijke scholen van gereformeerde signatuur. De instructie voor de onderwijzer was erop gericht, dat het bijbels onderwijs en het onderricht in de catechismus een belangrijk deel van de leerstof vormden. In 1611 stond (getuige van een gevelsteen, die in de jaren twintig van deze eeuw nog leesbaar was) de school in de Dorpsstraat van Zegwaart. De bovenmeester woonde in het huis aan de straat, de schoollokalen stonden erachter. In 1777 werd Pieter Muyden door de ambachtsheer, Hendricus Gerardus van Aalst, als schoolonderwijzer aangesteld. Aan de school was een bovenmeester en een ondermeester verbonden, Armlastigen werden 'om Gods wil' (zonder betaling van schoolgeld) onderwezen. Omstreeks 1827 werd J. de Puy tot Hoofd benoemd. Hij vertrok in 1837. Ter voorziening in de vacature plaatste de gemeenteraad de volgende advertentie: 'Vermits door verplaatsing van den schoolonderwijzer, J. de Puy, naar 's Gravenhage, de school te Soetermeer en Zegwaart vacant is geworden, waaraan tevens tot hiertoe verbonden is geweest de waarneming der posten van voorzanger, koster en doodgraver tegen een jaarlijks zuiver inkomen van Fl. 110,- ( zoo worden onderwijzers van den tweeden rang, die tevens in staat zijn tot het waarnemen der voorz. kerkelijke bedieningen en welke tot het mededingen naar een vergelijkend examen genegen zijn, door de plaatselijke besturen van Soetermeer en Zegwaart uitgenodigd om zich te adresseren ter plaatselijke secretarie. Zijnde het vast tractement van den schoolmeester, om daarvoor onderwijs aan de behoeftigen te verstrekken en waaronder te toelage voor een ondermeester begrepen is, bepaald op Fl. 300,- jaarlijks benevens de schoolgelden van een getal van ongeveer 120 kinderen'. Benoemd werd Anthonie Noordijk en was tot 1874 als Hoofd aan de openbare school verbonden. Het salaris was inmiddels flink verhoogd. Toen Anthonie Noordijk in 1874 vertrok, werd de jaarwedde van zijn opvolger bepaald op Fl. 1300,- tezamen met een vrije woning en tuin. Voor die tijd was dat een geweldig tractement. Het gemeentebestuur eiste dan ook, dat hij meer uitgebreid lager onderwijs zou kunnen geven en daarom in het bezit moest zijn van de akten Frans, wiskunde en tekenen, terwijl de akten Engels en Duits tot aanbeveling zouden strekken. Na vergelijkend examen der sollicitanten, werd de heer G.A. Geerlings, hulponderwijzer te Amsterdam als Hoofd der school aangesteld. Hij overleed in 1895 en werd opgevolgd door G.J. Verwers, die hier geruime tijd werkzaam was en zowel door de voorstanders van openbaar als van bijzonder onderwijs in hoge mate werd gerespecteerd. De eerste protestantse christelijke school dateerde uit 1861. Van 1875 tot 1901 fungeerde de heer Ket als Hoofd van de school. Het christelijke schoolgebouw bevond zich achter zijn woonhuis, waar jaren later de meubeltoonzaal van de firma Hayes werd ondergebracht.
In 1890 werd de eerste katholieke jongensschool geopend. De tegenover de kerk gelegen meisjesschool, was reeds enkele jaren daarvoor in gebruik genomen. De ouders kregen sindsdien de keuze om hun kinderen les te laten volgen op de openbare of de christelijke school. Een groot deel van hen gaf de voorkeur aan de christelijke school boven de openbare school. |
Bron: Zoetermeer 700 Jaar
Foto: Historisch Genootschap Oud Soetermeer