Irenelaan 23

Omringd door een mooi onderhouden tuintje en uitzicht op torens van de Oude Kerk, de Nicolaaskerk, de Adventskerk en de Pelgrimskerk staat aan een driehoekig pleintje dit kerkje op een prachtig plekje in het hart van het oude Dorp. Opvallend aan het kerkgebouw is het ontbreken van een toren. Het gebouw is omringd door een goed onderhouden tuin en heeft een losstaande bijzaal. De opdracht aan de architect luidde: 'vergaderzaal met bijzaal'. De gang, die gedekt is door een plat dak, heeft aan de tuinzijde onder andere een kleine overkapping glazen deuren en venesters met een verticaal rechthoekige verdeling waarin ruitvormig glas-in-lood is toegepast. Deze gang biedt behalve een doorgang naar de bijzaal, die met name wordt gebruikt voor kerkraadsvergaderingen, ruimte aan een keukentje en een toilet. Na het Apostolisch Genootschap en de Christelijke Gereformeerde Kerk, is nu de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland eigenaar van dit pandje.

Het kerkje is omzoomd met een kort gehouden haag met op drie plaatsen een wit houten toegangshek. Het golvende hek, tussen twee in kruisvorm gemetselde palen aan de zijde van de Irenelaan, vormt de hoofdtoegang. In de gevel van het kerkje wordt de ingang benadrukt door een gevelfront van twee pilasters bekroond met kroonlijst, waarop twee peervormige vazen op de hoekpunten voor een speels element zorgen. Tussen de pilasters van lichtgrijze natuursteen is bovenin een groot rechthoekig raam geplaatst, bestaande uit vier kleindere rechthoeken met uitéénlopende soorten glas. De hoofdvorm van dit venster wordt herhaald in de muren van de lange zijden van het gebouw, waar ze tussen gemetselde pilasters zijn geplaatst. Onder dit venster, in een afgeplatte boogvorm, zijn de groengelakte houten toegangsdeuren. De rest van de voorgevel wordt gedomineerd door twee blinde muurvlakken die bovenaan worden afgesloten door een vooruitspringend gemetseld fries. De muren zijn opgetrokken in een oranje-rood-blauwe fijne baksteen, het dak is gedekt met pannen in bijpassende kleur. De onderste lagen baksteen zijn donkerrood. Deze laag wordt afgesloten met een natuurstenen profielsteen. Dit is tesamen met de pilasters en het gemetselde fries een verwijzing naar de klassieke tempelarchitectuur uit Griekenland en Italie.

In het exterieur is gebruik gemaakt van vormen en metselwerk. De meest typerende herhaling is de dakvorm. Hoewel het bijzaaltje, door de wit geschilderde buitenmuren, een totaal andere uitstraling krijgt, zorgt het wolfsdak voor een duidelijke verbondenheid. Bij binnenkomst in het kerkje bevindt zich een portaal met een laag plafond met daar een garderobe en een trap naar een kleine vergaderruimte op de eerste verdieping. Aan de linker- en rechterzijde wordt de entree verlicht door een klein ovaal venster met een kruisvormigeverdeling. Een dubbele deur met matglas in verticale ribbels geeft toegang tot de eigenlijke kerkruimte. Deze ruimte wordt verlicht door glas-in-lood in elkaar overlappende ruitvormen in verscheidene okerkleuren. Deze lichte gele en bruine tinten komen terug in het verfwerk van de lambrizeringen, wanden en deuren. Het meubilair is met de nieuwe gemeente veranderd. Oorspronkelijk stonden er houten stoelen met rieten zitting. Bij de kansel staan links een psalmbord, te midden de verhoogde lambrizering achter de kansel en rechts van het kansel de pijporgel.

Bron: Zeventien Zoetermeerse kerken
Foto: Zoetermeer in Beeld