Zoetermeer - van groeikern tot stadDe twee dorpen Soetermeer en Zegwaart werden op 1 mei 1935 samengevoegd tot één gemeente, de gemeente Zoetermeer. De nieuwe gemeente had toen 4.500 inwoners. Tot in de jaren zestig werd op kleine schaal nieuwbouw gepleegd voor de eigen bevolking. De na-oorlogse ruimteproblemen van de snel groeiende gemeente Den Haag, leidden in 1962 tot aanwijzing van de Tweede Kamer als groeikern. Het dorp moest groeien naar een stad van 100.000 inwoners. De gemeenteraad van Zoetermeer was bang dat het dorp zou worden opgeslokt in deze nieuwe stad. Zoetermeer telde destijds 7.500 inwoners. De gemeenteraad stelde voor het dorp uit te laten groeien tot een stad met 40.000 inwoners. Vanaf het begin was al duidelijk dat de nieuwe stad niet slechts een overloop voor Den Haag zou zijn, maar dat Zoetermeer zelfvoorzienend moest worden. In razend tempo verdwenen de weilanden en akkers en verschenen de eerste woningen. In 1991 werd de 100.000ste inwoner geregistreerd. Vanaf 1993 is Zoetermeer officieel geen groeikern meer. De groei van de stad is echter nog niet voorbij. Na de afronding van de stadswijk Oosterheem, wees de raad in juni 2005 een aantal locaties aan om binnen Zoetermeer verder te bouwen, het binnenstedelijk bouwen en de stad te vernieuwen, zoals nu gaande is in de stadswijk Palenstein. Anno 1 april 2006 telde Zoetermeer nog 117.234 inwoners en vierde Zoetermeer in het weekend van 27, 28 en 29 mei van datzelfde jaar een groots feest tijdens de oplevering van de 50.000ste woning.
Vanaf 1965 werd begonnen met de voorbereidingen voor de bouw van Groot Zoetermeer. Vanaf dat jaar is Zoetermeer in een snel tempo gegroeid naar zijn huidige omvang. In eerste instantie ging men bij de uitbreiding van Zoetermeer niet zachtzinnig om met de bestaande bebouwing. Vele boerderijen gingen onder de sloophamer, omdat oude gebouwen het gezicht van een moderne stad ontsierden. Vele boerderijen verkrotten, doordat het land was verkocht en er een onzekere toekomst was. In eerste instantie was ook het plan om de gehele Dorpsstraat plat te gooien, met uitzondering van de Oude kerk en de Nicolaaskerk, om er vervolgens een nieuw winkelcentrum te bouwen. Later is men van gedachte veranderd en is men minder radicaal te werk gegaan. De stad werd ingedeeld in afzonderlijke woonwijken, gegroepeerd rondom een te realiseren stadscentrum. Onderstaand geeft in een notendop de groei van Zoetermeer weer De eerste paal voor de stadswijk Palenstein ging in 1966 de grond in. Deze stadswijk wordt voornamelijk gekenmerkt door hoogbouw. De stadswijk Driemanspolder werd gebouwd tussen 1966 en 1974. Hier staan de flats daarentegen gegroepeerd aan de rand van de stadswijk rondom laagbouw. Na de voltooiing van de stadswijken Palenstein en Driemanspolder werd begonnen met de stadswijk Meerzicht, genoemd naar de boerderij Hofstede Meerzigt langs de Voorweg. In eerste instantie zou ook deze stadswijk veel hoogbouw krijgen, maar men zag op tijd in, dat er grote bezwaren kleefden aan het bouwen van een grote hoeveelheid flats. Zo kwam er in de stadswijk Meerzicht meer laagbouw te staan. Tevens kwam ten westen van de stadswijk het 160 ha grote Westerpark te liggen. De bouw aan de stadswijk Meerzicht startte in 1969 en werd ongeveer met dezelfde ideeen als de stadswijk Driemanspolder gebouwd. Aan de rand van de stadswijk werd Zoetermeerse grootste park aangelegd, het Westerpark. Zoetermeer heeft jarenlang de bijnaam 'slaapstad' van Den Haag gehad. Toch was het plan om veel industrie in Zoetermeer te vestigen. De eerste twee industriegebieden werden Hoornerhage en Zoeterhage genoemd. De eis was wel dat er alleen schone en lichte industrie gevestigd mochten worden. In 1974 werd de eerste paal geslagen voor de stadswijk Buytenwegh/De Leyens. De stadswijk Buytenwegh en de stadswijk De Leyens werden als één wijk gezien, hoewel het op zichzelf staande wijken waren. In deze satdswijken zou alleen (gestapelde) laagbouw komen te staan. De eerste werkzaamheden waren aan de stadswijk Buytenwegh, vervolgens aan de stadswijk De Leyens. Met name de stadswijk Buytenwegh bevat veel gestapelde laagbouw en werd de hoogbouw geheel losgelaten. Door de snelle groei was er ook behoefte aan een goede infrastructuur. Tijdens de groei van Zoetermeer verhuisden veel inwoners van Den Haag en omstreken naar Zoetermeer, maar bleven wel in Den Haag werken. Van hieruit is de Zoetermeer Stadslijn ontwikkeld. In 1975 werd begonnen met de aanleg van deze lijn. In 1979 was de spoorlijn gereed. De Zoetermeer Stadslijn is een lus die de stadswijken in Zoetermeer onderling met Den Haag verbindt.
In 1975 startte men met de bouw van de stadswijk Seghwaert. Hier werd bij de aanleg nadrukkelijk rekening gehouden met de oorspronkelijke poldersloten en verkavelingen. Ook werden bomenrijen die rond voormalige boomgaarden stonden, evenals in de stadswijk Buytenwegh, in het stratenpatroon ingepast. De opzet van de stadswijk Seghwaert was dezelfde als historische Hollandse steden: levendig, beschutting, geringe bouwhoogte, straten en straatjes en korte loopafstanden naar de winkels. De woonwijk bestaat voornamelijk uit laagbouw en in mindere mate uit gestapelde hoogbouw. Ondanks dat Zoetermeer in 1977 al 50.000 inwoners had, had de stad nog geen stadscentrum. De Dorpsstraat deed toen dienst als centrum, maar had weinig uitgaanscentra en horecagelegenheden. Eind 1977 werd een noodwinkelcentrum gebouwd, Soeterweijde, dat aan de nu geheten Dublinstraat heeft gelegen. Een jaar later werd, met het slaan van de eerste paal voor de combinatie van politiebureau en brandweerkazerne, begonnen met de bouw van het Stadshart. Hier kwamen de centrale voorzieningen zoals het stadhuis, een theater, het winkelcentrum, een bibliotheek, een bioscoop en vele andere voorzieningen. Al snel bleek dat de al bestaande stadswijken de woningnood van de regio Haaglanden niet konden verminderen. De toenmalige minister van V.R.O.M. kwam met het verzoek voor de bouw van nieuwe woonwijken. Vervolgens werden de ideeën geboren voor de stadswijken Noordhove en Rokkeveen. In 1985 werd in het noordelijke deel van de stad gestart met de bouw van de stadswijk Noordhove, dat is ontstaan door zandwinning uit de Zoetermeerse Plas ten behoeve van de bouwactiviteiten. De stadswijk zou worden gebouwd in twee fasen: 70% van de woningen in de eerste fase, 30% in de tweede fase. De eerste fase werd eind jaren tachtig voltooid en bestaat voornamelijk uit laagbouw. De bouw van de tweede fase is bijna voltooid en bestaat uit middeldure en dure woningen. In 1987 werd met de bouw aan de stadswijk Rokkeveen begonnen. Doordat deze stadswijk gescheiden is van de rest van Zoetermeer door de rijksweg A12 en de spoorlijn, zijn er in deze stadswijk meer voorzieningen gebouwd dan in de andere Zoetermeerse stadswijken. In 1992 werd hier de internationale tuinbouwtentoonstelling Floriade gehouden. In de zomer van 2001 werd begonnen met de bouw van een nieuwe en voorlopig laatste stadswijk in Zoetermeer, de stadswijk Oosterheem, dat in de Binnenwegsepolder verrijst. Door een procedurefout van de gemeente werd er een jaar later begonnen aan de bouw dan was gepland. In deze stadswijk zullen in totaal 8.500 woningen komen te staan. Hierdoor zal Zoetermeer in de toekomst om en nabij de 130.000 inwoners gaan tellen.
Bron: Historisch Genootschap Oud Soetermeer, Gemeente Zoetermeer, Zoetermeer Magazine |