|
Onder de feestelijke naam 'Floriade' wordt om de tien jaar ergens in Nederland een unieke wereldtuinbouwtentoonstelling gehouden. Al in 1981, nog voor de vorige Floriade in Amsterdam plaatsvond, werd door de gemeentes Den Haag en Zoetermeer het voorstel gelanceerd om Floriade 1992 in Zoetermeer te laten plaatsvinden. Na jaren van wikken en wegen, overleg, vergaderen en lobbyen kreeg het initiatief in 1984 zijn beslag toen de Nederlandse Tuinbouwraad besloot de Floriade in de gemeente Zoetermeer te situeren. De organisatie kwam in handen van de Nederlandse Tuinbouwraad en de gemeenten Zoetermeer en Den Haag. De minister van het toenmalige ministerie van Landbouw en Visserij, de heer Braks, plantte in het voorjaar van 1986 de eerste boom, een Hollandse Iep, die per helicopter werd aangevoerd. Tegelijkertijd werd begonnen met het inplanten van 25 hectare Staatsbos. Maar liefst 68 hectare polder werd omgetoverd in een waar paradijs, waarin duizenden bollen, bloemen, planten, bomen, groente en fruit uit alle windstreken een hoofdrol speelden. Dit geheel vormde, met de vele thema-paviljoens, kunstmanifestaties, bezienswaardigheden, evenementen en spannende attracties voor jong en oud, het fleurige decor voor een uitzonderlijk festival.
|
'Floriade 1992' in Zoetermeer, erkend door het Bureau International des Expositions (B.I.E.), was de grootste tuinbouwtentoonstelling ter wereld en werd officieel geopend op 9 April 1992 door koningin Beatrix en afgesloten op 10 Oktober 1992. In dat jaar werd de Floriade voor de vierde keer gehouden. De vorige edities van de Floriade in Rotterdam (1960) en Amsterdam (1972 en 1982) lieten een uitgebreid produktassortiment van de Nederlandse sierteelt en voedingstuinbouw zien. In Zoetermeer deed de hele tuinbouwsector mee, inclusief toeleveranciers, afnemers en dienstverlenende bedrijven. Daarnaast gaven diverse overheidsinstanties acte de présence, waardoor deze tentoonstelling een breder draagvlak heeft gehad dan ooit. De Floriade in Zoetermeer was een tuinbouwtentoonstelling van wereldformaat in het geboortejaar van de Europese éénwording en lag in het centrum van de belangrijkste tuinbouwgebieden: het Westland, de Bollenstreek, de Keukenhof en de boomkwekerijen van Boskoop. De Floriade strekte zich uit over 70 hectare polderlandschap bij Zoetermeer, ten zuiden van de A12.
|
| Koningin Beatrix opent op donderdag 9 april 1992 de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade 1992. Door middel van een druk op de hendel, rollen de vlaggen van de deelnemende landen aan de wereldtuinbouwtentoonstelling uit en geven de fontijnen waterstralen. Met deze handeling is de tentoonstelling geopend. Naast Koningin Beatrix staat de trotse voorzitter van de Stichting Floriade, ir. J.E.C. Spithoven. |
Nederland en circa 25 deelnemende landen brachten bloemen, planten, bollen, bomen, groenten en fruit van topklasse bijéén in een oogverrukkende, weelderige en kunstzinnige collectie. Met vernufte, geavanceerde technieken en communicatiemiddelen van alle deelnemende bedrijven van de gemeenten Zoetermeer en Den Haag, de provincie Zuid-Holland en tien tot twaalf hoofdsponsors waaronder de P.T.T. en de Rabobank, werd de collectie ondergebracht in een uniek park van grootse allure met tuinen, wandelpaden, paviljoens, waterpartijen, tentoonstellingsruimten, een kindertuin, een bijenhuis, muzieklocaties, winkels, terrassen, restaurants, een monorail, de 76 meter hoge uitzichttoren als markant herkenningspunt en de overige toeristische attracties. Vrijwel dagelijks werden op het terrein evenementen georganiseerd op het gebied van theater, dans, sport en muziek.
|
Zeker zo opvallend was de expositie 'Allocaties', een internationale tentoonstelling van beeldende kunst, waaraan zesentwintig kunstenaars toentertijd aan meegewerkten. De Floriade in 1992 was een bijzonder samenspel van natuur en cultuur.
|
|
|
'Kolossos van Zoetermeer' van Rob Scholte. Het markante kunstwerk, dat op de dijk langs de A12 stond, heeft het na de Floriade in 1993 moeten ontgelden. Jeugdigen zetten 'de kop van Zoetermeer' in lichter laaien. De brandweer heeft destijds de kop gesloopt om nieuwe brandstichting te voorkomen. Daar de kop van kunststof was, kwam een kleine hoeveelheid chloorgas vrij. Het metalen frame werd door de hitte vervormd. Tot heel veel verdriet van menig Zoetermeerders bleef het niet alleen bij deze brand. Vele nog achtergebleven kunstwerken werden in de maanden na de tentoonstelling beschadigd, zodat er op het voormalige Floriade-complex weinig doet denken aan toen. |
|
|
| Green House/Red Laboratory/White Tomb van Chen Zhen. |
Voor de aanleg van het immense Floriadepark werd uitgegaan van de driehoeksfiguur, dat in de tuinarchitectuur beter bekend is onder de naam ganzevoet, een patte d'oie: een loopvlak dat uitmondt in de drie tenen, waarvan elk in een andere richting wijst. Het ontwerp dateert al uit de 17e eeuw toen Lodewijk XIV, de Zonnekoning, voor hoftuinen drie uitwaaierende toegangslanen liet aanleggen die samenkwamen in één centrum, meestal een halfrond plein. De middelste laan daarvan was de belangrijkste als hoofdlaan voor koningklijke en hooggeplaatste personen. Een driehoekige vorm die we terugvinden in heel veel historische tuinen, zoals die van Versailles en Hampton Court. Voor de Floriade in 1992 werd door de (tuin)architecten Michiel den Ruijter en Geert Koning de ganzevoetvorm in een eigentijds motief vertaald. In dit ontwerp lag het centrum in het uiterste oostelijke deel van de driehoek als plein, het Ganzevoetplein, waaruit drie assen het park inlopen en de grote tentoonstellingshal gelegen lag. Aan de westzijde van het Floriadepark werd een 25 hectare groot bos aangelegd, dat tijdens de Floriade voor een deel was opengesteld. Het bos werd aangelegd in het kader van de Randstadgroenstructuur, dat een toename van 17.000 hectare bos in de randstad vooropstelt. Het Floriadebos werd naderhand uitgebreid tot een uitgestrekt bos van 600 hectare, dat Zoetermeer met de Delflse Hout heeft verbonden.
In 1989 werd een prijsvraag uitgeschreven onder jonge Nederlandse architecten om drie follies te ontwerpen voor de Floriade in Zoetermeer. Een folly, in de achttiende eeuw een geliefd tuinobject in Engelse landschapsparken, is een poetisch 'nutteloos' bouwsel, dat destijds sinds een aantal jaren weer in de belangstelling stond. De Eindhovense architect Eric Knippers ontwiep de drie uitverkoren follies, gebasseerd op 'Broadway Danny Rose van de regisseur Woody Allen, 'La vie en rose' van Edith Piaf en 'Il nome della rosa' van de schrijver Umberto Eco; ze zijn te vinden op de zuidelijke as van de ganzevoet. Ze markeerden telkens het eindpunt van een bomensingel. Na de Floriade hebben de follies onderdeel uitgemaakt van het stadwijkpark en is het een blijvende herinnering aan de wereldtuinbouwtentoonstelling.
De bloemen en het water waren beide overvloedig vertegenwoordigd op de Floriade. De noordelijke en tevens belangrijkste zichtas van de ganzevoet was een lang en recht pad van zo'n 1,5 kilometer lang, dat vrijwel ononderbroken door borders van bloemen en planten liep. Het ging hier om een dubbele border aan weerszijden van een wandelweg van zo'n 1.200 meter lang. Langs deze 'bloemenas' liep het tracé van een originele Haagse tram uit de jaren vijftig. De middelste as van de Zoetermeerse ganzevoet is een dijklichaam van 3,6 meter hoog. De dijk vormde zowel een oriëntatiepunt voor de bezoeker als een transportas, aangezien er een monorail en een wandelpad overheen liepen, zodat men zich snel naar een gebied elders in het Floriadepark kon verplaatsen. De zuidelijke as, welke het park weer begrensde, was daarentegen heel Hollands, een waterweg werd geflankeerd door een pad en omzoomd door gebouwen en bomen en gaf uitzicht op het achterliggende polderlandschap. Dankzij de eigentijdse toepassing van de ganzevoet was het hele park goed toegankelijk en overzichtelijk. De assen gaven elk op eigen wijze een facet weer van het leven en werken in een typisch Hollands polderlandschap: bloemen, water en dijken. Deze assen werden doorsneden door lanen die op polderkavels waren aangesloten. Op die manier hebben de ontwerpers toentertijd van de Floriade met historische vormen en motieven als uitgangspunt een modern park tot stand gebracht, waarin een fascinerende éénheid werd verkregen en het heden en verleden onlosmakelijk met elkaar verbonden werden. Alle loopgebieden werden verbonden door 22 bruggen; men kon ook gebruik maken van de monorail, een reeks treintjes elk met de vorm van een rups, die het Ganzevoetplein over de dijk verbindde met de vroegere uitzichttoren en het tracé waarop een antieke Haagse tram reed.
Het meest in het oogspringende van de Floriade is de nog aanwezige poldercirkel, die het zuiden van de driekhoek doorbreekt. Het bestaat voor de ene helft uit land en voor de andere helft uit water, waarin eilandjes liggen waarop bomen groeien. Deze cirkel beschermt de polder tegen wateroverlast; deze vorm werd van oudsher gebruikt om gevaren te weren, zoals bijvoorbeeld huifkarren van Amerikaanse pioniers in een cirkel opgesteld werden om een aanval van Indianen of struikrovers tegen te gaan.
Nederland heeft een tuinbouw van een uitzonderlijk hoog gehalte en als gevolg daarvan een optimaal florerende tuinbouwindustrie op nationaal en internationaal niveau. Indrukwekkend was het dan ook op op de Floriade in 1992 te zien hoe de dynamische Nederlandse tuinbouw een koningklijke acte de précense gaf. Zij toonde als het ware de bruiloft tussen hart en hand ofwel met een andere benaming eraan; tussen het menselijk creatief denkvermogen en het vakkundig toepassen van daaruit geboren ideeen en kennis. Er waren, zo men wil, twee werelden te onderscheiden. De eerste wereld reikte het publiek, de onbevangen wandelaar, een emotie aan een herwonnen paradijs. Natuur omgeven door natuur; wind, licht en het klimaat van de lente, zomer en herfst speelden met en door de zinnestrelende kleuren, geuren en vormen. Met liefderijke zorg van vakspecialisten werden zij voortgebracht en getoond, elke soort pasend bij zijn seizoen.
De entree van het Floriadeparklag lag vlak naast het N.S.-station Zoetermeer. Hier stonden de groene bollen van de P.T.T., waarin uitleg werd gegeven over de noodzaak van de moderne informatietechnologie op het gebied van communicatie en in het snelle transport van tuinbouwprodukten; beeldtelefoon, telex en telefax leidde met een gezellige brede boulevard naar het Ganzevoetpadplein aan het uiterst oostelijke deel. Aldaar waren 100 opvallende laanbomen langs een dijkje de eerste blikvangers. Verder verspreid over het terrein waren maar liefst 4.000 bomen gepland. Allen werden zij gerangschikt naar kleur, blad, hoogte en vorm. Onder de bomen stond met trots met nieuw geteelde hoogste boom 'Tilia Vulgaris Pallida' ofwel de Koningslinde, welk 14 meter hoog en 6.000 kilo zwaar was en een stamomtrek had van ruim één meter. Door het gehele park heen stonden voorts, langs paden over drie uitwaaierende assen van het park, zo'n 75.000 struiken en 13.000 strekkende meter hagen, als ook 134.000 m2 gazon, 4.000 m2 vaste planten en 1.880 m2 rozen. Naast dit waren er ongeveer 3 miljoen bollen en bolgewassen langs de oevers, waterpartijen en op andere plaatsen in het park te bewonderen. De aandacht van de wandelaar werd ook getrokken door een collectie van 150 varensoorten, die in het bezit waren van de A.P.B.-tuin in Heerlen en uitgeleend waren aan de Floriade en de bijzondere inzending van een grote varieteit aan cactussen en succulenten.
Verbazingwekkend waren de schitterende modeltuinen op diverse locaties van het complex, die ingericht waren door particulieren bedrijven. Ondermeer de 'Levensbrug' als verbinding van tuinen, die elk met een zodanige ordening van sierteeltprodukten de vier levensfasen van de mens uitbeelden en begeleiden; de 'Stiltetuin', alwaar men de gelegenheid had tot bidden, mediteren en stilte beproeven en waar te zien was welke tuinbouwprodukten speciale betekenis hadden voor bepaalde geloofsrichtingen; de 'Bijentuin', waarin men het leven en werken van bijen kon volgen, de bijenprodukten en precisiewerkzaamheden van imkers kon aanschouwen. Het Rosarium op de Floriade had ook een eigentijdse vorm, welke afgeleid was van de klassieke rozentuin, een rechthoek in vieren gedeeld door een patroon van paden en verwijzend naar de rivieren, die volgens het bijbelverhaal door het oorspronkelijke paradijs stroomden: de Gison, de Piton, de Eufraat en de Tigris, die in het centrum van de rechthoek samenkomen. In de Floriade van 1992 lag dit centrum echter aan het einde van de daar gegraven rivieren. Er waren zes naast elkaar gelegen Poldertuinen met natuurlijke vegetatie, die de bloei van bijzondere inheemse planten lieten zien. Deze tuin lagen van hoog naar laag en van droog naar nat: hoge en lage akker, schraal grasland, veenvegetatie, zuigtkruiden, riet- en biezenvegetatie en waterbladplanten.
Drie seizoenen lang liep men door een zee van boom- en sierteeltprodukten, die zeer kunstig en kunstzinnig als één lange golfbeweging door het vallei van de park stroomde en in een bepaald gedeelte de vorm van een zogenaamde wokkel had, weer- en windkerend. Het begin was een betonnen keerwand van 1,20 meter hoog, die uitwaaierde in drie randen van 40 centimeter hoog; drie lagere wokkeldelen fungeren ook als keerwand, die nog lager overgaan naar traptreden, waarna een waterval ontstond. Men ervaarde in het park een paradijselijke ambiance.
In deze tweede wereld ontwaardde de natuurliefhebbers, de consument en de vakspecialist op welke wijze de Nederlandse tuinders als grootmeesters het telen, verhandelen en transporteren van hun produkten up-to-date hielden, gericht waren op de vraag en aanbod alsmede op de toekomstige ontwikkelingen. Op de Floriade gaf het de bezoekers 'inside information' over wat er zoal in onze samenleving met de tuinbouw samenhing. Aan bod kwamen onontbeerlijke zaken als high-tech kennis, onderzoek en toepassing, waarbij telecommunicatiemiddelen en voorlichting een belangrijke rol speelden met verweven vitale aspecten van milieu, energie en transport. Het belangrijkste vervoermiddellen voor de tuinbouwprodukten zijn het vliegtuig en de vrachtauto, zodat bloeiende produkten vers van huis tot huis komen. Eén op de vier vrachtauto's op de Nederlandse wegen dient voor het vervoer van een agrarisch produkt. Bovendien is Nederland door de ligging aan zee als 'poort van Europa' en haar ongekende schone verscheidenheid aan tuinbouwprodukten uitermate geschikt voor uit- en invoer en de distributie ervan.
Het riante Floriade-complex omvatte niet alleen paden en wegen van totaal 35 kilometer lengte, maar ook een grote Expohal en zeven themagebieden, elk met een eigen paviljoen, die elkaar op een verrassende wijze aanvulden: Handel, Transport & Distributie, Produktie & Energie, Consument, Milieu, Toekomst & Wetenschap, de Wereld en Recreatie. Stuk voor stuk boeiende onderwerpen, die het mogelijk maakten de Floriade gericht te bezoeken. De ministeries, die een desbetreffend onderwerp of onderdeel ervan in hun portefeuille hadden, andere (semi)overheidsinstellingen en de tien tot twaalf hoofdsponsors als de P.T.T. en de Rabobank werkten hier aan mee. Vervoer speelde een zeer belangrijke rol in de tuinbouwsector. Omdat het om verse produkten ging moesten bloemen, planten, groenten en fruit snel bij de consument worden afgeleverd. Logistiek, verpakking en onderzoek naar kwaliteit in de handelsketen stonden dan ook centraal in het themagebied Handel, Transport & Distributie. De informatie werd ook steeds sneller door de tuinbouwketen verwerkt. Telematica, een combinatie van telecommunicatie en informatica, bevorderde een snelle bestelling en aflevering van tuinbouwprodukten. Het centrum van dit gebied was een 14.000 vierkante meter groot hallencomplex, waar onder meer dertien schitterende wisselexposities van Nederlandse en buitenlandse inzendingen werden gehouden uit. Eén van de bijdragen was het sopeciale chrysantenras 'Romeo', van oorsprong een Nederlands potchrysantenras, dat werd getoond in de lenteperiode bij de inzending 'Spelen met chrysanten'. Men wilde met deze inzending van het imago af dat chrysanten alléén herfstbloemen zijn en laten zien dat ze het hele jaar worden gekweekt.
|
| Ook de Nederlandse Spoorwegen was op de Floriade vertegenwoordigd met haar thema Transport & Distributie. De trein, die als het ware uit de dijk langs de A12 kwam, werd op verzoek van de gemeente Zoetermeer na vernielingen verwijderd. De vernielingen en brandstichtingen hebben er toegeleid dat in Zoetermeer heel weinig nog doet herinneren aan de wereldtuinbouwtentoonstelling. |
In de Expohal was er ruimte voor een handelscentrum, een perscentrum, een ontvangstruimte voor sponsors en promotie-organisaties en was er een permanente studio voor Radio West, die 60 uur per week het Floriade nieuws uitzond. De studio van Radio West had glazen wanden, zodat de bezoekers de uitzendingen live konden volgen. Daarnaast kon Radio West live-uitzendingen van andere regionale, landelijke en internationale omroepen verzorgen van het laatste nieuws.
Het assortiment tuinbouwprodukten is de laatste jaren sterk uitgebreid. De verscheidenheid van soorten en variëteiten is vrijwel onbegrensd. In het themagebied Produktie & Energie werd een overzicht van dit assortiment en de manier waarop deze produkten in de Nederlandse praktijk werden geteeld, getoond. In de vollegrond lag de nadruk op bomen, heesters, bolbloemen, perkplanten, zomerbloemen, vollegrondsgroenten en fruit. In twee verwarmde kassen kwamen de groenteteelt en de bloemisterij aan bod. In het Groenten- en Fruitpaviljoen werd het duistere leven van witlof en champignons belicht. Net als op een echte veiling konden deze tuinbouwprodukten zelf worden ingekocht. In het Culinair Theater werden al deze heerlijke produkten in smakelijke gerechten aan het publiek voorgeschoteld. Omdat energie één van de belangrijkste kostenposten in de tuinbouw is, werd in de Alcoaboogkas onder meer aandacht besteed aan energiegebruik en energiebesparing, klimaatbeheersing en automatisering.
De voedingstuinbouw op de Floriade beslaat maar liefst ruim 21.000 m2 teeltoppervlakte, verdeeld over 2.700 m2 kasteelt, 4.600 m2 fruitteelt, 13.927 m2 vollegrondsteelt, 198 m2 champignonteelt en 66 m2 witlof/aspergeteelt. Een zo breed mogelijk assortiment werd aan de belangstellende kijker getoond. In het voorjaar gaat het voornamelijk om de kasteelt zoals die van tomaten, paprika, sla, radijs en komkommer, in de zomer komen de vollegrondspioduk-ten zoals bloemkool, slasoorten, courgette, prei en in het najaar het hardfruit, romanesco en peen aan bod. Dit is slechts een greep uit het totale assortiment van wel 120 produkten.
In het centrum van de voedingstuinbouw op de Floriade stond het Groenten- en Fruitpaviljoen. Een gebouw waarin van alles te zien en te doen was. Er was een expositie in doolhofvorm van de P.T.T. . Via dit doolhof werd men op de hoogte gebracht van het belang van de telematica tussen teler en techniek. Bezoekers konden de teelt van de champignons door glaswanden zien, maar kondnen niet de cellen in, omdat er anders te veel bacteriën overgebracht konden worden op dit gewas, dat zeer veel hygiëne vereiste. In een vrij donkere cel kon daarentegen wél de teelt van witlof en asperges worden bekeken. De asperges groeiden in de volle grond, waardoor de teelt van de groene asperge buiten het gebouw in het aspergeseizoen (mei/juni) kon worden aanschouwd. In een presentatie van het Informatie- en Kennis Centrum van de Dienst Landbouw Voorlichting) kon informatie worden verkregen over de teelt van de verschillende produkten binnen de voedingstuinbouw.
In het theater, waar 120 bezoekers konden zitten, werden twee afwisselende shows gegeven: een klokdemonstratie met een echte veilingklok. De meeste zitplaatsen hadden een knop, waarmee de klok kon worden stilgezet op een bepaald bedrag waarvoor bijvoorbeeld een pond tomaten of een zakje verse ratatouille kon worden gekocht. Voorafgaand aan de klokverkoop werd er een duidelijke uitleg gegeven over de werking van een veilingklok. Immers werd er ruim 4,5 miljard gulden omzet in de voedingstuinbouw door middel van een klok gerealiseerd. Ook werd er 7 x per dag een kookdemonstratie met drie vaste professionele kookteams gegeven. Naast de bestaande kookteams vertoonden nationale topkoks ook hun kunnen.
Ten slotte was er nog een tentoonstelling te bezichtigen van het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen. Deze presentatie toonde de weg van het produkt van de plant tot de klant in vrijwel alle landen van de wereld. Het veilingsysteem werd op een duidelijke manier uitgelegd en ook de hoofdtaken van het C.B.T., de overkoepelende organisaties van alle tuinbouwveilingen in ons land, kwamen ter sprake.
In het themagebied Consument werden fraaie toepassingen van vooral bomen, heesters en vaste planten geshowd. Enkele honderden bedrijven en bedrijfjes toonden hun beste kweekprestaties en dingden zo mee naar één van de 3000 internationale prijzen, die destijds op de Floriade te winnen waren. Een grote vaste plantentuin gaf een idee van het aanbod en de mogelijkheden voor eigen huis, tuin en balkon. In twee koude kassen kwamen bijzondere verzamelingen van minder bekende plantensoorten aan bod. Het milieu staat de laatste jaren sterk in de belangstelling, zeker ook in de tuinbouw. Resistente planten, biologische gewasbescherming, opvang en hergebruik van overtollig water en mest zorgen er onder meer voor dat de tuinbouw op een verantwoorde wijze omgaat met het milieu. Het Nationaal Milieupaviljoen Ecodrome liet op een indrukwekkende manier zien wat de burger zelf kan doen om een steentje aan het milieu bij te dragen. Andere thema's die op de Floriade werden uitgediept waren ecologische aspecten, zoals waterbeheersing, waterkwaliteit, landschap en natuurontwikkeling. De Floriade lag 4,5 meter beneden de zeespiegel. Wat er zou gebeuren als er geen dijken zouden zijn, lieten de Hoogheemraadschappen zien in een fraaie maquette van Nederland.
De Nederlandse tuinbouw heeft zich de laatste dertig jaar sterk ontwikkeld, onder meer dank zij een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven, het onderwijs, het onderzoek en de voorlichting. Allerlei nieuwe technieken en inzichten deden hun intrede, onder meer op het gebied van de teelt en de vermeerdering, handel en transport, ruimte, kwaliteit, natuur, milieu en openluchtrecreatie. In het Aart's Paradijs, een gezamenlijke inzending van zeven Nederlandse ministeries, werden deze thema's op een verrassende wijze belicht. Gastheer was Aart Worm, een twee meter lange computergestuurde worm, die kon bewegen en spreken. De tuinbouwmarkt werd een internationale markt en zodoende werden er allerlei tuinbouwprodukten in- en uitgevoerd. Daarbij heeft Nederland zich ontwikkeld tot 's werelds grootste exporteur van onder meer bollen, bloemen en planten. De bijdrage van de Nederlandse tuinbouw aan de handelsbalans bedraagt een export van 13 miljard gulden, waartegenover slechts een import van 5 miljard gulden staat. De Floriade wilde dan ook een wereldtuinbouwtentoonstelling zijn. Uit de hele wereld, van België tot en met Japan, kwamen inzendingen die het typische plantenassortiment en de tuinarchitectuur van die landen lieten zien. Landenfestivals gaven een cultureel tintje aan de twintig landeninzendingen.
Zoetermeer heeft in 1992 ervaring opgedaan met dit internationale evenement. Het was met 3,3 miljoen betalende bezoekers één van de grootste evenementen ooit in Nederland gehouden. Voor dat project was de politieke wil bij de betrokken overheden aanwezig. De gemeenten Den Haag en Zoetermeer en de provincie Zuid-Holland hebben het tezamen met de Nederlandse tuinbouw aangedurfd. De Floriade 1992 heeft vooral Zoetermeer een enorme naamsbekendheid opgeleverd. Tesamen met een prachtige stadswijk, Rokkeveen-West, tegen een uiteindelijk bescheiden tekort waarin het ontwerp er rekening mee hield dat er Floriade-onderdelen zouden worden ingepast als stads-, wijk- en buurtgroen. Op deze wijze werd een aanzienlijke kapitaalsvernietiging voorkomen, waarin destijds in totaal 200 miljoen gulden geïnvesteerd is geweest. Van de 3,3 miljoen bezoekers aan het tot nu toe het grootste dagrecreatieobject, kwamen er circa 1 miljoen uit het buitenland. Wereldwijd werden de sterke punten van Nederland als toeristische bestemming benadrukt. Een nationaal economische 'spin off' van 408 miljoen Euro van binnen- en buitenlandse bezoekers. 28 % van alle buitenlandse bezoekers kwamen uitsluitend vanwege de Floriade naar Nederland, hetgeen een toeristische impuls genereerde van 80 miljoen Euro, waarvan 22 miljoen Euro in Zuid-Holland. Het Ministerie van Financiën heeft aan B.T.W. bijna 50 miljoen Euro opgebracht. Daarbij opgeteld nog eens een bedrag van 50 tot 100 miljoen Euro aan extra inkomsten uit inkomsten- en vennootschapsbelasting. De economische effecten van een dergelijk evenement, zoals vergroten van de werkgelegenheid en bevordering van de handel in onder meer tuinbouwproducten, brengt tot de conclusie dat ook grote evenementen in Nederland lonen. De uitstraling van de Floriade 1992 in termen van vrije publiciteit via televisie en andere media is becijferd op vele tientallen miljoenen Euro. Dit geeft een beeld van de immense uitstraling ten gunste van Zoetermeer en Den Haag, maar ook voor de gehele Randstad. Kortom, de Floriade was een gezamenlijk gedragen initiatief tussen Zoetermeer en Den Haag met een overweldigende 'spin-off'.
Bron: Floriade 1992, Floriade kookboek