Historische gezichten - Dorpsstraat 176Het is een vrijstaand woonhuis, dat in 1930 werd gebouwd. De weduwe van de nachtwaker Piet Lamens gaf daartoe de opdracht. De aannemer W. I. Veldhuizen in het toenmalige Zegwaart realiseerde de woning. Links van de woning is een brede ontsluitingsweg en rechts van de woning zijn de pijlers en deuren van de poort naast het huis nog aanwezig. De bouwstijl van het huis heeft elementen van de Amsterdamse School. Het is een van de redenen dat de woning beschermingswaard is, want het heeft hierdoor architectuurhistorische waarde. Vele originele details zijn gaaf bewaard gebleven. Doordat het daarnaast vrij uitzicht heeft op de Pilatusdam heeft het pand volgens de gemeentelijke monumentenlijst ook situeringswaarde. Een toegevoegde waarde wordt gevormd door de aanwezigheid van de poort, bestaande uit deur en pijlers, naast het huis. Dit komt namelijk in de hele Dorpsstraat niet meer voor. De monumentale bescherming heeft betrekking op het geheel van voor-, zij- en achtergevels alsmede de kapvorm, de indeling en het metselwerk, de originele deuren en vensters en zoals al gezegd de poort naast het huis. Het woonhuis is één laag hoog en opgetrokken uit baksteen in kruisverband met knipvoeg. Het pand heeft een mansardekap, die wordt gedekt fnet rode dubbel verbeterde Hollandse golfpannen. Er zijn eenvoudig geprofileerde houten bakgoten. De a-symmetrische voorgevel heeft op de begane grond links een inpandig portiek, dat wordt afgesloten met een grindbetonnen latei met een trapeziumvormige uitsnede. De originele paneeldeur heeft een verticale vensterstrook met glas-in-lood-vulling en een bovenlicht. Links is een sleufvenster eveneens met glas-in-lood. De stoep heeft een terrazzovloer. Rechts is een groot venster in driedelig kozijn en de bovenlichten zijn van glas-in-lood. Aan weerszijden bevindt zich een lager overhoeks geplaatst smal venster onder een grind-betonnen latei. Op zolderniveau zijn twee symmetrisch geplaatste vensters met bovenlichten van glas-in-lood. De geveltop, die aan weerszijden iets uitkraagt, heeft een trapeziumvorm gekregen. De gevellijn is verlevendigd met een rollaag, waaronder uitspringende koppen en strekkenlagen. Met verticaal verwerkte baksteen is de geveltop trapsgewijs beëindigd. In de middenas zit een ondiep nisje. De rechterzijgevel heeft rechts uit de middenas dubbele openslaande tuindeuren onder een tweedelig bovenlicht met glas-in-lood. De linkerzijgevel heeft links twee hoog geplaatste vensters van liggend formaat met een verticale roede in het raam. Rechts daarvan zijn een klein vierkant venstertje en een groter venster met glas-in-loodvulling aangebracht. De belijning van de symmetrisch opgezette achtergevel volgt de vormvan de mansarde-kap met een baksteenfries. Op de begane grond zijn twee vensters met schuiframen en bovenlicht. Rechts is een aanbouw onder een plat dak. Op zolderniveau zijn twee vensters.
Bron: Historisch Genootschap Oud Soetermeer |