Historische gezichten - Dorpsstraat 111

Tegenover het voormalige schoolgebouw staan drie panden met opmerkelijke voorgeveltjes. Het pandje aan de Dorpsstraat 111 is de oudste van de drie en dateert uit 1820.

Het was oorspronkelijk een winkelwoonhuis. Het schilderachtige pand heeft een opvallende klokgevel. Het is aan de rechterzijde aan het pand Dorpsstraat 109 gebouwd en links was een smalle steeg (osendrop), maar met de verbouwing en de nieuwbouw van pand nummer 113 is de steeg niet meer zichtbaar. Van een voorganger van het pand zijn geen aanwijzingen gevonden, maar men sluit niet uit, dat in het opgaand muurwerk delen van een ouder casco bewaard zijn gebleven. Volgens archiefonderzoek dat teruggaat tot het begin van de zeventiende eeuw, was toen dit perceel ook reeds bebouwd. In de loop van de negentiende eeuw hebben enige moderniseringen plaatsgevonden. Zo is het raam vernieuwd in de voorgevel op de zolderverdieping. Het is mogelijk, dat in dezelfde periode de voor- en achtergevel gepleisterd zijn, waarbij de voorgevel is voorzien van schijnblokken. Doordat het interieur in de twintigste eeuw ingrijpend verbouwd is, zijn aanwijzingen van oudere verbouwingen niet meer aangetroffen.

In het begin van de twintigste eeuw is het uitstek vernieuwd, alsmede dat in de linkerzijgevel in het achterste deel twee vensters zijn aangebracht. Ook is in de voorgevel een winkelpui gemaakt. De begane grond is hierbij ingrijpend gewijzigd. De voorgevel is een eenlaags ingezwenkte topgevel. Op de begane grond bezit de gevel een winkelpui bestaande uit een etalagevenster met een bovenlichtstrook van twee liggende drieruit klapramen. Rechts bevindt zich de voordeur mét gedeeld bovenlicht. De zolderverdieping is in schijnblokken wit gepleisterd en doorgeankerd met smeedijzeren schietankers. In het midden is een zesruitschuifvenster aangebracht, waarvan het kozijn gezien zijn tamelijk forse afmetingen en de toognagels nog uit de bouwtijd van het pand kan dateren. Boven het venster bevindt zich in de top van de gevel een blind oculus. Zwenkingen en de top van de gevel zijn voorzien van een eenvoudige, ongeprofileerde lijst. De linkerzijgevel is niet meer in het zicht. Het metselwerk is wit gesausd met een zwarte plint. De gevel is geheel doorgeankerd. Het ankerpatroon wijst op een enkelvoudige balklaag. Voor de verbinding tussen kor-beels en balklaag zijn enkele grote koppelankers aangebracht. Het gaat om gesmede schietankers uit de tijd van de bouw. Enigszins curieus is het sieran-ker in de zeventiende eeuwse stijl, dat de strijkbalk aan de voorgevel verankerd. Vermoedelijk gaat het hier om een hergebruikt exemplaar, dat aangebracht kan zijn bij de plaatsing van de winkelpui. Het zadeldak wordt gedragen door grenen houten stapelspanten. De constructie en de afwerking wijzen op totstandkoming in de eerste helft of het midden van de achttiende eeuw. De waarde van het pand ligt in het gegeven dat het hier gaat om een in zijn casco, muren, balkenlaag en kap, geheel gave eerdaagse bouwmassa uit 1820. Het is van architectonische waarde vanwege de gaaf bewaard gebleven klokgevel. Het pand is van cultuurhistorische betekenis, doordat het één van de oudste herkenbare panden van Zegwaart is. Bovendien heeft het situeringswraarde als onderdeel van de historische lintbebouwing van het Zegwaartse deel van de Dorpsstraat.

Bron: Historisch Genootschap Oud Soetermeer
Foto: Zoetermeer in Beeld