Boonekamp - het einde van het wijnimperium

De familie Boonekamp is voor Zoetermeer van groot belang geweest. De Boonekampen richtten naast haar slijterijen ook delicatessenzaken, kruidenierswinkels en supermarkten op. De Boonekampen bleken succesvolle ondernemers en profiteerden van de onstuimige groei van Zoetermeer, dat zich na 1970 ontwikkelde tot een groeistad. De roots van het Boonekamp-imperium liggen in Leidschendam, waar de overgrootmoeder van Jacques een distilleerderij had. Zijn overgrootvader runde een kruidenierszaak aan de Veenweg in Nootdorp, waar onder andere jenever werd verkocht. In 1931 vestigde de familie zich in een pand aan de Dorpsstraat 12. De kruidenierszaak met slijtvergunning was het begin van het Boonekamp-imperium in Zoetermeer. De winkel stond in 1932 mede aan de basis van de later wereldwijde supermarktgigant De Spar. In de jaren zestig begon de familie van Jacques een slijterij aan de Dorpsstraat 130. De oudere broers van Jacques zetten het kruideniersbedrijf voort en openden winkels in de stadswijken Palenstein en Driemanspolder. Zijn oudste broer had een bonbonwinkel naast de slijterij in de Dorpsstraat en ook winkels buiten Zoetermeer. Hij groeide op met sterke drank en verdiende er een goede boterham mee. Jacques Boonekamp was een groot voorvechter van de belangen van de Dorpsstraat. In het jaar 2007 nam hij afscheid als voorzitter van de winkeliersvereniging. Met zijn afscheid als slijter, verdwijnt het laatste stukje Boonekamp uit het straatbeeld in Zoetermeer. Slijter Jacques Boonekamp droeg op 1 februari 2008 zijn drankwinkel in de Dorpsstraat over aan de Alliance Vinicole Groep. Daarmee komt een einde aan bijna 80 jaar Boonekamp-imperium in Zoetermeer.

Het drankenwinkeltje van Jacques Boonekamp aan de Dorpsstraat.

Eigenlijk wilde hij helemaal geen slijter worden. Het liefst wilde hij economie studeren in Rotterdam. Die studie maakte hij dan ook af, maar pas op veel latere leeftijd. Als telg van een familie die al eeuwen in drank handelt, was zijn lot als jongeman reeds bepaald. Toen Boonekamp senior in 1970 ziek werd, bepaalden de oudere broers van Jacques dat hij de slijterij aan de Dorpsstraat 130 draaiende moest gaan houden. `Daar was geen discussie over. Zoals het een goede katholieke familie betaamt, ging één van de jongens naar het seminarie om tot priester te worden opgeleid. Zijn jongste broer Aad moest de roeping hebben, zoals dat heette. Jacques werd geacht de winkel te doen toen hij 21 jaar oud was. "Daar stond ik dan in een stofjas j enever te verkopen. Mijn God, dacht ik, zo moet ik toch geen 65 jaar worden. Ik wilde meer. Mijn oudere broer, die een topfunctie had in de drankindustrie, beloofde me te helpen". Jacques Boonekamp zette de familietraditie voort. "We zijn al eeuwen aan de drank. Ooit maakte een voorvader van mij het Boonekamp Magenbitter, een soort kruidenbitter. In 1917 werd de productnaam verkocht aan een Duits bedrijf en werd die al snel een begrip bij onze oosterburen. Het gebeurt wel eens als ik incheck in een hotel in Duitsland, dat ze zeggen: 'Aha, der Boonekamp' ". Via Leidschendam en Nootdorp belandde de familie Boonekamp in 1931 in de Dorpsstraat. De Boonekampen waren kruideniers en verkochten ook sterke drank. "We hadden vaten jenever. Die ging in nikkelen bakjes, maatjes heetten die. De klanten kwamen met heupflesjes en bestelden bijvoorbeeld twee maatjes. Op deze manier hebben we nog tot in de jaren vijftig jenever verkocht, in een schuur achter onze winkel aan de Dorpsstraat 12". "Met de verkoop van sterke drank kon je ontzettend veel geld verdienen, omdat de prijs door de regering werd vastgesteld. Die was juist zo hoog om drankmisbruik te voorkomen. Op een liter jenever van vier gulden, verdiende je twee gulden. De prijs is pas in de jaren zeventig losgelaten". De drankhandel bleek extra lucratief met de razendsnelle groei van Zoetermeer vanaf het einde van de jaren zestig. Jacques opende filialen in de nieuwe stadswijken Meerzicht, Palenstein, Driemanspolder en later ook in het Stadshart. Op het hoogtepunt had hij zes vestigingen, inclusief een delicatessewinkel in Meerzicht. Hij werd niet geholpen door zijn oudste broer, maar kreeg ook steun van een wethouder. Een sterk staaltje dorpspolitiek in het Zoetermeer van de jaren zeventig. "In die tijd leverden we ook aan de gemeente. Ik had gehoord dat er een noodwinkelcentrum zou komen in Meerzicht. Toen ik eens in het gemeentehuis was, vroeg ik de bode hoe ik daar een winkel zou kunnen beginnen. Hij nam me mee naar wethouder Nagtegaal. Die beloofde de projectontwikkelaar te vragen om er nog een stukje aan te bouwen. Voor mij. Ik was in loondienst bij mijn vader en kon geen handtekening zetten. Dat maakte de wethouder niet uit. Hij zou het allemaal regelen. Een halfjaar later, in 1972, opende ik een filiaal in Meerzicht". In de jaren tachtig kwam de omslag. Jacques Boonekamp stootte de filialen een voor een weer af. "De omzet was wel goed, maar de marges daarentegen heel klein. Ik ben me gaan richten op de groothandel en kocht een pand in Leiden. Dat deed ik samen met mijn broer Aad, die uiteindelijk toch geen priester is geworden. We hebben net een reorganisatie achter de rug. Als het met de horeca slecht gaat, gaat het met ons ook slecht. We raakten slijters kwijt en konden ook al niet meer leveren aan benzinestations. Zo verloren we een miljoenenomzet. Inmiddels staan we er weer. We gaan ons meer richten op de wijntak". "Ik had tot mijn 65ste willen doorgaan met de winkel in de Dorpsstraat, maar ik kan het er gewoon niet bij hebben. Of ik mijn zakken heb gevuld? Nee, geld is nooit een drijfveer geweest voor mij. Ik heb geen boten of buitenhuizen. Wel een oldtimer, een passie van me. We maken er nu een taak van om startende horecaondernemers op weg te helpen en inmiddels hebben we elf ondernemers geholpen. Dat is mijn drijfveer: dingen voor elkaar krijgen". Geboren 2 januari 1949 te Zoetermeer, opleiding: Mulo, Universiteit van Twente (bedrijfskunde), Burgerlijke staat: samenwonend, twee kinderen en twee kleinkinderen

Bron: AD Haagsche Courant; Zoetermeer Dichtbij
Foto: Zoetermeer in Beeld