De bodem van het Noordelijk Plassengebied

Het Noordelijk Plassengebied ligt in het oude zeekleilandschap. Direct ten noorden van het Noordelijk Plassengebied bevindt zich het veenlandschap. Doordat de zee in vroegere eeuwen diverse malen door de strandwallen heen is gebroken heeft er rond Zoetermeer een soort wadden- of kwelderlandschap bestaan met rietgorzen in het noorden en oosten. Later, bij terugtrekking van de zee heeft zich veen (veenmosveen) ontwikkeld. Dit veen is door menselijke ingrepen tussen circa 1612 tot 1850 weer afgegraven ten behoeve van de turfwinning. Nu bestaat de bodem uit oude zeeklei. Het betreft kalkrijke en kalkhoudende oude zeekleigronden met een stevige ondergrond en ondiep kalkarme oude zeekleigronden met een minder stevigere ondergrond. Bij het graven van de Zoetermeerse Plas is de bovengrond (humusrijke klei) op het aangrenzende land van de Zoetermeerse of Nieuwe Drooggemaakte Polder gespoten, waardoor het bodemprofiel niet meer oorspronkelijk is.

De bodemtypen

Op hoofdlijnen bevinden zich in het westen meer zuurtegevoelige (katteklei)gronden, naar het oosten toe wordt de bodem kalkrijker. Dit is als volgt onder te verdelen. Ten westen en noorden van de plas liggen plaseerdgronden. Dit zijn venige kleigronden met katteklei eigenschappen (zuurtegevoelige grond). Ten noorden van de plas bevindt zich tevens tochteerdgrond, bestaande uit zeeklei met eigenschappen van katteklei (zuurtegevoelig) en leek- of woudeerdgrond, bestaande uit kalkrijke klei. Leek- of woudeerdgrond is ook te vinden ten zuiden van de Zoetermeerse Plas, in de nabije omgeving van Het Lange Land, terug te vinden. Daarnaast zijn meer naar het oosten een aantal poldervaaggronden te vinden, allen met kalkrijke zware zavel.

Archeologie

In de provinciale archeologische atlas is geen vermelding voor het Noordelijk Plassengebied opgenomen. De archeologische werkgroep Zoetermeer heeft echter op verzoek van de gemeente Zoetermeer een inventarisatie uitgevoerd naar archeologische waarden in Zoetermeer. Deze inventarisatie wordt gebruikt om de archeologische waarden op grond van de Monumentenverordening te beschermen. In de inventarisatie zijn locaties genoemd waar mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Twee van deze locaties liggen gedeeltelijk in het Noordelijk Plassengebied. Dit zijn onderstaand:

1. Het dijklichaam van de Noord-Aasche Vliet. Dit dijklichaam bevat mogelijk resten uit de tijd van de eerste bewoning van Zoetermeer rond de tiende eeuw.
2. Het dijklichaam binnen en buiten de Ringvaart van de Zoetermeerse Meerpolder. Dit is een dijklichaam van voor 1616 en bevat mogelijk bewoningsresten uit de tijd van de eerste bewoning van Zoetermeer rond de tiende eeuw. Veenlagen onder de dijk bevatten mogelijk resten uit de periode tussen 4000 voor Christus en 1300 na Christus.

Bron: De feestelijke ingebruikname van de Noordhovense en Benthuizerplas